Zwitser Camenzind vliegt over de Limburgse heuvels

BERG EN TERBLIJT, 12 OKT. Niet Michele Bartoli, de mooiste van allemaal, niet Lance Armstrong, de sportman die zelfs kanker overwon en niet Michael Boogerd, de Nederlandse favoriet, maar Oscar Camenzind is de nieuwe wereldkampioen bij de beroepswielrenners. Een 27-jarige renner met het langzaam maar zeker ontluikende talent van een bergkoning bleek op de glooiende hellingen van Limburg het best bestand tegen de venijnige herfstbuien. Een Zwitser die geen last had van een favorietenrol, overtuigd van zijn mogelijkheden de aanval zocht en werd beloond met de regenboogtrui.

Camenzind heeft niet de stijl van een groot kampioen. Hij is geen Bartoli, en ook geen Museeuw, Pantani, Ullrich, Zülle of Jalabert, renners die om uiteenlopende redenen niet aan de titelstrijd deelnamen. Maar de Zwitser kan wel heel hard fietsen. Hij vloog over de Limburgse heuvels. Het zou allerminst verbazing wekken wanneer hij in de toekomst de andere renners vaker zijn rug laat zien. Tot nu toe hield hij zich het liefst op in de bergen, in de rol van klimmer die zijn kopman terzijde moet staan. De vroegere postbode werd Zwitsers kampioen en eindigde als twaalfde in de Tour in 1997, als vierde in de Giro en als zestiende in de Vuelta van 1998 - en dat na een profloopbaan van nauwelijks drie jaar.

Camenzind legde de door materiaalpech en valpartijen murw gereden Bartoli, de ontzagwekkende Armstrong, de sterke Van Petegem en de onfortuinlijke Boogerd op indrukwekkende wijze zijn wil op. Wie na zo'n helse strijd wint, mag zich een groot kampioen noemen. Zwitserland kan als wielernatie weer zijn gezicht tonen. Na de ontluistering van de notoire dopegebruikers Zülle, Dufaux en Meier dreigde een massale afkeer van het Zwitserse volk voor de wielersport. Maar dankzij de titel van Camenzind en zijn sterk rijdende landgenoten, is er weer licht in de duisternis. Voor het eerst sinds Ferdi Kübler in 1951 mogen de Zwitsers weer een wereldkampioen bij de profs koesteren.

Een onbezonnen boerenzoon - eindelijk weer een telg uit een boerengezin - uit het dorpje Steinen was heer en meester op een gure herfstdag. Waar de Italiaanse zonnekoning Bartoli had moeten winnen, sloeg de in Zwitserland razendpopulaire Ösie Camenzind zijn slag. Op de veel bezochte homepage van Camenzind was de euforie vannacht al bijna grenzenloos. Van de vele tegenslagen die Bartoli op weg naar de eindstreep kende, wilde geen Zwitser weten. Tweemaal moest Bartoli van fiets ruilen - één keer voor nieuwe remblokjes en één keer door een lekke band - eenmaal ging de Italiaan in de afdaling bij 80 kilometer per uur onderuit. Bartoli kon wel huilen, maar deed het niet - hij krijgt nog genoeg kansen.

Over de rampzalige lekke band die Boogerd in de slotfase kort na de beslissende demarrage van Camenzind kreeg, wenste de Zwitser niet te praten. Boogerd had hij immers nooit gevreesd. Hij was er met zijn landgenoot Aebersold meer op uit geweest om Bartoli en Armstrong, die samen met Van Petegem en Boogerd deel uitmaakten van de vluchtersgroep, van zich af te schudden. Camenzind, die al eerder voor een schifting had gezorgd, nam de vlucht op een onverwacht moment: niet op de beklimming van de Bemelerberg of de Cauberg, maar voordat deze heuvels genomen moesten worden. Het getuigt van koersinzicht en zelfvertrouwen, mede beïnvloed door de aanwezigheid van een van zijn ploeggenoten.

Camenzind en zijn landgenoten dreven een wig tussen de Italiaanse en Nederlandse grootmachten. Vanaf de start in de vroege natte ochtend waren de Zwitsers in de frontlinie te vinden. Terwijl Boogerd en Van Bon zich koesterden in de veilige schoot van het peloton en Bartoli bij zijn ploeggenoten onrust zaaide door voortdurende tegenslag, hielden de Zwitsers zich nauwgezet bezig met de voorbereidingen op de beslissende coup. Ze waren bij elke vlucht aanwezig en dat wil wat zeggen in een koers waarin onafgebroken werd aangevallen en het tempo altijd boven de veertig kilometer per uur lag.

Voortdurend was het wachten op de beslissende aanval van de Italianen en de Nederlanders. En toen ineens waren ze er allemaal, de oranjetruidragers, met z'n allen reden ze keurig in een rij aan kop van het peloton de Cauberg op. De suprematie bood het enthousiaste publiek op Limburgs monumentale wielerhelling een fraaie aanblik. Maar de overmacht was maar schijn. Toen even later veertien renners - onder wie Camenzind, nog twee Zwitsers, toch weer Bartoli en de hard rijdende Tafi - de vlucht namen was er slechts één Nederlander bij. Wel Boogerd, maar hij was alleen.

Indrukwekkend was de manier waarop de Italianen in het peloton de weg blokkeerden. Ze wisten, de renners van de Squadra: met Bartoli gaat het goed, met Tafi erbij gaat het beter. Troppo tardi, troppo Tafi, is een Italiaanse uitdrukking, te laat, te veel Tafi. Maar de Italianen hadden buiten de Zwitserse kracht gerekend, buiten Camenzind, een renner uit de sterkste Italiaanse fabrieksploeg Mapei. Camenzind sleurde de kopgroep uit elkaar en kreeg Boogerd, Armstrong, Van Petegem, Aebersold en Bartoli achter zich aan. De strijd naderde zijn climax, na ruim vijf uur zwoegen door de herfstkou was het zover. Bartoli, Boogerd of Armstrong? Dat was de meest gestelde vraag.

Camenzind? Nee. Dat kon niet waar zijn. Nog geen wedstrijd had deze Zwitser dit jaar gewonnen. Akkoord, een begenadigd klimmer, een groot talent, vierde in de Giro en zo nog wat. Maar geen kanshebber. Hij won wel. En hoe, met een fraaie demarrage waar niemand hem verwachtte, waar niemand een antwoord vond. Boogerd dacht nog te kunnen aanklampen, maar voelde dat een band leegliep. Armstrong, Van Petegem en Bartoli aarzelden, Aebersold keek grijnzend toe. Camenzind reed weg, veroverde acht seconden, beklom de Cauberg, veroverde nog meer seconden en bleef uit het zicht van de verslagen Bartoli en Van Petegem.

Twee maanden had Camenzind deze zomer niet kunnen fietsen. Een cyste aan zijn zitvlak dwong hem in juni, kort na de Giro tot een vervelende operatie. Pas half augustus klom hij weer op de fiets. Hij dacht slechts aan het wereldkampioenschap. Maar toen kwam zijn baas van Mapei, Squinzi, hem vertellen dat hij in plaats van kopman Tonkov de Vuelta moest rijden. Camenzind deed het trouw, reed in de bergritten in de frontlinie en begon in de vorm van zijn leven aan de titelstrijd. In het kanton Schwyz, waar het geslacht Camenzind wijdvertakt is, zullen ze het nog lang navertellen. Oscar Camenzind werd wereldkampioen in het jaar van de tijger. De tijger van Steinen.