Zoethoudertjes

Ineengedoken strijken vijf mannen in de vensterbank hun aluminiumfolie glad, hun bovenlijf beschermend over de meegebrachte heroïne. Een tafeltje verder maken twee mannen een pijpje schoon. Ze hebben net hun base coke gerookt. Een spuitende bezoeker demonstreert intussen een handig riempje om zijn aders te doen opzwellen - “Van de GGD gekregen”. En iedereen is in de weer met bekertjes koffie met veel suiker.

Dit moet een gebruikersruimte zijn. Een van de drie eerste officiële verblijfsruimten in Amsterdam waar drugsverslaafden hun spullen kunnen consumeren. Mis. Dit is de huiskamer van de gesubsidieerde belangenvereniging MDHG (Medische Dienst Harddrugs Gebruikers), maar tijdens christelijke feestdagen en promotie-evenementen voor de stad ook in gebruik als onofficiële gebruikersruimte. Als de politie de stad voor de toeristen aanharkt, stroomt het hier vol. Eigenlijk is gebruiken verboden. Maar wat op de wc gebeurt behoort natuurlijk tot “de privacy van de gebruiker”. Alleen is die deze dagen voortdurend bezet en opgejaagde verslaafden kunnen slecht tegen wachten.

Sinds de veegactie van de spoorwegpolitie op het Centraal Station van vorige maand is het hier tijdens het inloopuur elke dag feest. Wethouder G. ter Horst (Zorg) had de junks, dealers en daklozen liever ongemoeid gelaten. Beter geconcentreerd op het station dan uitgewaaierd over de binnenstad. Maar de spoorwegpolitie was de overlast beu. “De politie harkt het vuil bij elkaar. Maar in plaats van het op te ruimen, veegt ze het onder de mat”, zegt A. van der Meer, medewerkster van de MDHG. “Amsterdam is nu een groot hobbelig tapijt.”

Ter Horst heeft de gemeenteraad inmiddels beloofd haast te maken met het uitbreiden van het aantal officiële gebruiksruimten. De eerste drie functioneren volgens een eerste evaluatie naar volle tevredenheid van zowel drugsgebruikers als omwonenden. Overlast van dealers is uitgebleven en de drugsgebruiker kan - buiten het straatbeeld - in alle rust van zijn dope genieten. Volgend jaar komen er nog drie gebruikersruimten bij. In 2002 zullen er in totaal vijftien open moeten zijn, verspreid over de stad.

Rust, dat willen de gebruikers in de huiskamer van de MDHG ook wel. “Tien Japanners mogen samen op een bankje zitten, maar als wij daar voor onze sociale contacten een biertje met onze makkers drinken, kunnen we oprotten”, zegt een lange, natgeregende man die net zijn portie heroïne op heeft. “We zijn net opgejaagde honden. Wat zeg ik: nog minder. Een hond kan tenminste nog ergens rustig schijten.”

Maar op de rust van de officiële gebruikersruimten zitten de verslaafden ook niet te wachten. Voor het toegangsbewijs zeker eerst braaf een foto van jezelf op het politiebureau laten maken, zeggen ze. Welke junk gaat zich nou eerst bij de politie aanmelden om drugs te gebruiken? En jezelf dan in de gebruikersruimte laten kleineren door legio bordjes met 'verboden dit' en 'verboden dat'. En als je nou net buiten de openingstijden ontzettend zin in dope hebt? Wat geeft de staat eigenlijk het recht om heroïne te verbieden? De logica van de verslaafde is van een lucide eenvoud. Wel zelf atoombommen maken, maar anderen verbieden om zichzelf te versuffen. Pure hypocrisie, zeggen ze.

Officiële gebruikersruimten zijn volgens de verslaafden niet meer dan 'zoethoudertjes'. Net zoals het medisch experiment met de vrije verstrekking van heroïne. De heroïnespuiter met aids op het toilet van de MDHG wil dolgraag meedoen, maar voldoet niet aan de criteria. En zij die aan de criteria voldoen, hoeven niet zonodig. De werving van kandidaten verloopt moeizaam. “Vind je het gek?”, zegt een 50-jarige gebruiker. Hij heeft dat medische spul hier ook wel eens gerookt. Een deelnemer aan het experiment had het mee naar buiten gesmokkeld. “Grote bocht was het.”

In de huiskamer van de MDHG laten ze zich weinig gelegen liggen aan de ambtelijke oplossingen van het stadhuis. Achterin zwaait de wc-deur open: “De volgende.”