Zapman

De telefoon gaat. Ma. Ze zegt nooit met wie.

'Zeg Hans, ik ben je telefoonnummer kwijt.'

'Dat lijkt me sterk, hoe heb je me dan gebeld?'

'Ja, wat je zegt. Daarnet had ik het nog.'

'Nou, schrijf op: 676...'

'676...? Begon het niet met 470...'

'Nee, met 676...'

'Je hebt het niet pas veranderd?'

'Nee, waarom zou ik?'

'Je bent niet verhuisd?'

'Hoe kom je erbij. Ik woon gewoon hier.'

'Nou, dat zal dan wel. Als jij het zegt. En dan wou ik je nog iets vragen. Maar dat ben ik vergeten. De ouderdom moet je denken.'

Het ergst is als ze overdag in slaap is gevallen. Dan schrikt ze wakker en is ze helemaal de kluts kwijt. Wie ben ik? En waar? De nummers draaien die op de telefoon geplakt zijn. Mijn zus of ik.

'Hans, kom je vandaag nog?'

'Nee, vandaag is het woensdag. Ik kom zondag weer.'

'Ik zie nooit iemand.'

'En afgelopen zondag dan?'

'Ik weet nergens van.'

'Als je er toch niets van merkt, zou het dan nog wel zin hebben om te komen?'

'Dus je komt morgen?'

'Nee, morgen is het donderdag.'

'Donderdag, morgen donderdag? En overmorgen dan?'

'Overmorgen is het vrijdag.'

'Ik kan het niet meer bijsloffen, hoor. Wat ze tegenwoordig met die dagen uithalen.'

En dat dan een paar maal per dag. Het is niet alleen dat ze zélf van alles vergeet. Het is ook de angst dat ze vergeten wórdt.

Vrijdagavond kwam de man op televisie die al enige seizoenen in duivelskostuum wielerwedstrijden terroriseert. Zodra er camera's in de buurt zijn, rent hij een eind met de renners mee, vervaarlijk zwaaiend met zijn ijzeren drietand. Als hij maar in beeld komt. Als we maar niet vergeten dat hij er is.

'Wat komt u eigenlijk in Valkenburg doen?', vroeg Wilfried de Jong van Sportpaleis De Jong. Die kan er trouwens ook wat van. De hele tijd die Wilfried de Jong in beeld.

'Nou, gewoon, naar het wielrennen kijken', antwoordde de duivel.

'En u?', had hij van mij mogen terugvragen.

'Nou, gewoon, een televisieprogramma maken', had De Jong dan geantwoord.