You Am I speelt vaak idioot hard

Concert: You Am I. Gehoord: 11/10 Melkweg Amsterdam.

Het moet telkens even wennen zijn voor de Australische groep You Am I om in Europa op te treden. In eigen land zijn ze zo succesvol dat hun albums altijd met gemak in de top tien komen, hier heeft bijna niemand van ze gehoord - misschien door een gebrek aan promotie door de platenmaatschappij, misschien door een andere smaak van Nederlandse popliefhebbers.

Aan het begin van het optreden gisteravond in de Amsterdamse Melkweg, in het voorprogramma van het Amerikaanse Rocket From The Crypt, was de reactie van het publiek lauw. Het geluid stond zo idioot hard dat het een brij werd, waar de charmes van de groep moeilijk in te ontdekken waren.

Op de vier tot nu toe verschenen albums van You Am I is krachtige powerpop te horen, waarin de opgeruimde Engelse beatmuziek uit het begin van de jaren zestig doorklinkt, evenals de perfecte popsongs van de Amerikaanse groep Big Star - wier September Gurls You Am I gisteravond nog speelde - en de steviger hardrock en punk uit de jaren zeventig. Gaandeweg zijn de liedjes van You Am I verfijnder geworden en is te horen dat het talent van zanger/gitarist Tim Rogers voor het schrijven van hartveroverende melodieën - opgewekt maar met een melancholieke ondertoon - verder is ontwikkeld.

In de Melkweg ging het niet om verfijning, maar om rauwe energie: stompende drums, een bot denderende bas, scherp hakkende elektrische gitaar en Rogers' hesige, tussen zingen, roepen en schreeuwen laverende stem. In het lawaai waren de fraaie popsongs met een beetje moeite nog te herkennen, en was zo nu en dan ook de mooie tweestemmige harmoniezang van Rogers en drummer Russell Hopkinson goed te horen.

De lange, magere Rogers straalde een groot enthousiasme uit, alsof het hem niet uitmaakte of hij voor duizenden gillende Australische fans of een paar honderd afwachtende Amsterdammers speelde: hij gaf zich helemaal, druk gebarend en rondlopend, zijn rechterarm zo nu en dan over de snaren klapwiekend zoals Pete Townshend van The Who dat vroeger deed.

Verrassend was dat hij zich als een soulzanger ging gedragen, kreten slakend als James Brown in opperste vervoering doet, zij het met enige ironie en opzettelijke overdrijving. Zo zong hij in Come Home Wit' Me, een nummer van de onlangs verschenen cd # 4 Record, een stukje van Otis Redding's I've Been Loving You Too Long, waarna hij op de rand van het podium ging zitten en een meisje in de zaal toesprak: “Touch my hand, it's full of love.” Toen ze zijn uitgestrekte hand aannam sprong hij van het podium af en ging een dansje met haar maken. Tegen die tijd was een groter deel van het publiek aangestoken door de inzet en het spelplezier van You Am I, en deed het er minder toe dat het geluid niet zo best was en het spel soms wat al te rommelig: de rock 'n' soul van You Am I was zo opwindend en feestelijk dat je daar niet meer aan dacht.