Column

Supporter

De Hockeybond vierde afgelopen weekend een feestje. Ze doen het nu honderd jaar. Leuk. Afgelopen zaterdag overhandigde oud-international Paul Litjens aan de scheidende voorzitter Wim Cornelis een cheque van bijna vijf ton. De bond rondt het bedrag af tot 525.000 piek, de Rabo doet er nog een tonnetje bij en men rekent nog op een bedragje van het ministerie.

En zo hopen ze het miljoen te halen. Het bedrag is bestemd voor een opvanghuis voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten in de sloppen van Karachi. Vlak voor de WK werd de actie met nogal wat bombarie bij Ivo Niehe op televisie aangekondigd en zei Litjens dat de hockeygemeenschap toch met gemak het streefbedrag van twee miljoen moest kunnen ophoesten. Leek mij voor de 128.000 leden ook niet echt een probleem. Het is dus iets minder geworden. Nog geen vier (!) gulden per persoon. Is dat erg? Ja, dat is meer dan beschamend. Ik ben tijdens de WK in Utrecht geweest en heb nog nooit zo'n van luxe druipend promodorp gezien. Wavende kakkers, een parkeerterrein vol BMW's, Volvo's en andere dikke leasebakken. En de meesten onverstaanbaar wegens hete aardappel. Een groot deel van dat volk zat op kosten van een of andere multinational kreeft te schransen en de rest liet zich tot diep in de nacht dansend en lallend vollopen in het tot kermis omgebouwde voetbalstadion. Is niet erg, hoort bij het zinloze slot van deze eeuw, maar er gebeurde zaterdag iets veel ergers. Toen Litjens het bedrag overhandigde klapte men. Dus niet een minuutje stilte voor een collectief schaamrood. Nee, ze applaudiseerden. Voor nog geen anderhalf pilsje per lid. Mag je daar om lachen. Ja, daar mag je heel hard om schateren.