Prettig wonen en werken langs de A4

Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf presenteert vandaag een plan voor een corridor langs de A4 (Amsterdam-Rotterdam), die ruimte moet bieden voor wonen, werken èn groen.

ROTTERDAM, 12 OKT. “Het heeft geen zin tegen iemand uit Wassenaar te zeggen dat hij de trein naar zijn werk moet nemen omdat dat beter is voor het milieu. Dat doet hij toch niet, want de trein is voor hem onhandig. Dat kun je jammer vinden, maar daar heb je verder niets aan.” Riek Bakker, voormalig stadsarchitect van Rotterdam, houdt niet van luchtfietsen. Dat er een oplossing moet komen voor de dichtslibbende Randstad staat buiten kijf; maar dat moet dan wel een oplossing zijn die gebaseerd is op reëel gedrag en niet op wat beleidsmakers graag zouden willen.

Op verzoek van de Nederlandse bouwondernemers, verenigd in het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), heeft Bakker zich de laatste maanden gebogen over een ontwerp voor het drukstbevolkte stukje van Nederland, tussen Rotterdam en Amsterdam. Beter gezegd, zij heeft een concrete invulling gemaakt van het door het AVBB al maandenlang enthousiast gepromote 'corridor-concept'. Bij dat concept wordt het idee verlaten dat Nederland bestaat uit allerlei verschillende steden met groen ertussen, maar is het uitgangspunt dat een bepaald gebied als samenhangend geheel moet worden gezien. Dat gebied moet dan zo worden ingericht dat de inwoners prettig kunnen wonen en werken én dat er mogelijkheden zijn om in hun vrije tijd dicht bij huis de natuur op te zoeken.

Bij de keuze van de gebieden heeft het AVBB de bestaande hoofdwegen in Nederland als uitvalsbasis genomen. Zo kan er bijvoorbeeld een corridor gevormd worden langs de A2, met inbegrip van de steden Amsterdam, Utrecht en Den Bosch, of langs de A4, die loopt van Rotterdam tot Amsterdam. Deze corridors, waarbinnen niet alleen veel mensen wonen maar ook veel bedrijvigheid plaatsvindt, zijn door het AVBB tot 'ruggengraten' gedoopt. Zo'n ruggengraat heeft een breedte van acht tot twaalf kilometer en strekt zich uit over een zone van zestig tot honderd kilometer. “Het zijn in feite stedelijke zones met daarbinnen verschillende identiteiten en kwaliteiten door bijvoorbeeld verschillende woonmilieus en verschillende dichtheden te introduceren”, zo schrijft het AVBB in de vorig jaar verschenen brochure Doorkijk op ruimtelijke inrichting in de 21ste eeuw.

Naast de ruggengraten langs de A4 en de A2 zien de bouwondernemers ook mogelijkheden voor corridors langs snelwegen als de A1 (Amsterdam-Almelo) of de A12 (Den Haag-Arnhem). Omdat langs deze wegen de druk van steden en bedrijvigheid minder groot is, hoeft volgens het AVBB op deze gebieden, die de poëtische naam 'parelsnoeren' hebben meegekregen, niet zo'n ingrijpend infrastructuurbeleid te worden losgelaten. “Deze corridors met een lengte van honderd tot tweehonderd kilometer kenmerken zich door bundeling van infrastructuur en de ontwikkeling van geselecteerde logistieke knooppunten, de parels aan het snoer”, aldus het AVBB. “Verstedelijking tussen dergelijke parels is voorlopig minder aan de orde.”

Het enthousiasme van het AVBB voor het corridor-concept wordt nog maar door weinigen gedeeld, zo hebben de bouwers tot hun teleurstelling ontdekt. De meeste mensen krijgen bij het begrip corridor visioenen van een volledig volgebouwd gebied, doorkruist met asfaltwegen, waar het groen is teruggedrongen tot een paar stadsparkjes. “Dat willen we juist niet”, zegt AVBB-vice-voorzitter Lubberhuizen. “We zien dat het nu een grote rotzooi dreigt te worden, dat de steden langzaam verder uitbreiden en stukjes van het groen afhalen en dat de mobiliteit in de Randstad stagneert. Dat is slecht voor de bedrijven, maar ook voor de inwoners van deze gebieden, die nu naar andere delen van Nederland vluchten op zoek naar ruimte. De corridor leidt niet tot lintbebouwing, maar remt dat juist af omdat er voor een heel gebied grenzen aan de verstedelijking worden gesteld.”

Anders dan in het verleden willen de bouwers deze keer voorop lopen in de discussie over een nieuwe inrichting van Nederland. Niet afwachten met welk beleid de overheid uiteindelijk komt, en dan als een soort uitvoerder aan het bouwen slaan, maar 'meedenken met de klant'. In het regeerakkoord van Kok-II is een 'houtskoolschets' aangekondigd met toekomstige infrastructurele ontwikkelingen, waarin ook het corridor-concept zal worden bestudeerd. Om te voorkomen dat zijn ideeën op het ministerie van VROM onmiddellijk worden afgeschoten, heeft het AVBB het ontwerpbureau van Riek Bakker ingeschakeld. Haar plan, dat vandaag is gepresenteerd, omvat het gebied langs de A4 tussen Rotterdam en Amsterdam.

Evenals het AVBB ziet Bakker (“Ik doe geen opdrachten waar ik niet achter sta”) de corridor als de ideale oplossing om de chaos in de Randstad aan te pakken en tegelijkertijd de inwoners een optimale woon-, werk- en recreatieomgeving te bieden. Essentieel in dat concept is dat er niet zozeer allerlei nieuwe initiatieven moeten worden genomen (zoals de steeds weer in de discussie opduikende monorail door de Randstad), maar dat bestaande of voorgenomen plannen op gemeente- en provincieniveau veel beter op elkaar worden afgestemd. Dat geldt voor de beheersing van vervoersstromen in het gebied, maar ook voor de vestiging van woningen en bedrijven en voor het beheer van het natuurlandschap.

“We hebben nog steeds het romantische idee dat de natuur vanzelf tot stand komt en dat je daar als mensen vanaf moet blijven. Maar dat werkt allang niet meer zo”, zegt Bakker. “In het corridor-concept is cruciaal dat er heel scherpe grenzen worden gesteld tussen verstedelijking en het groen. Niet om de natuur te beperken, maar juist om zeker te stellen dat we ook in de volgende eeuw nog groen hebben.”

Door te zorgen dat verschillende vervoersstromen goed op elkaar aansluiten, via zogenoemde transferpunten, kan ook binnen de steden een betere spreiding van wonen en werken worden gerealiseerd, stelt Bakker. En door een goede invulling van de natuur kunnen ook inwoners van Den Haag of Rotterdam op korte afstand van hun huis in het groen terecht. Bakker: “Op die manier krijgen mensen ook binnen de Randstad weer een gevoel van ruimte en vrijheid en hoeven ze niet meer te vluchten naar andere delen van Nederland, waardoor ook daar de druk afneemt.”