Platenindustrie komt met twee megaprojecten: 250 cd's met de grote pianisten van deze eeuw; Homerische catalogus van piano-Olympus

Philips Classics is bezig met het grootste cd-project ooit: Great Pianists of the 20th Century, tweehonderd cd's met oude plaat- en concertopnamen. Tegelijkertijd werkt Nimbus Records met vijftig cd's aan een iets bescheidener maar historisch gezien minstens zo interessante piano-editie, gebaseerd op pianorollen.

Great Pianists of the 20th Century: Philips Classics; Grand Piano: Nimbus Records.

AMSTERDAM, 12 OKT. Wie het zich kan permitteren ruim anderhalve maand lang voltijd klaviermuziek te luisteren, genegen is een diepte-investering te doen van vierduizend gulden, een forse meter kastruimte wil reserveren en zonder muis-arm-verschijnselen tweehonderd maal achtereen een nieuw plaatje in de cd-speler kan leggen, die zal in spanning het moment afwachten dat de cd-reeks Great Pianists of the 20th Century eind volgend jaar volledig zal zijn gereleased. Dit cd-project van Philips Classics is het grootste uit de geschiedenis van de platenindustrie en verdient met honderd dubbel-cd's een vermelding in het Guiness Book of Records. De serie Great Pianists onttroont daarmee de uit 180 cd's bestaande Mozart-editie van dezelfde maatschappij.

De lijst van uitverkorenen voor Great Pianists of the 20th Century laat zich voor een belangrijk deel lezen als een Homerische catalogus van pianolegenden. Tot de illusteren waarvan in deze megareeks intussen opnamen zijn verschenen behoren Martha Argerich (present met Bach, Liszt, Ravel, Prokofjev, Rachmaninov en Chopin), Claudio Arrau (vertegenwoordigd met onder anderen Bach, Balakirev en Brahms), Wilhelm Backhaus (met onder meer een vooral in ritmisch opzicht superieure Beethoven), Alfred Brendel (met Haydn en consorten), Emil Gilels (met Bach, Bach/Busoni en Beethoven), Clara Haskil (met, uiteraard, Mozart), Vladimir Horowitz (met briljante Schumann-vertolkingen), Julius Katchen (met een Brahms-sonate die beter in de archieven begraven was gebleven), Wilhelm Kempff (met nog altijd dwingende Brahms-vertolkingen) en Sergej Rachmaninov (met een heleboel los grut van eigen hand).

In de maanden die ons nog scheiden van het nieuwe millennium komen daar Walter Gieseking, Géza Anda, Glenn Gould, Myra Hess, Radu Lupu, Ignacy Paderewski, Maria João Pires, Krystian Zimerman, Artur Rubinstein, Arthur Schnabel en vele anderen bij.

Great Pianists of the 20th Century is een echte fin-de-siècle-editie. Vanuit het jaar 2000 wordt met een omvademende blik teruggezien op de afgelopen eeuw. Executive producer Tom Deacon beluisterde een lucullische hoeveelheid 78- en 33-toerenplaten, compact discs en op band vereeuwigde recitals, waarna hij in een uniek samenwerkingsverband met concurrerende maatschappijen als EMI, BMG, Sony, Vanguard en Warner een hoeveelheid klavierleeuwen selecteerde die hij boekstaaft als de besten van de huidige eeuw. 25 procent van de opnamen verscheen nooit eerder op cd, 90 minuten muziek nooit eerder op geluidsdrager.

En hoewel met Brendel, Pires, Lupu en Zimerman ook enkele van de meesterpianisten van dit ogenblik zijn vertegenwoordigd, is het duidelijk dat Philips vooral terugblikt, niet vooruit en amper om zich heen. Op de vraag of dat erg is zijn verschillende antwoorden mogelijk. Een volmondig neen zullen zij roepen die het belang van een historiserende archivering inzien. Great Pianists of the 20th Century is een klinkende klavierencyclopedie waarvan de waarde als naslagwerk en bron van studie buiten kijf staat.

Aan de andere kant is een grootschalig regressief beleid op de lange termijn natuurlijk funest voor de branche en alarmerende geluiden hierover zijn steeds vaker te vernemen, ook van vooraanstaande artiesten die gedwongen worden voor de zoveelste maal het ijzeren repertoire te herkauwen. De klassieke-muziekindustrie mag tot rampgebied worden verklaard. Daarvan is deze Chinese Muur onder de cd-edities misschien wel het beste bewijs.

Moeilijk toegankelijke contemporaine composities zal men tevergeefs zoeken op deze cd's. Daar staat echter zoveel historisch klankschoon tegenover dat Great Pianists of the 20th Century op voorhand alle kritiek de hartader afsnijdt. Dinu Lipatti danst lichtvoetig door een Partita van Bach, Vladimir Horowitz hamert een halsbrekende Toccata van Schumann. Wilhelm Backhaus neemt een loopje met je verwachting door in Beethovens Pathétique doodleuk vrijwel het gehele eerste deel te herhalen en niet alleen het Allegro molto e con brio, terwijl hij bovendien in die herhaling menige eigen variant ten beste geeft. Clara Haskil spint ragfijne lijntjes in vijf concerten van Mozart. Josef Lhévinne grijpt Chopin aan om zijn octaaftechniek als een precisie-uurwerk te etaleren en Rachmaninov koketteert joviaal met Kreisler, Bach en zijn eigen creaties.

Wie niet tot volgend jaar kan wachten om Ignacy Paderewski, Josef Hofmann of Ignaz Friedman te beluisteren, kan op dit moment reeds terecht bij de cd-serie Grand Piano van Nimbus Records (in Nederland vertegenwoordigd door Harmonia Mundi), die in historisch opzicht minstens zo interessant is als de Philips-reeks. Grand Piano zal in 2000 een geplande omvang bereiken van vijftig cd's met opnamen die in de eerste decennia van onze eeuw werden gemaakt voor de Aeolian Company. Deze firma ontwikkelde het digitale Duo Art-systeem voor pianorollen. De rollen sturen met behulp van een voorzetapparaat de toetsen aan en stellen ons in de gelegenheid tot op de dag van vandaag live en zonder storende ruis de soepele en omfloerste swing van George Gershwin in zijn eigen Rhapsody in Blue te beluisteren of het geserreerde, haast hoofse spel dat Prokofjev laat horen in zijn Sarcasmen.

Ook wijdvermaarde musici als Ferruccio Busoni, Harold Bauer, Percy Grainger en Nikolaj Medtner zijn in de reeks Grand Piano vertegenwoordigd. Omdat Nimbus zich beperkt tot de archieven van de Aeolian Company is de keuze van de geselecteerde musici veel minder vatbaar voor kritiek dan bij de Great Pianists.

Hoewel tweehonderd cd's natuurlijk een overweldigend aantal blijft, was ook daar een strenge selectie onvermijdelijk omdat het aantal verblijfplaatsen in de pianistieke Olympus nu eenmaal beperkt is. Maar als André Watts en André Previn daar op gezag van Philips resideren, dan zou ook Ferruccio Busoni, Harold Bauer, Dirk Schäfer, Cor de Groot, Marguerite Long, Eduard Steuermann, Manuel Rosenthal, Emil von Sauer en Ernst von Dohnányi toegang moeten worden verschaft. En Samuel Feinberg en Elly Ney en Egon Petri. En Louis Kentner, Lazar Berman, Bruno-Leonardo Gelber, Yvonne Loriod... Maar om nu een Great Pianists of the 20th Century Volume II te propageren?