Ondanks alles gereformeerd gebleven

Het traditionele kerkvolk reageerde onlangs geschokt op het nieuwe boek van de theoloog Harry Kuitert, over de menselijke natuur van Jezus. Toch is de gereformeerde ethicus niet in alle opzichten progressief te noemen.

'Hij raakt een snaar”, zegt de Haarlemse hervormde predikant Jurjen Beumer. “Hij verwoordt heel knap wat bij mensen leeft. Toen hij vorige week kwam spreken over zijn nieuwe boek liep half Haarlem uit. De hele zaal was gevuld.” “Een van mijn best verkochte auteurs”, zegt Ton van der Worp, oud-directeur van uitgeverij Ten Have in Baarn: “Elk boek van zijn hand is een evenement, omdat hij zo'n uitstekende journalistieke neus heeft. Hij is als geen ander in staat om ingewikkelde zaken eenvoudig te vertellen. Heel wat collega-geleerden zullen daar best jaloers op zijn.”

Hij is nu al meer dan tien jaar met hoogleraarspensioen, maar toch blijft de gereformeerde theoloog en ethicus dr. Harry Kuitert het grote publiek bezighouden. In zijn laatste boek rekent hij af met een van de belangrijkste dogma's van de christelijke kerk: Jezus Christus was niet de zoon van God, maar een mens als ieder ander, schrijft Kuitert in Jezus: nalatenschap van het christendom. Het boek sloeg in als een bom. “Kuitert heeft de christenen gekrenkt”, schreven gereformeerde, hervormde en evangelisch-lutherse kerkbestuurders. De drie kerkgenootschappen proberen al jaren te fuseren en wisten allang dat ze het ten minste over één ding volkomen eens zijn. Dat God, Vader, Zoon en Heilige Geest een eenheid vormen en dat dat de basis van de gemeenschappelijke kerkelijke verkondiging moet zijn en blijven. En uitgerekend dat punt stelt Kuitert nu weer ter discussie. Om te redden wat er te redden valt, belegden de kerken een grote vergadering voor januari volgend jaar.

Kuitert zal er niet bij zijn. Ondanks het feit dat hij in zijn lange carrière het ene na het andere hoogst controversiële boek heeft geschreven, houdt hij niet van openlijke conflicten. Een formele breuk met zijn gereformeerde geloofsgenoten heeft hij altijd kunnen voorkomen. “Ondanks alles is hij altijd een echte gereformeerde theoloog gebleven”, zegt G.H. ter Schegget. De Leidse oud-hoogleraar theologie herinnert zich Kuitert nog uit de jaren zestig en zeventig, toen ze samen in de redactie van het blaadje Voorlopig zaten. “In zijn latere boeken was hij met de pen altijd veel vooruitstrevender dan met de tong op openbare bijeenkomsten. Mondelinge debatten met vakgenoten vermijdt hij. Daar is hij bang voor.”

Van de kant van de gereformeerde synode is er wat Kuitert betreft meestal nogal terughoudend gereageerd. Blijkbaar was hij een te belangrijke persoon om zonder meer aan te pakken als wat hij leerde en schreef niet in overeenstemming was met de gereformeerde kerkleer. Volgens Piet Halma, directeur externe communicatie van de IKON en oud-voorlichter van de Gereformeerde Kerken in Nederland, heeft de synode het nooit aangedurfd iets tegen Kuitert te ondernemen: “In de synode zelf was de stemming over Kuitert heel wisselend. Van een inquisitiesfeer is nooit sprake geweest.” Toch heeft hij volgens uitgever Van der Worp door toedoen van kerkelijke instanties wel de “nodige kwetsuren” op gelopen. “Hij heeft een stevige allergie voor allerlei kerkelijke types ontwikkeld. Dat verbaast me niet want ze hebben hem vaak genoeg als een gevaarlijke nieuwlichter beschouwd. Hij is ook nooit voor enige kerkelijke adviescommissie gevraagd. Dat heeft 'm zeer gestoten.”

Harminus Martinus Kuitert werd op 11 november 1924 in Drachten geboren, maar groeide op in Den Haag, waar zijn vader kort daarna een aanstelling kreeg als onderwijzer. Het was een traditioneel gereformeerd gezin. Gedurende de oorlog nam de jonge Kuitert deel aan verzetswerk. Hij moest onderduiken om aan de greep van de vijand te ontkomen. Direct na de oorlog ging hij studeren aan de toen nog oer-gereformeerde Vrije Universiteit in Amsterdam. Geruime tijd had hij geaarzeld of het klassieke talen of theologie moest worden. Uiteindelijk koos hij voor de laatste studierichting. Kuitert werd een leerling van de gereformeerde godgeleerde Berkouwer die niet alleen ruim twintig delen dogmatiek heeft geschreven, maar onder gereformeerden ook belangstelling wist te wekken voor de Duits/Zwitserse theoloog Karl Barth, die destijds bij niet-gereformeerden al in hoog aanzien stond. Na zijn afstuderen werd Kuitert gereformeerd predikant in Zeeland. Hoe traditioneel de gereformeerde wereld vlak na de oorlog was, merkte de jonge Zweedse sociologe Inga Westling. In 1947 ontmoette ze Kuitert op Schouwen Duivenland, waar ze met een internationale groep studenten kwam helpen bij de fruitoogst. In 1948 kwam ze in Amsterdam werken om hem beter te leren kennen; een jaar later trouwde ze met hem. Ze kregen vier kinderen. In 1974 vertelde ze tijdens een interview met deze krant over de eerste tijd met haar toekomstige echtgenoot: “Hij woonde op een kamer aan de Amstel, ik aan de Keizersgracht. Als het in deze tijd was geweest, hadden we samengewoond, maar dat deed je toen niet. Als we bij vrienden in Den Haag gingen logeren, moesten we 's maandagsmorgen voor dag en dauw op zodat ik op tijd op kantoor in Amsterdam kon zijn. Reizen op zondagavond, dat kwam bij mijn man toen niet op.” Het huwelijk met iemand uit het socialistische Zweden had veel invloed op de jonge Kuitert. In 1950 verhuisde het jonge koppel naar Scharendijke (Schouwen Duiveland), waar Kuitert was aangesteld als predikant. Het jonge paar ging regelmatig op bezoek in Uppsala, Inga's geboorteplaats: “Dat contact met een heel anders gestructureerde maatschappij moet z'n invloed gehad hebben op het denken van mijn man.”

Ook de Watersnoodramp van 1953 was belangrijk voor de ontwikkeling van het denken van de jonge dominee, die met zijn Zweedse vrouw wel een beetje een vreemde eend in een loodzwaar gereformeerde omgeving was. Veel leden van zijn kerk zijn door de watersnoodramp om het leven gekomen. Hij moest ze begraven. “Dat is heel emotioneel voor hem geweest”, herinnert oud-IKON-redacteur Henk Biersteker uit de tijd dat hij nog veel contacten met Kuitert had. “Ik denk alleen dat het latere overlijden van zijn dochter Kaisa hem nog veel meer heeft aangegrepen.” Volgens de Kampense hoogleraar P.N. Holtrop leidden Kuiterts ervaringen tijdens de Watersnoodramp bij hem ook tot een breuk met de gereformeerde dogmatiek: “Toen heeft hij geleerd dat het leerstuk van de goddelijke voorzienigheid niet opgaat.”

In 1955 werd Kuitert studentenpredikant in Amsterdam. Karel Deurloo, tegenwoordig hoogleraar bijbelse theologie aan de Universiteit van Amsterdam, herinnert zich Kuitert nog goed: “Ik was destijds zeer op hem gesteld. Hij was echt een fantastische dominee.” Ook Pieter Holtrop, destijds student in Amsterdam, was een bewonderaar: “Ik zou dolgraag naar catechisatie bij hem zijn gegaan, maar dat mocht niet. Hij was namelijk studentenpredikant bij de Universiteit van Amsterdam, ik studeerde aan de Vrije Universiteit.” De studenten van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig waren nog traditioneel. Tot de bezetting van het Maagdenhuis was nog een lange weg te gaan. Toch kreeg Kuitert al te maken met de eerste tekenen van maatschappelijke verandering. Gemengde huwelijken waren een 'kwestie'; Kuitert ging met de ouders van zijn studenten praten, als die weigerden toestemming te verlenen.

In 1962 promoveerde de studentenpredikant. Uit zijn dissertatie De mensvormigheid Gods bleek welke ontwikkeling Kuitert inmiddels had doorgemaakt. In het proefschrift zette hij zich niet alleen af tegen de traditionele protestante orthodoxie, maar bekritiseerde hij ook de nieuwe theologie van Karl Barth. Er zouden nog vele spraakmakende publicaties volgen. In 1967 werd Kuitert hoogleraar ethiek en inleiding dogmatiek aan de Vrije Universiteit, een functie die hij twintig jaar zou bekleden. Als ethicus bemoeide Kuitert zich met tal van zaken, zoals abortus, euthanasie en zelfdoding. Ook was hij lid van het presidium van de Gezondheidsraad, lid van de Nationale commissie aidsbestrijding en lid van de Commissie aanvaardheid levensbeëindigend handelen. En telkens weer schokte hij zijn gereformeerde achterban met zijn progressieve standpunten. “De hele abortusdiscussie van het begin van de jaren tachtig was van een heel matig niveau”, zegt Heleen Dupuis, hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Leiden: “Kuitert heeft die discussie een enorme duw gegeven.”

Maar wie Kuitert simpelweg wil indelen in het 'vooruitstrevende' kamp van de jaren zeventig en tachtig vergist zich. Waar hij progressief was bij 'micro-ethische' vraagstukken, moest hij bij 'macro-ethische' kwesties zoals de kernbewapening of apartheidspolitiek in Zuid-Afrika, weinig hebben van uitsproken linkse kerkelijke stellingnames. “De Bergrede van Jezus inspireert wel tot een christelijke levenshouding, maar je kunt er geen politiek mee voeren”, heeft hij menigmaal beweerd.

In de jaren negentig pakte hij het thema van zijn proefschrift weer op. In zijn eerste theologische traktaat had hij al vraagtekens gezet bij de goddelijke natuur van Christus. In zijn laatste omstreden werk komt hij tot een wel zeer drastische ontmanteling van Jezus. Niet alleen rekent Kuitert af met wat de kerkelijke traditie aan denkmodellen heeft bedacht, ook komt hij tot een ultieme relativering van wat het Nieuwe Testament zelf over Jezus vertelt. De vier evangeliën zijn geloofstraktaten, theologische werken. Feitelijke informatie over wat Jezus gezegd en bedoelt heeft, geven ze niet, aldus Kuitert.

Het boek zorgde voor de zoveelste opschudding in protestant Nederland rond de gereformeerde theoloog. Vooral het gewone kerkvolk reageerde geschokt. Collega-theologen waren nauwelijks verrast. Hoogleraar Deurloo: “Wat hij schrijft, interesseert me al betrekkelijk lang niet meer. Hij is een echte gereformeerde theoloog die de theologische discussies van de vorige eeuw nog een probeert over te doen. Dat gaat toch gewoon niet meer.” En R. Reeling Brouwer, docent dogmatiek in Kampen, begrijpt ook al niet goed wat het grote publiek zo aanspreekt in Kuiterts werk: “Hij spreekt natuurlijk in mooie oneliners en dat kunnen wij theologen meestal niet. Maar ik kan nu echt niet meer peilen wat hem nog beweegt. Kuitert laat de kerkelijke dogmatiek helemaal los.”

“Eigenlijk is hij helemaal geen goede theoloog”, zegt oud-hoogleraar Ter Schegget: “Die stelling durf ik wel aan. Kuitert lijdt aan een grenzeloze oppervlakkigheid. Het probleem met hem is dat hij ons in de theologie niets verder brengt. Wat hij schrijft, klinkt progressief, maar wat koop je ervoor. Hij wendt zich alleen maar af van de theologie.” Heleen Dupuis vindt Kuitert “een heel goede ethicus”. Toch is zijn werk op het gebied van moraal en dogmatiek nauwelijks vernieuwend, zegt ze. “ Kuiterts geschriften plaatsen hem in de mainstream van het liberale en vrijzinnige denken.” Margriet Gosker is Kuiterts wijkpredikant in Amstelveen. Ze wordt al dertig jaar met hem achtervolgd, zegt ze. “In het streng gereformeerde gezin waar ik opgroeide, werd Abraham Kuyper geadoreerd en werd er tegen Kuitert gewaarschuwd. Ik was zijn leerling, heb bij hem gestudeerd, bovendien is hij mijn achterbuurman. Altijd heb ik op Kuitert moeten reageren. Nooit heeft iemand me gevraagd wat ik zelf geloof. Hij heeft aan mijn bevrijding meegewerkt, hij heeft allerlei geloofszaken heel helder uiteengezet, maar op een gegeven moment ben ik afgehaakt. Ik hield het niet meer bij hem uit. Hij is me te rationeel geworden. Ik wil dat nieuwe boek niet lezen, maar ik ontkom er niet aan. De leden van mijn gemeente vragen er voortdurend naar.”