Maastricht biedt podium voor jonge choreografen

Nederlandse Dansdagen in Maastricht. Voorstelling: Werk in Uitvoering. Gezien: 9/10, Bonbonnière. Verder: forumdiscussie (10/10) en master class (11/10).

In Maastricht zijn de dranghekken voor het WK-wielrennen nog niet verwijderd, of ze staan alweer klaar voor de 64 majorettes, die op het Vrijthof The Chairman Dances brengen, een gelegenheidschoreografie van Nils Christe. De traditionele Avond van de Nederlandse Dans tijdens de Nederlandse Dansdagen heeft sinds dit weekeinde ook een middageditie en is bovendien uitgebreid met andersoortige programma's. Beginnende choreografen presenteerden zich in Werk in Uitvoering en namen deel aan een master class van de Amerikaanse choreografe Jennifer Muller. Tussendoor was er een forumdiscussie over 'choreografie als vak'. Deze schaalvergroting is een verrijking. Hoewel over de kwaliteit van de nieuwe activiteiten valt te twisten, is het evenement als geheel, waarvan de NPS vanavond een verslag uitzendt, prettig veelzijdig geworden.

Werk in Uitvoering biedt beginnende choreografen een podium. Dat is prachtig, maar ook gevaarlijk, zeker als er zeer onvolgroeide appels en peren bij zitten. Natuurlijk moeten die zich kunnen laten proeven door een publiek. Maar dan liever in een minder prestigieuze omgeving dan de Nederlandse Dansdagen.Van de stukken die nu de revue passeerden (geen van alle premières) boeiden slechts enkele, ook al werd er over het algemeen goed gedanst. De bewegingstaal is zelden verrassend, een dramaturgische opbouw komt nauwelijks verder dan het slaafs volgen van de muziek en een heldere overdracht van het concept blijkt problematisch. Met 3.0.3 bewijst Massimo Molinari dat het ook anders kan. Een goede nummer twee en drie zijn Moods van Alfredo Fernandez en Mono/Stereo 3 van Nanine Linning.

Molinari danst bij Krisztina de Châtel. Hij heeft zijn eerste schreden als choreograaf gezet in haar workshop, een broedplaats die elk zichzelf respecterend gezelschap tegenwoordig heeft. Fernandez heeft eenzelfde geschiedenis, bij Het Nationale Ballet. Om als choreograaf verder te komen volgt hij momenteel vakken aan de School voor Nieuwe Dans Ontwikkeling in Amsterdam. Linning is danseres en behoort tot de eerste lichting afgestudeerden 'choreografie' aan de Rotterdamse Dansacademie. Hun collega's Joao Andreazzi, Nicolas Legrand, Nicole Peisl en Kory Perigo volg(d)en soortgelijke trajecten. Werk in Uitvoering maakt duidelijk dat er diverse, korte en lange, wegen naar Rome leiden, en dat choreograferen een kunst en vak apart is.

Toch kan over deze uitgangspunten worden gesteggeld, zo bleek tijdens de forumdiscussie een dag later. Word je als choreograaf geboren of is kunstmatige inseminatie een optie? De panelleden Hilke Diemer (coördinator afstudeervariant choreografie in Rotterdam), Benjamin Harkarvy (docent aan de Julliard School in New York), Paul Selwyn Norton (choreograaf), Martijn Padding (componist), Valerie Preston-Dunlop (danswetenschapper aan het Laban Centre in Londen), Muller en Ed Wubbe (artistiek leider Scapino Rotterdam) fronsten hun wenkbrauwen. 'Het is een roeping, een drang!', riepen ze in koor. Vervolgens beweerde niemand dat bepaalde basisvaardigheden niet te leren te zijn - hoewel Harkarvy aardig in de buurt kwam met zijn 'survival of the fittest'-opvattingen.

Doorgaans leert een choreograaf in de praktijk, vaak als gezel van een meester. In Nederland bestaat geen officiële choreografie-opleiding. Rotterdam doet het 'stiekem', in de vorm van een afstudeervariant; de tweede-fase opleiding DasArts is in de eerste plaats multidisciplinair. Zijn choreografen in spe dan zoveel briljanter dan regisseurs of componisten? De reden waarom zij nog niet naar school kunnen, heeft wellicht te maken met de definiëring van het vak. Deze schijnt moeilijk te zijn.

Voorzitter Henk Oosterling (filosoof) benadrukte het ontbreken van een universeel notatiesysteem, zoals het notenschrift voor muziek. De dansdeskundigen weigerden dit verschil als een probleem te zien. Zij hamerden op de persoonsgebonden bron van elke dansbeweging. Om te scheppen heeft een choreograaf lichamen in een studio nodig. Choreograferen is echter meer dan bewegingen verzinnen. Het werken aan een concept kan uitstekend thuis aan de keukentafel. Afgaande op de discussie bestaat het opleiden tot choreograaf vooral uit algemeenheden zoals 'het leren leren' en in 'het leren communiceren van de eigen visie'.

Ook de masterclass van Muller gisteren bracht geen aanscherping. Wel teleurstelling en zelfs irritatie, bij mij althans. Het was Mullers opdracht Werk in Uitvoering te 'redigeren'. Zij kwam met twee vrijblijvende kringgesprekken, die het publiek, dat zich van haar juist in deze 'intieme' les moest inleven, volledig buitensloten. Ook gaf ze enkele basale opdrachten, rond het verbeelden van emoties en het creëren van dynamiek. Waarin deze oefeningen verschillen van oefeningen voor dansers, is mij een raadsel. Maar Muller heeft geen tijd voor meer en wil bovendien geen kritiek geven. 'Dat sluit alle deuren. Everybody wants to be loved.'

Is de jonge choreograaf, die verder is dan het absolute nulpunt, hierbij gebaat? Juist Muller als 'master' mag en kan meer eisen van haar 'class'. Terecht stimuleert zij 'de spontane, emotionele respons van het individu'. Maar daarna komt, juist voor choreografen en docenten, de analyse. Een voorkeur voor haar comfortabele 'love and peace'-strategie zegt, naar ik vrees, veel over de benadering van choreografie als vak.