Legertenten klaar voor asielzoekers

Vandaag wordt de laatste hand gelegd aan het tentenkamp bij Ermelo, waar 700 asielzoekers gehuisvest moeten worden.

ERMELO, 12 OKT. Er staan enkele tientallen legergroene tenten in een zompig heidelandschap. In de tenten staan zes bedden, voorzien van dekens, lakens en een stuk schuimplastic als hoofdkussen. Midden in de tent staat een kachel, waarvan de pijp dwars door het dak naar buiten steekt. Onder de bedden bloeit de heide.

Achter de Generaal Spoor-kazerne, net buiten Ermelo, leggen militairen de laatste hand aan het tentenkamp, waarin 700 asielzoekers moeten worden gehuisvest. Afgelopen donderdagavond kreeg burgemeester T. Bunjes van Ermelo een telefoontje van staatssecretaris Cohen: dat het terrein was aangewezen als noodopvang voor asielzoekers. Bunjes, zo zei hij vanochtend bij een bezoek aan het tentenkamp, had geen keuze. “Ik kon geen ja of nee zeggen, het was gewoon een aanwijzing door de staatssecretaris.” Niet dat de burgemeester op zich nee had willen zeggen: “Ik zie ook de noodzaak van een dergelijke opvang.”

Bunjes had zijn polderlaarzen meegenomen, en dat was beslist geen overbodige luxe. Wie het kamp wil bezoeken, moet eerst per auto over een modderig en zeer glibberig zandpad naar de achterzijde van de kazerne. Er is een oprijlaan aangelegd met platen waarover vrachtwagens met goederen en jeeps met militairen rijden. Het terrein zelf is zeer drassig. De laarzen van Bunjes zakken regelmatig een eindje in de modder weg. De burgemeester noemt de inrichting van de tenten “sober” en daar is geen woord aan gelogen. Er zijn bedden, twee tafels, zes stoelen, een kachel en een brandblusser. In het midden van de tent ligt een stuk zeil op de grond, aan de randen van het terrein staan mobiele chemische toiletten.

Vanaf afgelopen vrijdag is het Regionaal Militair Commando Oost met ongeveer 400 militairen bezig geweest het terrein bewoonbaar te maken. Er zijn lichtmasten opgesteld en de tenten zijn ingericht. Bij één van de tenten sjouwen drie militairen in de stromende regen met hoofdkussens. Aan het begin staat een houten keet, de receptie. Voor de ingang ligt een groot aantal houten pallets om met droge voeten binnen te kunnen komen.

Bunjes laat zich voorlichten door T. van Dijk die namens de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) als coördinator optreedt. Het overleg verloopt moeizaam, want Van Dijk krijgt continu gesprekken binnen op zijn mobiele telefoon. Alles is in gereedheid, beaamt de coördinator als zijn GSM even zwijgt. Logistiek is alles klaar, de bewegwijzering vanaf het station naar het tentenkamp is inmiddels onder handen genomen en er is een opzet voor de administratie. Het is ook voor Van Dijk de grote vraag wanneer de eerste asielzoekers hun intrek zullen nemen in de tenten. “We zitten gewoon te wachten”.

In Leiden wordt deze week ook een tent voor asielzoekers gebouwd, en in Dokkum komt een tent voor honderd vluchtelingen. Deze tent komt te staan op het terrein van het asielzoekerscentrum.