'Hoger onderwijs kan ook leren van buitenland'

In Parijs werd vrijdag de UNESCO-conferentie over hoger onderwijs afgesloten. De 183 aanwezige landen verplichten zich het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken.

PARIJS, 12 OKT. Het Nederlands hoger onderwijs moet flexibeler en internationaler worden. Door de doctorandustitel op te heffen en de bachelors- en mastertitel in te voeren, wordt internationale aansluiting eenvoudiger. Daarnaast zouden studenten niet alleen aan het eind van de studie een diploma moeten krijgen, maar ook tussentijds een afrondend examen kunnen doen.

Dit zei prof.dr. P. de Meijer, aanwezig op de UNESCO-conferentie over hoger onderwijs die vrijdag in Parijs werd afgesloten. De Meijer was voorzitter van de Nederlandse delegatie. De conferentie ging akkoord met de declaratie 'hoger onderwijs voor de 21ste eeuw'. Daarin verklaren de 183 aanwezige landen - waaraan 125 hun minister van Onderwijs hadden afgevaardigd - onder meer dat het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk moet zijn; een doorbraak omdat in veel landen dit slechts is voorbehouden aan een sociaal-economische elite. Daarnaast zegden de lidstaten toe zowel de vrijheid als de kwaliteit van het hoger onderwijs te waarborgen. Ook werd benadrukt dat het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt beter op elkaar afgestemd moeten worden.

Wat is het belang van deze conferentie voor Nederland, de meeste doelstellingen zijn bij ons toch gerealiseerd?

De Meijer: “Ik vind het een vorm van misplaatste arrogantie om te denken dat Nederlanders hier niets kunnen leren. In de verklaring staat bijvoorbeeld dat hogeronderwijsinstellingen de studenten niet alleen vakkennis, maar ook ethisch besef moeten bijbrengen. Daar mogen we best eens bij stil staan. Een ander punt is de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Waarom blijft het aantal allochtonen procentueel ver achter bij de autochtonen? Omdat ze niet door de Havo of het VWO heenkomen? Dan moeten we les- en ondersteuningsprogramma's ontwikkelen om daar verbetering in te brengen. Maar toegegeven, aan veel doelstellingen zullen wij inderdaad makkelijk kunnen voldoen. Neem bijvoorbeeld ons systeem van kwaliteitsbewaking met behulp van visitatiecommissies. Wat dat betreft is het aangenaam te merken dat zoveel landen ons beleid op dat punt willen overnemen.”

Veel landen zullen hun hogeronderwijsbeleid drastisch moeten veranderen als ze aan de verklaring willen voldoen. Zijn er in Nederland nog stevige ingrepen nodig?

“Ik voorzie dat de strikte scheiding tussen beroepsgerichte hogescholen en academisch georiënteerde universiteiten op termijn zal verdwijnen. Ik pleit er niet voor om beide instellingen in elkaar op te laten gaan, maar wel voor een veel geleidelijker overgang. Velen zijn echter zo gehecht aan dit binaire stelsel dat het nog wel een tijd zal duren voor het zover is.”

Wat is daarvan het voordeel?

“Studenten kunnen dan makkelijk switchen tussen een beroepsopleiding en een academisch gerichte studie. Bovendien kun je zo het studieprogramma flexibiliseren door eerst een breed basisprogramma, een soort bachelors, aan te bieden. Dat zou studenten de mogelijkheid geven een studie na de bachelors met een diploma af te sluiten. Nu is een student die alle tentamens heeft gehaald, maar zijn scriptie niet heeft geschreven, gesjeesd. Doodzonde. De universiteiten zouden bovenop de basisopleiding meer gespecialiseerde masterprogramma's kunnen verzorgen, al dan niet in samenwerking met het bedrijfsleven. Die kunnen studenten aansluitend aan de basisopleiding volgen, maar ook later. Dat sluit mooi aan op 'een leven lang leren', waardoor hogeronderwijsinstellingen gedwongen zullen worden om aanvullende cursussen en opleidingen te bieden.”

Wat is in de verklaring een belangrijke Nederlandse inbreng geweest?

“Het artikel dat vermeldt dat studenten het recht hebben zich te organiseren is een Nederlands amendement. Japan heeft zich daar heftig tegen verzet maar zich er uiteindelijk bij neer moeten leggen.”

Wat is de dwingende kracht van de verklaring?

“De verklaring is een aanbeveling. We kunnen een land dat zich er niet aan houdt tot niets dwingen. Maar ze hebben de declaratie niet voor niets ondertekend. Het probleem in ontwikkelingslanden is geld. Zeker als de economische crisis doorzet, zal het hoger onderwijs in die landen niet bovenaan het prioriteitenlijstje staan.”

Heeft de verklaring door de vele amendementen die tientallen landen hebben ingediend niet veel aan kracht verloren?

“De tekst is inderdaad wel wat wollig geworden, omdat iedereen zich in de formulering moest kunnen vinden. Maar dat is nu eenmaal het politieke spel.”