Een piepklein glassplintertje doorboort Boogerds kansen

BERG EN TERBLIJT, 12 OKT. Op wat vuil in zijn ooghoeken na was de modder uit het gezicht van Michael Boogerd geveegd. Maar de teleurstelling over zijn lekke voorband in de finale van de WK was onuitwisbaar. “Als zoiets nou tijdens het WK in San Sebastian gebeurt, of volgend jaar in Verona, dat is nog tot daar aan toe. Maar ik zal nooit meer een wereldkampioenschap op de Cauberg rijden.” De vijfde lekke band in de Nederlandse ploeg - na Marc Lotz (tweemaal), Danny Nelissen en Aart Vierhouten - was de fatale.

Boogerd besefte dat hij op een historisch moment 'lek' reed, met desastreuze gevolgen. Op het WK voor eigen publiek, uitgerekend in de laatste ronde en ruim voor de laatste beklimming van de Bemelerberg en de Cauberg, beroofde een piepklein stukje glas Boogerd van de kans in de laatste kilometers om de wereldtitel te strijden. “Zoiets mag eigenlijk niet gebeuren, zoiets kán eigenlijk niet gebeuren”, zei Boogerd ontgoocheld.

Niet op kasseien of op een slecht wegdek maar op een nieuwe laag asfalt - speciaal aangebracht voor het WK - liep de voorband van Boogerd langzaam leeg. “Het was een hele rare gewaarwording om op zo'n manier lek te rijden. Ik dacht eerst nog aan doorrijden. Het was een afloper en ik dacht dat ik er misschien de Bemelerberg nog mee zou halen. Daar had ik 'm dan willen wisselen. Maar ik kon in de groep van zes al niet meer op kop rijden en op een gegeven moment reed ik op m'n velg. Precies toen Camenzind er vandoor ging.” Boogerd beweerde dat hij de kracht had om met de Zwitser mee te springen, maar dat pech hem in de weg stond.

Terwijl Boogerds wiel werd verwisseld, kon hij een streep halen door zijn strijdplan voor de finale. “Ik wilde op de Cauberg gaan. In een sprint zou ik geen schijn van kans hebben gehad. Om wereldkampioen te worden had ik het daar moeten doen, dat was de ideale plek. De mensen op de Cauberg werden gek. Van de vijftien keer dat ik daar naar boven ben gegaan, heb ik het dertien keer niet gevoeld. Bergop hoefde ik voor niemand te vrezen. Ik had de vorm die ik in het voorjaar en in de Tour had”, zei Boogerd, die zowel in Luik-Bastenaken-Luik als in de Ronde van Frankrijk vijfde werd.

Maar vanaf het moment dat zijn fiets van een nieuw wiel was voorzien, was Boogerd veroordeeld tot een bijrol. In de zuiging van de auto van bondscoach Knetemann kwam hij nog terug bij Armstrong en Aebersold. “Ik deed alles wat God en de UCI verboden hebben”, zei Knetemann over zijn stayerswerk waarvan Boogerd dankbaar gebruik maakte. Het kwam de renner op een boete van dertig Zwitserse frank te staan, omgerekend ruim veertig gulden.

“Armstrong was niet meer super, Aebersold ook niet”, zei Boogerd over de Amerikaan en de Zwitser met wie hij tevergeefs op Van Petegem en Bartoli joeg. Boogerd troostte zich met de gedachte dat de Nederlandse ploeg goed had gereden. “Met de renners van de Rabobank zaten we steeds voorin. Ook Marc Wauters (een Belg in Nederlandse dienst, red.) heeft me nog geholpen. In hem had ik even een extra ploegmaat.”

In de Ronde van Spanje, waar hij zich voorbereidde op de WK, had Boogerd voor het laatst 'lek' gereden. “Een paar keer zelfs. Maar zoiets mag niet in Nederland gebeuren, in zo'n kansrijke positie.” Als, als, als. Boogerd zal het nog vaak moeten horen. Hij gaf toe ook zelf de neiging te hebben op die toer te gaan. “Dit moet ik snel uit m'n kop zetten. Ik moet er niet te veel aan denken, anders heb ik een slecht weekje.” Toch won de emotie het van de rede. “Ik heb hier het hele jaar naartoe geleefd. Hier moest het allemaal gebeuren. Ik was een van de favorieten en ik stond er. Ik kon weer met de besten mee. De afgelopen week werd de druk op mij steeds groter en daar ben ik niet onder bezweken”, zei Boogerd, voordat hij weer op zijn vieze fiets stapte. Langs het erepodium reed Boogerd naar de Cauberg, het decor van zijn droomscenario.

“Als ie geen pech had gekregen, had ik het nog moeten zien”, zei Knetemann. “Maar dat is achteraf gepraat. Het is misselijk om zo geklopt te moeten worden. Voor die jongen is het een ramp.”

Boogerd was de grote favoriet van burgemeester Nuytens van Valkenburg, gastheer van het WK. Ook bij hem kwam de klap hard aan. De vraag wat er door de burgemeester heenging toen zijn held door het noodlot werd getroffen, beantwoordde Nuytens met een wedervraag: “Heeft u ook gezien waar het gebeurde? Niet in de gemeente Valkenburg, maar in Margraten.” Schertsend: “Zoiets gebeurt bij ons niet.”