ATTRACTIE TUSSEN BLÈRENDE BELGEN

Ron Zwerver is de nieuwe attractie in de Belgische volleybalcompetitie. Gisteren speelde de 463-voudig international met WFT Knack Roeselare zijn eerste duel in en tegen Torhout (3-0). Supporters van de tegenpartij maakten hem uit voor “dikke nek”.

De Stedelijke Sporthal van Torhout puilt uit. Er kan echt niemand meer bij in het knusse zaaltje. De wedstrijd tegen Roeselare is een heuse streekderby in West-Vlaanderen en de tegenstander heeft ook nog eens Ron Zwerver in de gelederen. De Nederlander wordt aangekondigd als “dé transfer uit de Belgische volleybalgeschiedenis”. De meegekomen supporters van Roeselare juichen hun nieuwe ster hartstochtelijk toe, de fanatieke thuisaanhang gedraagt zich vijandig tegen Zwerver.

De speler wordt voortdurend voor “dikke nek” uitgescholden. Eén keer reageert hij tijdens de wedstrijd op een van die blèrende supporters op de vip-tribune. “Moet je nou kijken wat je aan het doen bent, man”, bijt Zwerver hem toe. De man schrikt en loopt rood aan. “Hij zat daar in zijn driedelig pak interessant te doen. Heel zielig”, vertelt Zwerver na afloop. “Ik had het wel een beetje verwacht dat het er zo aan zou toegaan in de Belgische competitie. Fanatieke toeschouwers, een hoempapa-orkestje. De muziek was in ieder geval beter dan in Nederland.”

Zwerver, olympisch volleybalkampioen, is een attractie in België. “De zalen zullen elke week vollopen. Ik heb even overwogen om Zwerver alleen te halen als ik van de andere clubs tien procent van hun recette zou krijgen”, zegt voorzitter Blauwblomme van Roeselare lachend. Het eerste contact tussen de fabrikant in papierwaren en Zwerver dateert van het huwelijksfeest van Brecht Rodenburg, de eerste Nederlander die voor Roeselare speelde. Naast Zwerver heeft de club momenteel nog twee Nederlandse spelers onder contract, Albert Cristina en Martin van der Horst. “Het zijn toffe kerels”, zegt Blauwblomme. De voorzitter meldt zich na het gewonnen duel (3-0) tegen Torhout enthousiast bij Zwerver op het veld. “De eerste is binnen!”

Torhout ligt op maar vijftien kilometer van Roeselare. De spelers van WFT Knack zijn gewoon met hun eigen auto gekomen. Zo ook Ron Zwerver. “Als we met Treviso naar Padova moesten, dat ligt op zo'n dertig kilometer, gingen we er 's ochtends met de bus heen, sliepen we 's middags in een hotel en speelden we 's avonds.” Voor de Nederlander hoefde dat allemaal niet. “Het sloeg nergens op. Heel overdreven.”

Zwerver wist dat hij een flinke stap moest terugdoen na zes seizoenen in de zeer professionele Italiaanse Serie A. In de meeste gevallen is dat niet erg, soms valt het toch wel tegen. “Zeven uur in een bussie voor een oefenwedstrijdje in Tours en dan blijkt de tegenstander niet te zijn gekomen. Dan denk je wel: Jezus, waar ben ik aan begonnen.” Ook de thuishal in Roeselare, Het Strohof, gelegen aan de Kruisboommolenstraat, is een flinke tegenvaller. Zwerver: “Ze hadden me al gewaarschuwd, maar toch was het de eerste keer schrikken. Een sporthal kan je het niet noemen. Het is een kippenhok, een schuur. Het is er hartstikke klein, koud en ontzettend smerig.”

Hij koos bewust voor een Belgische avontuur. Zwerver, 31 jaar inmiddels en sinds eind 1996 geen international meer, had genoeg van de hektiek in Italië. Het waren tropenjaren. “Voor een buitenlander is het uniek om zes seizoenen bij dezelfde club te spelen.” Hij wilde ook niet abrupt met volleyballen stoppen. In wat waarschijnlijk zijn laatste seizoen als speler wordt, gaat Zwerver bekijken of hij in Nederland een maatschappelijke carrière kan beginnen. “Dit wordt dus een tussenjaar.” Roeselare is dichter bij huis - drie uur rijden van Heiloo - en hij hoeft er veel minder wedstrijden te spelen dan in Treviso.

Hij had uiteraard ook in Nederland kunnen gaan volleyballen. “Daar heb ik wel aan gedacht”, vertelt Zwerver. “Ik heb ook met mensen gesproken. Maar het niveau in België is toch iets hoger. Hier heb je een paar studenten in de selectie, bij de Nederlandse clubs is het de helft. Ook is er in België meer te verdienen. Toch ga ik er in vergelijking met Italië dik op achteruit. Zo'n vier keer. Maar dat wist ik van tevoren.” Zwerver kon in België kiezen tussen Roeselare en Maaseik, al jaren de landskampioen. “Ik kon bij Maaseik meer geld krijgen. Maar ik heb voor mijn gevoel gekozen. Dat zei dat Roeselare beter bij me paste. Ik zie het als een uitdaging om deze ploeg een stapje verder te brengen. Vorig jaar verloor Roeselare in de finale van de playoffs net van Maaseik. Nu willen ze een keer die titel.”

Toevallig speelde Zwerver eind vorig seizoen met Treviso in de finale van het Europa Cup 3-toernooi tegen Roeselare. De Italiaanse ploeg won afgetekend met 3-0. Zwerver: “Toch was het voor de mensen hier hét hoogtepunt. Ook al verloren ze dik, er wordt nog steeds bijna dagelijks over gesproken. Bij Treviso stapten we na die finale gewoon met de beker de bus in en dachten: zo, dat is weer een prijs. Feest hebben we toen niet gevierd. Het was zo gewoon dat we wonnen. Dat is het grote verschil met hier. Hier dromen ze nog van prijzen.”

Hij wil de Belgen er graag mee helpen. Maar het is een misvatting om te verwachten dat hij bij Roeselare alle punten gaat maken, stelt Zwerver. “Dat heb ik ze al duidelijk gemaakt. Vorig seizoen gingen alle ballen hier naar een Canadees. Nu hebben we een aardig uitgebalanceerde ploeg. Ik zal best mijn punten maken, maar ik moet in het veld vooral voor rust zorgen en als passer de ballen netjes bij de spelverdeler afleveren.” Tegen het flink tegenstribbelende Torhout scoort Zwerver vooral op de cruciale momenten. De meeste ballen worden op de sterke Nigeriaan Stephen Shittu gespeeld die veel punten maakt, maar ook zijn zwakke momenten kent. “We deden soms te weinig met makkelijke ballen”, constateert Zwerver.

Dominique Baeyens, vorig seizoen uitgeroepen tot coach van het jaar, stelt dat Zwerver “op het terrein de lijnen moet uitzetten”. “We maken dankbaar gebruik van zijn ervaring. De spelers, maar ik ook.” De aanwezigheid van Zwerver zorgt volgens de trainer-coach ook voor extra druk op zijn ploeg. “Door hem hebben we een onvoorstelbare persbelangstelling gehad. Bijna dagelijks stond er bij de training een cameraploeg. Ik denk trouwens dat Ron er zelf het minste last van heeft gehad.” Na de wedstrijd staat Zwerver onder meer drie televisiezenders geduldig te woord. De speler: “Dergelijke belangstelling schijnt hier uniek te zijn. Ik ben het gewend. Natuurlijk zorgt al die interesse voor druk. Maar dat vind ik wel prettig.”

Roeselare heeft tijdens de competitiestart in Torhout de beschikking over maar acht man. Er zijn een paar spelers geblesseerd, de tweede spelverdeler uit Bosnië is nog niet speelgerechtigd en de Nederlandse international Cristina zal zich pas na het WK in Japan bij de selectie melden. Zwerver heeft voorgesteld om de assistent-trainer van de ploeg als verdediger te gebruiken. Dat blijkt hij heel behoorlijk te kunnen. Zijn vorige club, Gent, wil nu plotseling een transfersom hebben. Zwerver heeft de voorzitter Bloemblomme gezegd dat hij dat geld desnoods uit eigen zak wil betalen. “Ja, dan zou ik eigenaar van hem zijn. Lijkt me leuk. Misschien zit er een nieuwe carrière voor me in”, aldus een lachende Zwerver. Een enthousiaste Bloemblomme: “Is het niet prachtig dat Zwerver zo meedenkt met ons?”

Zwerver veronderstelt dat zijn Belgische medespelers hem en Martin van der Horst af en toe “een stelletje botteriken” vinden. “We doen af en toe flink onze mond open. Het is ook mijn taak om de jongens wakker te houden. Ze zijn hier heel aardig en beleefd, weleens té.” Om zijn ploeg op te jutten, ageert Zwerver soms tegen de scheidsrechters. Dat komt hem tegen Torhout op een gele kaart te staan. “Ik tikte alleen maar tegen de netpaal”, vertelt hij na afloop. “Zo'n man vindt het geweldig om dé Ron Zwerver geel of rood te geven. Dat had ik in de voorbereiding ook al gemerkt. Dat plezier wil ik die mensen niet gunnen. Daarom moet ik mijn agressie op een andere manier gaan uiten.”

Na de wedstrijd in Torhout rijdt Zwerver meteen naar Nederland. “Na Italië is het heerlijk om zo dichtbij te zitten. Het lijkt een kleinigheid, maar nu kan ik eindelijk eens met kerstmis naar een etentje bij mijn oma. Dat was zes jaar lang niet mogelijk.”