Academische toga (2)

Frits Groeneveld schreef een lezenswaardig stuk over de herschikking van de predikantenopleidingen. Hij schreef: “Het meest opmerkelijk is de aanstaande sluiting van de eeuwenoude Leidse opleiding die altijd van het hoogste wetenschappelijke niveau is geweest.”

Gelukkig is deze sluiting nog geen feit, maar een voorstel. Synodeleden zullen er nog in vrijheid en verantwoordelijkheid over kunnen beslissen. Er is reden om te vertrouwen dat zij hun verantwoordelijkheid zullen verstaan. Maar het voorstel is opmerkelijk om meer redenen dan Groeneveld vermeldt. De synodes beslissen voor Leiden, Groningen en Utrecht alleen over de kerkelijke opleidingen, niet over de openbare theologische faculteiten van de universiteit. Maar het lot van die faculteiten hangt wel in hoge mate af van de instroom van studenten die predikant willen worden. Het nu voorliggende voorstel legt de bijl aan de wortel van de Leidse faculteit.

Opmerkelijk is niet alleen dat de moderamina van de drie fuserende kerken de vorming van hun predikanten niet meer willen laten plaatshebben in de opleiding die het ministerie van Onderwijs in februari van dit jaar als de beste van het land beoordeelde. Opmerkelijk is ook dat het voorstel tot opgeven van Leiden het gevolg is van de onevenredige grote bereidheid van het bestuur van de hervormde synode tot concessies aan de fusiepartners. Hervormden zijn binnen hun kerk gewend om met tegenstellingen te leven en daardoor tot compromissen bereid. Dat breekt ze nu in de onderhandelingen met fusiepartners op

Opmerkelijk is bovendien hoe groot de prijs is die de hervormden willen betalen. De theologische faculteit aan de brede universiteiten heeft tal van functies. Een daarvan is dat ze een bruggenhoofd vormt tussen kerk en wetenschap. Dat geldt te Leiden wel in heel sterke mate. Het is opvallend hoe vaak hier theologen worden betrokken in onderwijs en onderzoek van andere disciplines, bij heel wat opleidingen in talen en culturen, bij geschiedenis en filosofie.

Deze presentatie staat nu op het spel. Als het misgaat, zal het niet aan de universiteit gelegen hebben, maar aan de kerken. Aan de inschikkelijkheid van hervormden tegenover de persistentie van hun fusiepartners. En aan de drie kerken samen die niet hebben gezien dat ze in Leiden een gezamenlijk belang hadden.