Zweet, leer en kruitdamp

Als ik het me goed herinner heeft de hoofdpersoon van de roman Good as Gold van Joseph Heller een oudere broer die er een satanisch genoegen aan beleeft om uitspraken te doen waarin de onjuistheden in een kluwen over elkaar heen rollen. Hij zegt bijvoorbeeld: “Laten we het over geologie hebben. Wist je dat adelaars overdag stekeblind zijn?“ De jongere broer weet dat het verstandig zou zijn om te zwijgen, maar hij kan het niet en zegt: “Niet geologie natuurlijk, je bedoelt biologie. En het zijn niet adelaars maar mollen waarover gezegd wordt dat ze blind zijn. En daarvan is het ook niet waar.“ De vader grijpt in. “O, onze geleerde wijsneus weet het weer eens beter, het zou wel een wonder zijn als het een keertje niet zo was.“

Of de broer zegt: “Weet je wel dat niemand de monding van de Nijl kent?“ Tegen beter weten in laat de wijsneus zich weer op de kast jagen. “Je bedoelt niet de monding maar de bron, er zijn trouwens verschillende bronnen van de Nijl en het is helemaal niet waar dat niemand ze kent, ze zijn al lang geleden ontdekt.“ Vader wordt nu echt boos. Wie moet er weer de gezellige sfeer aan tafel bederven? De pedanterik die alles beter weet en altijd ruzie zoekt.

Die pedante betweter ben ik en de satanische fabulant is Lex Jongsma. Zo kwam het me soms voor bij het lezen van het boek 60 Jaar Hoogovens Schaaktoernooi, geschreven door Lex Jongsma en Alexander Münninghoff.

Neem dit nou eens, over Herman Pilnik, in de jaren vijftig een vertrouwd gezicht bij het Hoogovenstoernooi. Jongsma schrijft: “Maar wel Pilnik. Een van de Poolse spelers (de ander was Najdorf) die in 1939 na de Olympiade in Argentini‰ waren gebleven.“ De betweter die ik ben kan zich niet inhouden. Niks Pool, Pilnik was in Duitsland geboren, hij heeft nooit voor een Pools team gespeeld, aan die Olympiade van 1939 deed hij helemaal niet mee en nogal wiedes dat hij in 1939 in Argentini‰ bleef, want hij woonde er al sinds 1930. Even verderop schrijft Jongsma: “Er kwam nog een Chileens intermezzo (nieuwe vrouw, nieuw land, Pilnik op het eerste bord van het Chileense Olympiadeteam (....).“ Waar haalt hij dat nu weer vandaan? Pilnik heeft zijn leven lang nooit voor een ander Olympiadeteam dan het Argentijnse gespeeld.

Of neem die passage over de Russische schaker Iljin Zjenevski. Het zou een anarchist zijn over wie het gerucht ging dat hij aanslagen op Lenin en Stalin had gepleegd. De naam Zjenevski zou hij hebben aangenomen omdat hij in zijn jonge jaren een weddenschap had gewonnen dat hij binnen een etmaal om het Meer van GenŠve kon fietsen.

Welnee. Geen anarchist maar een bolsjewiek en de geruchten over die aanslagen hebben Lenin en Stalin kennelijk nooit bereikt, want Iljin bekleedde tot hij in 1941 tijdens het beleg van Leningrad gedood werd door een Duits bombardement, hoge functies in de Sovjet-Unie. En 'Zjenevski' noemde hij zich omdat hij in GenŠve gewoond had en er trots op was dat hij in 1914 schaakkampioen van die stad was geweest.

Of over Robert Fischer: “Bedenk daarbij, dat Fischer vanaf 1962 in retraite was en pas in 1970 weer op zou duiken in de smidse.“ Met de smidse bedoelt Jongsma de schaakwereld. Een kleine kern van waarheid valt hier nog te ontdekken, want erg actief was Fischer inderdaad niet, maar van 1963 tot 1969 deed hij toch mee aan twee kampioenschappen van de Verenigde Staten en aan de toernooien van Havanna, Santa Monica, Monte Carlo, Skopje, Sousse, Natanya en Vinkovci. Lugano 1968 reken ik niet mee, want daar vertrok hij al voor de eerste ronde, omdat het licht in de speelzaal niet goed was.

De fabulaties van Jongsma hebben een zekere monumentale schoonheid en je vraagt je af of hij het met opzet doet, net als die broer van Gold. Het zou kunnen. Hij beschrijft uitvoerig een incident uit 1971 waar Najdorf en ik bij waren betrokken. Ongeveer een jaar geleden legde hij mij zijn versie van de gebeurtenissen voor. Ik zei dat hij sommige dingen verkeerd had begrepen en vertelde hoe het wel was gegaan. Jongsma luisterde aandachtig en, zo zie ik nu, veranderde vervolgens niets aan zijn tekst. Niet dat ik me op mijn teentjes getrapt voel, want er wordt geen kwaad woord over me gezegd. Maar ik begrijp het niet goed.

Laat ik niet de pedanterik zijn die de gezellige sfeer aan tafel bederft. Het is een rijk boek. Zowel Jongsma als Münninghoff hebben erg hun best gedaan om een schat van spannende verhalen en grappige anecdotes op te diepen, en het meeste ervan is ongetwijfeld waar. Zestig jaar Hoogovens leent zich er ook wel voor. Het meest dierbare toernooi ter wereld, noemt Münninghoff het ergens en zo denk ik er ook over. Jongsma en Münninghoff behoren tot de ware liefhebbers die zodra ze uit de gevangenis van de schoolbanken verlost waren, geen gelegenheid hebben gemist om aanwezig te zijn bij dit 'toernooi van passie, drama, dood en wederopstanding, tranen van geluk en droefenis, van zweet, leer en kruitdamp'.

Het onthutst me om hier te vernemen hoe vaak het maar een haartje gescheeld heeft of het toernooi was opgeheven. Nu is het bestaan tot en met 2002 door de Hoogovens gegarandeerd. Er zijn zwartkijkers die denken dat het dan afgelopen is, maar zo kan het niet zijn. Tot slot het woord aan Münninghoff. Het is na de sluiting van het toernooi van 1998. “Met honderden gingen wij naar buiten, de kille nacht in. Het zwarte gat van het strand was ons doel en daar stonden wij, het schaakvolk. Knetter, knal, vuur en gloed: 'Tot ziens in 1999' straalde het ons tegemoet. Wij werden door een warme golf van binnen overspoeld. Want Het Toernooi gaat door. Het is namelijk niet meer weg te denken. Zo simpel zit dat.“

Behalve het boek (f.48,00) heeft uitgeverij Interchess ook een cd-rom uitgebracht (f. 38,00) met alle partijen die in de grootmeester- en meestergroepen gespeeld zijn, voor zover ze achterhaald konden worden, en verder analyses, statistisch materiaal, biografische schetsen, foto's en een filmpje.

Wat te tonen uit zestig Hoogovenstoernooien? Mijn willekeurige keuze uit al het moois is een verdwenen cultuurgoed, de afgebroken partij.

Wit B“hm-zwart Biyiasis (Canada), 1980. Wat een krankzinnig ingewikkelde stelling, en wat een geluk dat die niet op de tast in de eerste zitting uitgespeeld hoefde te worden, maar na een pauze van twee uur, zodat de spelers de mogelijkheden enigszins hadden kunnen verkennen. Wit had 41. b6-b7 afgegeven. Er volgde 41...Tf1xe1 42. b7-b8D Tg3xe3 43. Db8xd8+ Kg8-f7 44. Dd8xc7+ Kf7-g6 45. Tg1xe1 g2-g1D 46. Tc3xe3 Dg1-f2+ 47. Kd2-d3 Dh3-g2 48. Te1-e2 In de pauze had B“hm een lange variant gezien waarmee hij hoopte remise te maken: 48...Dff1 49. Kd2 Dgg1 50. Te1 Dff2+ 51. T1e2 Df8 52. Pb5 Lxg4 53. Dxd6+ Dxd6 54. Pxd6 Lxe2 55. Kxe2 Dc1 56. Pf5 Dc2+ 57. Kf3 Kf6 58. a5. Na drie kwartier nadenken deed Biyiasis het anders: 48...Dg2-f1 49. Kd3-d2 Df1-e1+ 50. Kd2-c2 Df2xe2+ 51. Te3xe2 De1xe2+ Op wondere wijze is materieel evenwicht bereikt, maar zwart wint nu in de aanval. 52. Kc2-c1 De2-e1+ 53. Kc1-c2 De1xe4+ 54. Kc2-c1 De4-c4+ 55. Kc1-b2 Dc4-b4+ 56. Kb2-c1 Db4-a3+ 57. Kc1-d2 Da3-b2+ 58. Kd2-d3 e5-e4+ 59. Kd3xe4 Db2-e2+ 60. Ke4-d4 De2-d2+ 61. Kd4-e4 Le6-d5 mat.