'Wij zijn voor Miloševic, hij is onze leider'

Het Servische stadje Batajnica, twintig kilometer westelijk van Belgrado, wacht mogelijke luchtaanvallen gelaten af. “Als de vliegtuigen komen trek ik de fles Slivovic open, sla een kruis en ga rustig zitten wachten.”

BATAJNICA, 10 OKT. “Bang? Waarvoor zouden we bang moeten zijn. Wij hebben toch niets misdaan? Wij hebben schone handen.” Op de geïmproviseerde markt van Batajnica verzamelt zich al snel een groepje haveloze Serviërs. “Wij zijn allemaal Cetniks (Servische nationalisten).” De meesten blijken vluchtelingen uit Kroatië en Bosnië. Ze houden zich in leven met de verkoop van, meest gesmokkelde, koopwaren als sigaretten, ondergoed en cd's.

Kosovo is ver weg en de Kosovo Albanezen hebben wat hen betreft niets te klagen. Het gesprek komt al snel op het 'lot' van de Serviër. Niet bang zijn betekent niet dat er niets zal gebeuren. Ze zijn ervan overtuigd dat er bombardementen komen want de Amerikanen doen nou enmaal altijd wat ze willen. De bewoners van Bajtanica schikken zich bij voorbaat in hun lot. “Als de vliegtuigen komen trek ik de fles Slivovic open, sla een kruis en ga rustig zitten wachten”, zegt Toza, een jonge vent van net dertig.

Een oudere sigarettenverkoper met één arm spreekt zichzelf hardop moed in dat de Joegoslavische luchtmacht de NAVO-machines zal wegvagen voordat ze iets uit kunnen richten. Hij heeft op het nieuws gehoord dat het Joegoslavische afweergeschut zeker tien procent van de vijand voor zijn rekening kan nemen. Iedere avond toont de officiële Servische staatstelevisie beelden van een perfect getrainde krijgsmacht die tot alles in staat is.

En trouwens, als ze het zelf niet redden zullen ze zeker steunkrijgen van de Libische leider Gaddaffi die klaar staat om zelfmoordcommando's uit te sturen tegen de NAVO. “Als er meer Gaddafi's waren zou dit een betere wereld zijn”, roept een stem van achteruit de menigte.

Batajnica is een vriendelijk stadje langs de Donau, twintig kilometer westelijk van Belgrado. Achter de maïsvelden en de vervallen gele huizen langs de hoofdweg naar Novi Sad gaat één van Joegoslavië's grootste militaire vliegvelden schuil. Boven het stadje cirkelen voortdurend een stuk of vijf militaire helikopters om de omgeving af te speuren. Van tijd tot tijd klinkt het donderend geraas van een opstijgend gevechtsvliegtuig.

De luchtmachtbasis is één van de mogelijke doelen van een NAVO-aanval tegen het Joegoslavië van Slobodan Miloševic. In totaal liggen er door heel Servië en Montenegro (met elkaar de Joegoslavische federatie) zeker acht van dit soort vliegvelden. Sommige liggen onder de grond uit voorzorg tegen mogelijke aanvallen van buiten.

Batajnica ligt boven de grond, de bevolking woont op enkele honderden meters afstand. Het is niet moeilijk voor te stellen dat hier burgerslachtoffers zullen vallen als de NAVO inderdaad zijn raketten gaat afvuren om Joegoslavië inzake Kosovo tot de orde te roepen.

De vrouwen van Batajnica denken uiteraard hetzelfde als hun ongeschoren mannen, maar ze zien er aanzienlijk nerveuzer uit. Gehamsterd hebben ze niet. Waarom zouden ze? Alsof een paar blikjes extra helpen. Bovendien hebben ze geen geld om te hamsteren. Als één van de vrouwen durft te zeggen dat het allemaal door Miloševic komt, krijgt ze de hele scheldende menigte op haar nek. “Wij zijn voor Miloševic, hij is onze leider”, maakt een oudere vrouw een einde aan het gekrakeel.

Na dit korte intermezzo gaat iedereen eensgezind verder met schelden op de buitenwereld - “want die haat ons” - en vooral op de Amerikanen die de bron van alle kwaads zijn. Die willen altijd maar bombarderen. “Laat die Clinton net zoveel vriendinnen nemen als hij wil, als ie ons maar met rust laat.”

De buitenwereld heeft het gedaan, met Clinton voorop en de “vreselijke Van den Broek”, op een eervolle tweede plaats. De Europese Commissaris is al sinds het begin van de oorlog in het voormalige Joegoslavië een gehaat man bij de Serviërs van Batajnica. Waarom? “Omdat hij geen goede bedoelingen met ons heeft.”

Onder de gesprekspartners op het marktpleintje is slechts één jonge man die het nieuws echt volgt. Hij houdt precies bij dat Italië tegen bombarderen is, evenals Duitsland (“die Schröder is tenminste ook een socialist net als wij”), en dat alleen Frankrijk en Groot-Brittannië echt voor zijn. Hij heeft in Bosnië gevochten in de oorlog en weet ook dat de Amerikanen altijd een paar honderd meter misschieten met hun raketten. Maar ook hij roept stoer met de anderen mee dat hij absoluut niet bang is.

Achter het marktpleintje sleutelen twee mannen aan rode brandweerauto's. Ze vormen de hele brandweer voor Batajnica en de omliggende dorpen.

“Oh, zeggen ze daar dat ze niet bang zijn? Nou, iedereen doet het hier in zijn broek hoor”, reageert één van de twee op de eerdere gesprekken. Hij heeft twee tienerdochters, maar thuis is de NAVO-dreiging absoluut taboe. “Die twee komen elke dag uit school met bange vragen waar ik geen antwoord op kan geven. Dus hebben we het er maar helemaal niet over.”

Op de Servische staatsradio en televisie wordt de hele dag geroepen dat de overheid alles in het werk stelt om zijn burgers te beschermen. Regering en ministeries draaien op volle toeren “met maximale doelmatigheid, verantwoordelijkheidsgevoel en vaderlandslievenheid”. Maar op het niveau van de plaatselijke brandweer is daar nog niets van te merken. Extra instructies? Rampenplannen? De twee brandweerlieden halen vragend de schouders op alsof ze willen zeggen 'moet dat dan?'.