Van Zweden laat het RO bulderen met Sjostakovitsj

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Jaap van Zweden. M.m.v. Mikhail Rudy, piano. Gehoord: 9/10, Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. Herhalingen: 10/10, Vredenburg Utrecht, 11/10, Philipszaal, Den Haag.

Na zijn debuut als dirigent bij het Residentie Orkest greep de orkestleiding Jaap van Zweden bij de slippen en bombardeerde hem tot kandidaat om in augustus 2000 Jevgenji Svetlanov op te volgen als chefdirigent. Gisteravond, koud vijf dagen later, deed Van Zweden (37) een in allerijl ingelaste openbare sollicitatie in concertvorm. Zondag zal er mogelijk al witte rook uit de Dr. Anton Philipszaal walmen wanneer beide partijen inderdaad besluiten tot een gezamenlijke toekomst. Op 2 november zal dan het bestuur de aanstelling bekrachtigen en zal de promotie van Svetlanov tot ere-chefdirigent bekend worden gemaakt.

Een eventuele benoeming bij het Residentie Orkest zou een grote sprong voorwaarts betekenen voor Van Zweden, die sinds vorig seizoen chefdirigent is van het Orkest van het Oosten. De violist Van Zweden deed in 1992 voor het eerst van zich spreken als dirigent en sindsdien heeft zijn carrière zich gestadig ontwikkeld. Zozeer, dat hij het concertmeesterschap van het Concertgebouworkest - een functie die hij sinds zijn negentiende bekleedde - voor gezien hield.

Dit weekeinde zou aanvankelijk Sergiu Comissiona voor het Residentie Orkest staan, maar die maakte plaats voor zijn jonge collega die op korte termijn alleen deze dagen kon vrijmaken. De kern van Comissiona's programma - Beethovens Vierde pianoconcert en Schuberts Onvoltooide - bleef gehandhaafd. In plaats van werken van Strauss en Berlioz dirigeerde Van Zweden Sjostakovitsj' Vijfde symfonie.

Voor de pauze was het traagheid troef. In Schuberts Achtste dicteerde Van Zweden een slakkengang. Toch toonde hij daarmee een zeer eigen, introverte Schubert die ondanks de gechargeerde tempokeuze met zijn fluisterende pianissimi een grote zuigkracht bezat. Aan de kleur van de blazers heeft Van Zweden klaarblijkelijk weinig aandacht kunnen besteden; gelijkheid en intonatie lieten nu en dan te wensen over. Het talmachtige tempo van Beethovens Vierde pianoconcert moet zijn ingegeven door de Russische pianist Mikhail Rudy, ooit een veelbelovend talent, maar tegenwoordig een flodderaar die het schmieren niet schuwt, notenwaarden pardoes halveert en ritmisch zozeer aanrommelt dat hij nauwelijks te begeleiden valt. Dat valt Van Zweden dus niet aan te rekenen.

Sjostakovitsj' Vijfde symfonie was Van Zwedens troefkaart. In architectuur en klankbalans was deze symfonie, waarin de laat-romantiek haar aangezicht schendt in navrante tonen, zonder meer overtuigend. In de morbide marsen en cynische walsen onderstreepte Van Zweden bovendien dat hij een orkest ook kan laten bulderen. Dit werk dirigeerde Van Zweden al eens in de Dr. Anton Philipszaal bij het Philharmonisch Orkest van Buenos Aires. Toen bleef zaal half leeg; nu eerde een uitverkocht huis Van Zweden minutenlang met enthousiast applaus. Als het aan het publiek ligt, heeft Van Zweden een gelukkige gooi naar het toekomstig chefdirigentschap gedaan.