Twee suggesties voor het IMF

“Als de koningin hier op bezoek is, logeert ze ook altijd in jullie hotel”, vertelde de Nederlandse ambassadeur. Een bijzondere ervaring dus voor de twee verraste onderdanen die zich dit jaar een maand kunnen permitteren in het klassieke Goodwood Park Hotel. Singapore verkeert buiten eigen schuld in recessie en er is alle plaats in de koninklijke herberg. Terecht is de stadstaat beroemd om zijn service, maar zes obers voor een enkel echtpaar in de overigens soms lege ontbijtzaal is natuurlijk niet echt nodig. Vanmorgen meldt de krant ook nog dat luxe flats de helft van hun waarde kwijt zijn, en dat de regering misschien de AOW-premie tijdelijk wil verlagen om het bedrijfsleven financieel te helpen. Zo is Singapore een voorbeeld van een land dat besmet is door de crisis in Azië, maar we moeten oppassen om die term 'besmetting' niet te pas en te onpas te gebruiken. We zouden anders kunnen geloven dat financiële crises altijd griezelig besmettelijk zijn en dat het wereldgeldstelsel iedere paar jaar in hevig gevaar verkeert.

Als er nu meer landen in crisis verkeren dan een jaar geleden is dat niet vanwege ondoorgrondelijke banden tussen Thailand, Korea en Rusland of Brazilië, maar omdat los van de crisis in Thailand en Korea sindsdien de belastingen in Rusland zijn ingestort en Brazilië een moeilijke presidentsverkiezing moest doormaken. Het gemeenschappelijke karakter van al deze crises bestaat voornamelijk hieruit dat oude illusies eindelijk zijn verstoord dat overal ter wereld wat er ook gebeurt het Internationaal Monetaire Fonds klaar staat om de gokkers en de bankiers uit de brand te helpen. Verwachtingen van wat het IMF wel en niet kan zijn gelukkig weer een stuk realistischer: het IMF kan niet zo veel, en doet het bovendien nog vaak verkeerd.

Een paar feiten over het IMF: in 1995 hielp het IMF bij een reddingsplan voor Mexico waarbij rijke Mexicanen en New Yorkse bankiers al hun geld met rente terug kregen, maar 100 miljoen gewone Mexicaanse burgers werden opgezadeld met extra staatsschuld. Financieel handige bankiers verdienen - met hulp van het IMF - aan Mexico; de gemiddelde Mexicaanse burger werd de afgelopen vijfentwintig jaar alleen maar nòg armer. In Thailand zijn 60 miljoen Thais ook niet wijzer geworden van een financiële reddingsactie. In Rusland gooit het IMF goed geld (van ons) naar kwaad geld (op clandestiene dollarrekeningen).

Bangmakerij dat het IMF meer geld nodig heeft omdat anders het wereldgeldstelsel instort of de crisis zich naar West-Europa uitbreidt, is vaak ingegeven door eigenbelang van westerse bankiers of westerse politici. Bankiers maken geen bezwaar wanneer uw of mijn belastinggeld langs de omweg van het IMF in hun zak terecht komt. Politici vinden het moeilijk om te beslissen of wij nog verder steun moeten geven aan Rusland (is de regering betrouwbaar? Wat gebeurt er buiten Moskou in de provincies? Wat doet het leger?), en laten hulp dus liever lopen via het IMF, zodat ze het Fonds achteraf de schuld kunnen geven wanneer belastinggeld opnieuw is zoekgeraakt.

Het is tijd voor een paar heldere spelregels voor het IMF. Hier volgen twee suggesties. Ten eerste moet eindelijk een onderscheid komen tussen leningen en giften. Giften zijn gepast bij humanitaire nood of om tropische ziektes te bestrijden, maar als Thailand, Korea of Rusland tijdelijk geld nodig hebben om een crisis in hun binnenlands bankwezen te overleven, moet er uitsluitend worden geleend tegen een rente die hoger is dan de normale dollarrente in de markt. En er moeten onderpanden worden gesteld, zodat de lening voldoet aan dezelfde zakelijke eisen die ook gelden voor uw of onze hypotheek. Thailand, Korea en ook Rusland zijn in potentie rijk genoeg om onderpanden te kunnen aanbieden, claims op grondstoffen, op grond of op toekomstige opbrengsten uit de export. Dat zijn normale zakelijke condities. Het IMF heeft echter vaak geleend tegen een rente van 0,5 procent per jaar met als enig onderpand een belofte van de regering dat het beleid in de toekomst beter zou worden. Zulke toezeggingen werken natuurlijk alleen maar wanneer de regering echt de intentie heeft om inflatie, tekort en belastingen te verbeteren, maar vaak hebben de politici en hun vrienden in het bedrijfsleven het te druk om hun eigen belangen te beschermen en komt er van nuttige hervormingen niets terecht. Bijna-gratis geld is altijd welkom en politici weten dat het IMF zich geneert om de wereld mee te delen dat er al weer een hulpprogramma is mislukt. Het IMF lijkt wel heel machtig maar is het in feite niet, omdat het Fonds toch altijd liever in gesprek blijft met de regering. Slimme politici lenen eerst geld en als het Fonds protesteert dat binnenlandse hervormingen uitblijven heeft de minister van Financiën het opeens 'te druk' om de diplomaten van het IMF te ontvangen. Pijnlijke situaties worden dan voorkomen doordat het Fonds verklaart alle vertrouwen te hebben dat het binnenkort beter zal gaan.

In de tweede plaats moet het IMF ook kunnen helpen wanneer duidelijk is dat de commerciële banken niet al hun beleggers gaan terugbetalen. Bij ons in Nederland heeft De Nederlandsche Bank 15 jaar geleden belastinggeld gebruikt bij het netjes afwikkelen van de problemen bij een paar Nederlandse hypotheekbanken, maar daarbij natuurlijk nooit de eis gesteld dat alle buitenlandse houders van pandbrieven bij de Westland Utrecht of de Tilburgse Hypotheekbank eerst al hun geld moesten terugkrijgen. Dat zou toch onzinnig zijn geweest: wie belegt tegen een extra hoge vergoeding moet accepteren dat zo af en toe de belegging verkeerd afloopt. Als instanties zoals De Nederlandsche Bank of het IMF altijd zouden eisen dat beleggers in riskant papier hun geld terugkrijgen, blijft straks niemand over die nog gewoon en veilig spaart bij de Rabobank. Uiteindelijk is de concurrentiepositie en de stabiliteit van 'saaie' instellingen als de Rabobank veel belangrijker voor de economie dan het wel en wee van financiële gokkers, en dus moeten officiële instanties respect hebben voor de noodzaak dat gokkers zo af en toe failliet gaan. Nobelprijswinnaar Milton Friedman zei onlangs: “veel mensen zien het kapitalisme als een stelsel waarbij winst is toegestaan. Maar het kapitalisme is pas echt superieur aan een planeconomie omdat er regelmatig verliezen worden afgedwongen.”

Misschien een hard woord in spannende dagen, maar wel heel erg waar, zeker ook in 1998.