Solliciteren per mobiele telefoon

Op een banenmarkt in het Duitse Kleve zoeken Nederlandse bedrijven Duitse arbeidskrachten. De taal is echter een probleem.

KLEVE, 10 OKT. Hij heeft een vlasbaardje en een paardenstaart. De 34-jarige C. Döring uit Hünxe is inmiddels drie jaar werkloos en naarstig op zoek naar een baan. De Duitser heeft inmiddels alle stands op de banenmarkt Job 2000 in Kleve drie keer bezocht. En hij maakt toch nog maar een nieuw rondje, want stel dat hij iets over het hoofd ziet. “Vanaf volgende week gaan ze me bellen om een afspraak te maken voor een gesprek. Dat hebben ze tenminste beloofd”, zegt hij hoopvol. “Ik denk wel dat ik hier een baan aan overhoud, ja.”

Düring behoort tot de naar schatting 2.500 mensen die op de internationale banenmarkt Job 2000 een baan probeert te vinden. Op de markt proberen Nederlandse bedrijven in contact te komen met - voornamelijk Duitse - werkzoekenden. In totaal 32 bedrijven hebben een stand ingericht en laten (gisteren en vandaag) zien welke banen ze in de aanbieding hebben. Naar verwachting enkele honderden mensen zullen naar huis gaan met een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek op zak.

Het idee voor de markt is afkomstig van het organisatiebureau Slotthy in Tegelen, dat in juni een vergelijkbaar evenement organiseerde in Venlo. Slotthy klopte aan bij het arbeidsbureau met de vraag of een internationale banenmarkt geen goed idee was om een bijdrage te leveren aan de oplossing van twee nijpende problemen: de hoge werkloosheid in Duitsland en het gebrek aan goed personeel in Nederland. Ja, dat vond het arbeidsbureau eigenlijk wel een goed idee. En dus kregen 15.000 werkzoekenden in Duitsland en Nederland een briefje dat Job 2000 werd georganiseerd. Bovendien werden er zo'n honderd bedrijven aangeschreven met de vraag of ze op de markt wilden gaan staan.

En 32 van die bedrijven staan nu met een eigen stand in de Stadthalle, waar ze tezamen 5.000 banen te vergeven hebben. Opvallend is dat het bijna allemaal uitzendbureaus zijn, met een enkel technisch bedrijf. Dat komt, zegt organisator T. Offerman van Slotthy, “omdat veel bedrijven het uitzendbureau waar ze normaal gesproken zaken mee doen vragen op de markt te gaan staan. Veel uitzendbureaus zijn derhalve actief op zoek naar personeel voor hun eigen klanten”.

De banenmarkt in Venlo trok 7.500 bezoekers, waarvan er per saldo 910 een baan aan overhielden. Offerman vindt dat niet weinig. Maar, zo zegt hij, als het bedrijfsleven wat meer bereidheid had getoond, waren er nog veel meer mensen aan een baan geholpen. “Als het er op aan komt, laten bedrijven het toch vaak afweten. Zeggen ze toch dat het niet de goede persoon is. Achteraf blijkt dan dat de man in kwestie al een paar jaar werkloos was. Ik zeg dan: wat maakt dat toch uit. Toon eens wat moed. Dan hadden we in Venlo enkele duizenden mensen gehad die een baan hadden gekregen.”

Niet alleen Döring is positief, er lopen veel meer werkloze Duitsers rond die er zeker van zijn dat ze een baan vinden. Eén van hen is de 29-jarige S. Luggaper uit Kleve. Vorige maand verloor hij zijn baan bij als architect bij een bureau. “Daar beviel het me absoluut niet. Helemaal een verkeerde plek voor me.” Toen hij de uitnodiging voor de beurs ontving, was de keuze snel gemaakt. En terecht, zo blijkt. Ter plekke wordt er - per mobiele telefoon - een sollicitatiegesprek geregeld met een bedrijf in Nederland. Komende dinsdag om één uur wordt hij verwacht. Luggaper glundert. “Ik wil graag in Nederland aan de slag. Buitenlandse ervaring opdoen. Ik woon vlak bij de grens, dus dat is het probleem niet.”

Voordeel is ook, zo blijkt, dat Luggader Nederlands spreekt - hij heeft een Nederlandse vriendin. Voor anderen is dat toch een probleem, zegt een standhouder van Randstad Polytechniek. “Bedrijven vinden het toch moeilijk om een Duitssprekende medewerker aan te nemen. De taal is echt nog een probleem.” Aan de andere kant: de Duitse werkzoekende is bijna altijd bereid Nederlands te leren, zegt personeelsfunctionaris M. Lap van het bedrijf HTM in Zevenaar. Het bedrijf kan “enkele tientallen medewerkers gebruiken”. “Voor sommige functies zouden ze Nederlands moeten leren, voor andere functies mogen ze gerust Duits blijven spreken.” Lap beschouwt de markt als een prima middel om nieuwe medewerkers te vinden. “Ik ben wel optimistisch over de afloop. Ik denk wel dat we hier een aantal nieuwe personeelsleden vinden.”