Slakken, katten, varkens, rolmops; DE VELE NAMEN EN OORSPRONGEN VAN DE APENSTAART

Waarom heet een apenstaartje een apenstaartje? Omdat het symbool onmiddellijk doet denken aan een dier of een onderdeel daarvan en omdat 'apenstaartje' veel prettiger in het gehoor ligt dan'leeuwenstaartje' of 'olifantenslurfje'.

MENSEN OVER DE hele wereld staan regelmatig met de mond vol tanden halverwege het geven van hun email-adres. Want hoe spreek je het symbool @ nu eigenlijk uit? Apenstaartje, zegt de Nederlander meestal, of at, naar het Engels. Maar wat zeggen Chinezen, Indonesiërs, Noren of Russen? Het feit dat dit toetsenbord-symbool overal een naam moet krijgen, is uniek: het gebeurt wereldwijd en in een zeer kort tijdsbestek. Voor taalwetenschappers een prima gelegenheid om te onderzoeken welke strategieën om een nieuw woord te verzinnen universeel zijn. Maar afgezien van een bericht in 1996 op het elektronische prikbord voor taalwetenschappers, de Linguist List, is er weinig aandacht aan besteed.

Het is bekend dat woorden voor nieuwe dingen vaak geleend worden uit andere talen (computer, loempia), en dat daarnaast gebruik gemaakt wordt van metaforen. De manieren waarop tot nu toe @ zijn naam heeft gekregen, zijn ook in deze twee categorieën te verdelen. Maar welke metaforen worden er nu precies gebruikt, en waarom juist die? Het Nederlands is illustratief: de @ mag at genoemd worden, een naam die uit het Engels is geleend, maar ook kan er een metafoor worden gebruikt: '@ is als de staart van een aap': apenstaartje. Het symbool wordt genoemd naar wat hem onderscheidt van een gewone 'a': zijn slingertje, en dat wordt vergeleken met een typisch lichaamsdeel van een dier. Maar waarom de staart van een aap? Olifantenslurfje is ook een goede metafoor, maar apenstaartje klinkt leuker en past beter omdat de @ een soort 'a' is, en apenstaart twee lange, lichte a's heeft. De @ wordt in apenstaartje dus driedubbel gesymboliseerd: eenmaal met de staart-metafoor, en tweemaal met de a-klank.

Een naam moet ook klankmatig aantrekkelijk zijn. Dit betekent dat leeuwenstaart het nooit zou halen, net zomin als hagedissenstaart. Dit laatste woord heeft dan wel twee lange 'a'-s, maar de eerste daarvan heeft geen klemtoon, en bovendien is het woord twee lettergrepen langer dan apenstaart, wat ook niet handig is. Paardenstaart komt klankmatig overeen met apenstaart en is dus zeer geschikt, maar dit woord is al gereserveerd voor een haardracht - overigens niet toevallig dat het -aar van haar in dit woord twee keer terugkomt. Als er gekozen mag worden heeft klanksymboliek de voorkeur. Dit blijkt uit het feit wij de @ eerder kattenstaartje zouden noemen dan poezenstaartje: de semantiek van de metafoor is hier vrijwel gelijk, maar de 'a' in kat, ook al is hij donker en kort, is beter dan de 'oe' van poes.

SHABLUL

Wereldwijd valt het metaforisch gebruik van een beperkt aantal dieren op. Slakken zijn favoriet om de vorm van hun huisje: in het Frans heet de @, naast a commercial, ook wel a-escargot; in het Hebreeuws heet het shablul (spreek uit: sjabloel), wat ook slak betekent, net als chiocciola in het Italiaans en dalphaengi in het Koreaans.

Naast slakken worden muizen, katten en varkens vaak vernoemd naar de vorm van hun staart of hun oor. In het Noors, bijvoorbeeld, wordt de @ at genoemd, naar het Engels, maar ook wel grisehale 'varkensstaart'. In het Mandarijns Chinees van Taiwan heet de @ xiao3 lao3shu3 'kleine muis' of lao3shu3 hao4 'muisteken' De cijfers in deze woorden staan voor tonen: het Chinees is een taal waarbij de toonhoogte van een woord de betekenis bepaalt. Normaliter worden deze tonen met accenten geschreven, maar omdat dat in emailberichten niet kan, worden er cijfers voor gebruikt. In het Zweeds zegt men kattsvans 'kattenstaart', kattfot 'kattenpoot' of elefantora 'olifantsoor', in het Fins hirrenhäntä 'muizenstaart', apinanhäntä 'apenstaart' of kissanhäntä 'kattenstaart'. Finnen noemen de @ ook wel miau of miukumauku, en daarmee is de metafoor nog breder geworden: via de vorm van een kattenstaart naar het miauwen van een kat.

Het Fins en Nederlands zijn niet uniek met de apenstaart-metafoor: het Fries en het Afrikaans zeggen ook respectievelijk apensturtsje en apstert, hoewel dit invloed van het Nederlands kan zijn. In het Duits heet @ Affenschwanz 'apenstaart' of Klammeraffe 'klimaapje', en het Russische obezjana en Servische majmun betekenen allebei 'aap'. Het Hongaars noemt het ding een kukac 'worm', en de analogie is duidelijk, maar in Rusland vinden ze ook dat het op een subachka 'hondje' lijkt.

Het Turks is een bijzonder geval. Men noemt @ een 'paard', maar dat heeft met een andere vormovereenkomst dan die tussen @ en een paard te maken - het Turkse woord voor 'paard' is at, en at is weer Engels voor @. In het Turks wordt @ overigens ook wel kulak genoemd, wat 'oor' betekent, net als het Duitse Ohr en het Arabische othon. Het oor is wereldwijd overigens het enige menselijke lichaamsdeel waarmee @ wordt vergeleken. Er is ook maar één plant die als metafoor wordt gebruikt, en ook daarvoor moeten we naar het Turks: gul 'roos'.

In een paar gevallen wordt de @ naar voedsel genoemd: in het Tsjechisch en Slowaaks heet het zavinac 'rolmops', en in het Hebreeuws, Russisch en Zweeds kan het genoemd worden naar een Strudel, pljushka of kanelbulle, allemaal soorten ronde broodjes. Maar het is opvallend dat de vorm van voedsel en planten zich minder leent voor naamgeving dan de vorm van dieren en hun lichaamsdelen. Niet alle dieren die een krullend lichaamsdeel hebben zijn geschikt: het zijn vooral zoogdieren (behalve de slak), en iedereen moet ze kennen. Een zeldzaam dier komt dus niet aan bod, en ook is het niet waarschijnlijk dat we snel een taal zullen vinden waar @ naar een vis, vogel, reptiel of insect met iets krullerigs is genoemd.

Veel talen, zoals Tamil, Arabisch, Kantonees, IJslands, Roemeens en het Grieks vertalen simpelweg het Engelse plaatsbepalende voorzetsel at met een soortgelijk voorzetsel in hun eigen taal. Deze strategie levert nooit veel problemen op omdat iedere taal wel minimaal één plaatsbepalend woordje heeft. Veel talen lenen het woordje at zonder het te vertalen, vaak als extra mogelijkheid. Het Nederlands, Servisch, Zweeds en Japans doen dat, maar in het Japans gaat het woord at-mark dan heel Japans klinken: atto maakru.

poëzie

Maar het kan nog prozaïscher en dan heet het ding gewoon zoiets als email-teken of krul-a. Hierbij vergeleken is het Nederlandse apenstaartje, waarin het karakter van de @ driedubbel terugkomt, een wonder van poëzie.

Over de oorsprong van het symbool @ doen verschillende verhalen de ronde. Het meest tot de verbeelding sprekend is het idee dat @ een Middeleeuwse grafische samentrekking is van de twee letters van het Latijnse locatieve voorzetsel ad. Dit voorzetsel leeft in het Nederlands voort in uitdrukkingen zoals ad fundum 'tot de bodem' en ad rem, letterlijk 'ter zake'. We weten dat Middeleeuwse schrijvers, om perkament te sparen, lange woorden afkortten en bovendien frequent gebruikte woorden weergaven met steno-achtige symbolen. Zo melden paleografische handboeken bijvoorbeeld dat het voorzetsel per 'door, volgens, langs, etcetera' werd weergegeven door een 'p' met een streep eronder, prae 'vooraan, vooruit' (vergelijk pre- in prehistorie) daarentegen met 'p' met een streep erboven. De betrekkelijkie voornaamwoorden quae, quam en quod werden 'q' met respectievelijk een streep erboven, eronder, en een schuine streep door het stokje heen. De @ zou dan ook een dergelijke ligatuur zijn geweest van het voorzetsel ad.

Maar ad lijkt helemaal niet vatbaar geweest te zijn voor dergelijke afkortingspraktijken. Nergens vinden we ad als @ en als het deel uitmaakte van woordgroepen die wel werden afgekort, was ad het element dat de afkorting juist overleefde.

Er werd wel eens een 'a' met een slingertje gebruikt die iets weg had van de apenstaart, maar dan als afkorting van het naamvalssuffix -am, in woorden als harmoniam en iustitiam. De @ op ons toetsenbord heeft dus geen Middeleeuwse oorsprong. Wel staat vast dat het op vooroorlogse typemachines voorkwam en als boekhoudkundig symbool werd gebruikt als 'in twee stuks zeep @ tien cent'. In die context dus waarschijnlijk ontstaan als een ligatuur van het Franse voorzetsel à, dat eenzelfde commerciële functie heeft. Vandaar ook dat de @ ook wel commercial at wordt genoemd.

Vervolgens kreeg het symbool een nieuwe, meer letterlijke betekenis als plaatsaanduider in programmeertalen zoals Basic, waar 'print @ 2,5' betekent dat er iets afgedrukt moet worden in rij vijf van de tweede kolom. De huidige functie van de apenstaart in e-mailadressen is daar direct van afgeleid: het duidt de plaats aan van de elektronische postbus van de geadresseerde.

Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van de Lexicon Abbrevaturararum/Dizionario di abbreviature Latine ed Italiane (quinta edizione), Adriano Cappelli, Milano; Editore Ulrico Hoepli, 1954 en Linguist List, Vol-7-968, 1996 (www.linguistlist.org/issues/)