Roze haar onder je hoofddoek; In het liberaliserende Iran kan alles, maar alleen stiekem

Khatami is even populair als Leonardo DiCaprio uit de film Titanic We hebben de president die we willen, dus hebben we machtMet de zegen van president Khatami sijpelt het moderne leven Iran binnen. Hij geeft de ruimte aan liberale kranten, conservatieve rechters laten de journalisten ver- volgens oppakken. Opperste Leider Khamenei en zijn volgelingen blijven de Westerse Culturele Invasie tegenhouden. Een tussenstand.

Acht, negen jongens, een jaar of zeventien oud, swingen en klappen op de muziek uit een reusachtige gettoblaster. Het is Iraanse muziek, dat wat doorgaat voor Iraanse popmuziek - type Big Band. Hier in het openbaar, in het Jamshidiyehpark in het noorden van Teheran, is Westerse pop nog steeds te gewaagd. Dat is voor privé, thuis of in de auto. Allemaal hebben de jongens vorig jaar op president Khatami gestemd, natuurlijk, voor wat meer vrijheid. “Vanzelfsprekend bedoelen we niet dat we alcohol willen drinken of zo”, zegt een van hen. “Maar we willen de kleren dragen die we willen en naar de muziek luisteren waar wij zin in hebben. En natuurlijk willen we met meisjes kunnen omgaan.” Een groep meisjes komt het park binnen, en hun aandacht dwaalt even af. “Alles is nu wel mogelijk, maar alleen in het geniep. Khatami heeft nog niet zo erg veel veranderd. Maar we houden van hem - ik denk dat iedereen van hem houdt.”

Het volk van Iran is verliefd, verliefd op de liberale president die het vorig jaar mei tegen de zin van het conservatieve establishment koos. De Iraniërs zijn eigenlijk alleen maar armer geworden sinds hojatoleslam (een shiïtische geestelijke van lage rang) Mohammad Khatami aantrad. De recessie, resultaat van jarenlang revolutionair wanbeheer plus een lage olieprijs, maakt het leven zwaar, maar het geeft niet. “Hij spreekt zo mooi, zo vriendelijk, zo bemoedigend”, zegt de huisvrouw Fatima na een lange klacht over stijgende prijzen en een moeizaam bestaan. Ze straalt, en haar gezin straalt mee.

“Khatami is een ontwikkelde geestelijke, en hij is een vertegenwoordiger van de moderne islam”, verklaart de kleine ambtenaar Ali. “Hij presenteert het betere gezicht van de islam, beter dan de Middeleeuwse islam. Tot nog toe zagen we niet het goede gezicht van de islam. Het is niet de fout van de islam als iemand de islam verkeerd interpreteert. Daarom zeg ik dat Khatami een ontwikkelde geestelijke is. Een van de concepten van de islam is dat je met de tijd mee moet gaan. Bijvoorbeeld: in de vroege tijd van de islam was om redenen van hygiëne voorgeschreven dat mannen een baard dienden te hebben ter lengte van een graankorrel. Er waren immers geen scheerapparaten. Het is niet de fout van de islam als sommige mensen dat voorschrift nog steeds geldig achten.” Hij lacht. Veel Iraanse revolutionairen dragen nog steeds zo'n graankorrelbaard.

Zelfs bij de Baseej, de loyale voetsoldaten van de Islamitische Revolutie, vindt de president aanhang. De jonge Seyed Maisam Hosseini heeft vorig jaar voor Khatami's tegenstander gestemd, maar nu is hij van mening veranderd. “Ik dacht eerst dat hij incorrecte vrijheid bepleitte, maar ik vergiste me. Khatami heeft de mensen erop gewezen dat ze kritiek mogen hebben op de regering als die fouten maakt.”

“Khatami is even populair als Leonardo DiCaprio uit de film Titanic”, concludeert een overigens zeer kritische schrijver.

Behoudende oppositie

Alles wat er mis is - en er is zeer veel mis in de Islamitische Republiek Iran - wordt nu bijna automatisch toegeschreven aan de oppositie, en niet ten onrechte. De behoudende oppositie, ruwweg de rijke handel plus het religieuze establishment, onder aanvoering van Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei die het islamitische systeem belichaamt, heeft misschien de slag verloren maar de oorlog is nog volop aan de gang. “De mensen houden van Khatami, maar het systeem niet”, zegt een handelaar in de bazar.

Khatami mag dankzij de jeugd en de vrouwen de presidentsverkiezingen hebben gewonnen, de conservatieven domineren nog altijd het parlement, de rechterlijke macht en de staatsradio en -tv; de Opperste Leider heeft bovendien de controle over alle veiligheidsdiensten. Geen werk? Niet Khatami's schuld, vinden de Iraniërs: het parlement blokkeert de hervormingen. Kranten verboden en kritische journalisten in de gevangenis gegooid? De rechterlijke macht probeert de net veroverde persvrijheid weer af te breken. Crisis rond Afghanistan? Zeker opgeklopt door de conservatieven, die wat martelaren uit een oorlog willen kunnen terugbrengen om de democratie om zeep te kunnen helpen. Maar de president, de president die zo prachtig over vrijheid, gerechtigheid en respect voor de wet praat, de president die net als iedereen met de bus gaat op de Dag van het Milieu, die gewoon een praatje maakt met de rij wachtenden bij de bakker, die kan geen kwaad doen.

“Nu, na de verkiezing van president Khatami, wordt er, misschien voor het eerst, gepraat over de rechten van de mensen”, zegt Shahla Lahiji, een feministische uitgeefster in Teheran. Feministische boeken uitgeven is nog steeds een groot probleem in Iran. “Je hebt hier geen problemen als je geen idealist bent. Maar idealisme heeft me juist in dit vak gebracht, op dit verschrikkelijke pad”, zegt Lahiji. “Ik weet niet of het allemaal gaat lukken - maar in de beleving van de bevolking is dat al vooruitgang. Niemand kan dat in zijn eentje doen, ook Khatami niet: het is de prestatie van het volk dat hem koos: 'Wij hebben het voor elkaar gekregen. We hebben de president die we willen, dus hebben we macht'. De president heeft geen andere keuze dan de mensen te volgen. Dat is wat we sinds een jaar hebben. We hebben een regering die niet heel veel macht heeft - maar we hebben wel een leider die de wensen van het volk volgt. Misschien doet hij wel niet veel, misschien praat hij alleen maar - maar dat is beter dan niets.”

Uiterlijk is er niet zoveel veranderd in Iran sinds Khatami president werd. De vrouw die de Enghelabstraat in Teheran oversteekt, heeft een kuif roze haar uit haar hoofddoek steken. Dat is nieuw: vorig jaar waren ze in het welvarende noorden van de Iraanse hoofdstad voornamelijk blond of rood geverfd. In de volkswijken van Zuid-Teheran, waar tot dusverre de zwarte chador, de lange omslagdoek, allesoverheersend was, lopen nu plotseling veel meisjes in beige regenjassen en gekleurde hoofddoeken.

Maar het zijn nuanceverschillen. Een ideologisch bevlogen Revolutionaire Gardist die in het Beseat park in Zuid-Teheran weekeinde viert, heeft zijn strijd tegen de bad hejab - vrouwen en meisjes die hun haar uit de beklemming van de hoofddoek laten ontsnappen - al eerder verloren. “De rol van de vrouw is erg belangrijk: de moeder heeft tot taak de kinderen op te voeden. Zij mag dan geen bad hejab zijn”, waarschuwt hij. “Wanneer de tak van een boom niet goed meer is, kun je hem afhakken. Maar wanneer de wortels niet in orde zijn, is de boom gedoemd te sterven.” Zijn vrouw lacht een beetje, hun 14-jarige dochter is een uitgesproken voorbeeld van een bad hejab. De gardist zucht bijna-berustend: “Het is niet zo dat er één persoon schuldig is aan de veranderingen, president Khatami of zo. De cultuur van de mensen is veranderd. Radio en televisie zouden meer propaganda moeten maken voor de islamitische waarden.”

Maar op de televisie heeft de Westerse Culturele Invasie al volop haar werk gedaan. Kijk eens een avondje naar de staatstelevisie, die iedereen zo verschrikkelijk saai vindt en die door wie daartoe in staat is wordt versmaad, ten gunste van de verboden maar steeds verder oprukkende satelliettelevisie en de binnengesmokkelde videobanden van de Titanic. Op de Iraanse televisie zijn tegenwoordig ook de weervrouw en de spelprogramma's doorgedrongen. Musabereh Bozorgh, de Grote Wedstrijd, bijvoorbeeld, compleet met gladde presentatoren en studiopubliek dat halfstikkende rivalen aanmoedigt als ze onder water een brandkast proberen open te krijgen. De hoofdprijs bedraagt 3 miljoen rial, het maandsalaris van een betere manager.

De televisie is in handen van de oppositie: de directeur wordt door de Opperste Leider benoemd. De weervrouw kan kennelijk door de beugel, de richtingenstrijd woedt op dit moment over de vrijheid van meningsuiting - en met name de grenzen daarvan. Dat wil zeggen: Khatami en zijn ministers praten over vrijheid en burgerrechten, en de conservatieve oppositie over de beperkingen die volgens haar daaraan worden gesteld door de islam. In de woorden van de Leider: de tegenstelling tussen “werkelijke vrijheid en vrijheid om samen te zweren”, en dat laatste doen de liberalen dan natuurlijk.

De conservatieven hebben zich het alleenrecht op de correcte interpretatie van de islam en dus de steun van God toegeëigend. Voor hen zijn Khatami's volgelingen al gauw “samenzweerders die onder het vaandel van de vrijheid ons religieus geloof aantasten, en zo de waarden, spiritualiteit en identiteit van het systeem bedreigen”, en wie is de tegenpartij dat zij dat kan betwisten? Voorvechters van de verdoemde Westerse Culturele Invasie zeker! Vertegenwoordigers van de contrarevolutie! Geïnfiltreerde agenten van de vijand! Ja, de vijand zelf! Khatami zelf wordt overigens niets verweten - die is te populair. “Wat de president bedoelt met vrijheid, is vrijheid in overeenstemming met de islamitische wet”, zeggen zijn tegenstanders braaf. De vijand heeft zich arglistig onder zijn medewerkers verscholen.

Onthoofden

Sinds Khatami aan de macht is, zijn in Iran honderden nieuwe kranten en tijdschriften opgericht. Dat is de bevoegdheid van de regering: zij geeft de vergunningen uit, en zij doet dat ruimhartig. Maar de rechterlijke macht kan verbieden, en zij doet dat dan ook.

Sommige van die nieuwe uitgaven gaan meteen weer ter ziele, gewoon bij gebrek aan lezers en/of geld, zoals het blad dat zo ongebonden wilde zijn dat het ook niet van advertenties afhankelijk wilde zijn. Andere daarentegen beantwoorden aan een behoefte: bijvoorbeeld de speciaal op vrouwen gerichte krant Zan van ex-president Rafsanjani's strijdbare dochter Faezeh Hashemi of het uitdagende Tous. Beide kranten behoren met een oplage van in de honderdduizenden tot de grootste kranten in het land.

Tous werd door een groep kritische intellectuelen in februari van dit jaar onder de naam Jameah opgericht met als uitdrukkelijk doel het bewind van president Khatami te steunen. Eigenlijk meer dan dat: om uit te testen wat er mogelijk was in de Islamitische Republiek, negentien jaar na imam Khomeiny's Islamitische Revolutie en misschien al doende de grenzen van het islamitisch betamelijke wat op te rekken. Jameah onthulde dus als eerste dat generaal-majoor Safavi, de commandant van de Revolutionaire Garde - het paramilitaire corps dat tot taak heeft de verworvenheden van de Islamitische Revolutie tot in de dood te verdedigen - had gedreigd “sommige liberalen te onthoofden en van anderen de tong af te snijden”. “Liberalen zijn op strooptocht gegaan met hun culturele artillerie. Ze hebben onze universiteiten en onze jeugd overgenomen en ze schreeuwen nu leuzen tegen despotisme. Dit bedreigt onze nationale veiligheid”, had Safavi gezegd. Safavi - “verkeerd geciteerd” - diende een klacht in tegen de krant, die vervolgens werd verboden.

Maar de krant kwam, met de zegen van de regering, direct weer uit als Tous, en beterde zijn leven niet. De enthousiaste hoofdredacteur van Jameah, Hamid Reza Jalali Pour, die door de rechter voor een jaar uit dat ambt werd gezet maar terugkwam als uitgever van Tous, legde vorige maand in een vraaggesprek uit, dat Tous ook klankbord wilde zijn voor seculiere intellectuelen. Communiceren met seculiere intellectuelen - dat is een doodzonde in de ogen van het Iraanse religieuze establishment. Want seculiere intellectuelen, die accepteren het systeem niet. En kritiek op het systeem, dat is het laatste taboe. Maar, zei Jalali Pour, “ik houd van communicatie, en ik houd niet van fundamentalisme”.

Een dag na dat gesprek vielen de veiligheidsdiensten 's nachts de vrolijke villa binnen waar Tous werd gemaakt en doorzochten de redactielokalen. 's Ochtends vroeg pakten ze Jalali Pour en de rest van de leiding van de krant op en ging het gebouw op slot. De aanklacht luidde: aantasting van de nationale veiligheid. Een invloedrijke rechter - de rechter die afgelopen voorjaar de burgemeester van Teheran, een van de belangrijkste medestanders van president Khatami, berechtte en veroordeelde - zei later dat ze terechtgesteld dienden te worden mochten ze schuldig worden bevonden. Ze zitten nog steeds vast.

De sluiting van Tous kwam volgens professor Zibakalam, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Teheran, niet toevallig in de Week van de Heilige Defensie, wanneer Iran zijn martelaren van de oorlog tegen Irak herdenkt. Reusachtige schilderingen van martelaren, ter gelegenheid daarvan in grote aantallen aangebracht, herinneren de Iraniërs eraan waarvoor zíj hun leven hebben geofferd: voor de Islamitische Revolutie - en wie ondermijnt die? De veiligheidsdiensten grepen tegen Tous in na een harde toespraak van Opperste Leider Khamenei waarin hij waarschuwde voor de corrumperende activiteit van 'de vijand'. “Ik heb herhaaldelijk gezegd dat de vijanden van de Revolutie en zij die het niet eens zijn met de islam, met het systeem, en met de imam (Khomeiny) in een sluipende culturele beweging mikken op het geloof van dit volk”. Hij leverde scherpe kritiek op kranten die “gebruik maken van individuen die vijandig staan tegenover de godsdienst en de Revolutie”, en waarschuwde: “ik wacht op actie van de autoriteiten”. En de rechterlijke macht handelde.

Tweesnijdend zwaard

Nieuw was dat onmiddellijk een opgewonden discussie losbarstte in de pers. De conservatieve media zwaaiden de Leider en de rechterlijke macht uitbundig lof toe, maar diverse prodemocratische kranten leverden scherpe kritiek op de sluiting van Tous. De zeer conservatieve krant Kayhan rapporteerde dus: “Gevluchte contrarevolutionaire elementen en buitenlandse radiostations, zoals de radio van het zionistische regime, drukken steun uit voor de managers van Tous”. Maar de krant Arya stelde: “We moeten ons met al onze kracht verzetten tegen de sluiting van Tous”.

Het weekblad Tavana sloot zichzelf een week later. De hoofdredacteur van het blad zei tegenover een verslaggever van de krant Zan: “We kregen afgelopen week herhaalde anonieme telefoontjes. Ze meldden ons op dreigende toon dat Tavana niet mocht uitkomen. Om spanningen in de politiek en de pers te vermijden en misbruik door vooringenomen en opportunistische individuen te voorkomen die het open politieke klimaat in het land beperken, heb ik de publicatie van het weekblad tijdelijk opgeschort.”

Zo werkt het ook in Iran - nog steeds. Na de anonieme telefoontjes komen de Ansar Hezbollah, de volgelingen van de Partij van God, de knokploegen die door conservatieve facties worden ingezet om prodemocratische krachten te intimideren. Recentelijk sloegen ze zelfs twee liberale medewerkers van Khatami in elkaar, vice-president Abdollah Nouri en minister van Cultuur Ataollah Mohajerani. En ze genieten hoge bescherming. Deze week gelastte een rechter de sluiting van het blad Asr-e Ma (Onze Tijd) dat Ansar Hezbollah had omschreven als Ansar Bazar: suggererend dat ze in actie komt in opdracht van de rijke handel.

“De pressiegroepen zijn een echt probleem. En het zijn niet alleen de Ansar Hezbollah. Het gaat verder dan dat”, zegt uitgeefster Shahla Lahiji. “Er is bijvoorbeeld een soort geheime groep die boeken woord voor woord leest. Als ze dan iets vinden dat naar hun mening ingaat tegen de zedelijkheid waarin zij geloven, dan hebben ze nog altijd voldoende macht om de regering onder druk te zetten. Ze schrijven een brief aan de regering - dat wil zeggen het ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding - en daarin staat dan dat het boek niet in orde is. Dit is bij voorbeeld gebeurd met boeken van Milan Kundera. Ze zeggen niet hoe of wat - ze plaatsen het boek gewoon op hun zwarte lijst. Het ministerie stuurt hun brief zonder commentaar door naar ons - en wij weten dan genoeg. Wij antwoorden, maar zij reageren nooit. Het is in feite geestelijke censuur, want wij weten dat het uitgeven van zo'n boek niet zonder gevaar is.” Er zijn immers genoeg boekwinkels, uitgeverijen en bioscopen kort en klein geslagen of in brand gestoken.

“Het is vanzelfsprekend dat de conservatieven proberen aan de macht vast te houden”, zegt professor Zibakalam. “Maar het is erg moeilijk de klok terug te draaien. Rechts is sterk, maar dat is uiteindelijk in het voordeel van Khatami. Ze zeggen dat ze hem niet zullen laten werken, en dat is een tweesnijdend zwaard. Ze zouden zich kunnen gaan afvragen waarom ze hem eigenlijk als president tolereren, maar de volgende vraag is: gaan de mensen dan voor een conservatieve presidentskandidaat stemmen? Ik betwijfel het, en dan zitten ze met een impopulaire president, met alle gevolgen vandien. Zal rechts dwaas genoeg zijn om dit scenario te volgen? Ik denk het niet. Ze zijn slim genoeg om het niet te laten komen tot een volledige vervreemding tussen regering en volk.”

In elk geval gaat nu eerst de regering weer in het offensief. Vice-president Nouri heeft deze week bekendgemaakt met de staf van Tous opnieuw een krant uit te brengen. De naam van de krant zal Khordad zijn, een verwijzing naar wat hier het 'Epos van de 2de Khordad' (23 mei) is gaan heten: de verkiezingsoverwinning van Mohammad Khatami.