Politieke stabiliteit blijft moeilijk te realiseren in Italië

De val van de regering-Prodi is mede een gevolg van structurele onvolkomenheden van het Italiaanse staatsbestel. De essentie van het probleem is de halfslachtige manier waarop Italië is overgestapt van een systeem van evenredige vertegenwoordiging naar een meerderheidsstelsel.

ROME, 10 OKT. Bij zijn aantreden, in mei 1996, wist Romano Prodi al dat er een bom tikte onder zijn kabinet. Dat die nu tot ontploffing is gekomen, illustreert een aantal onvolkomenheden in het Italiaanse staatsbestel. Zolang die niet worden opgelost, blijft politieke stabiliteit moeilijk te realiseren.

De overwinning van de centrum-linkse Olijfcoalitie is mede mogelijk gemaakt door een electoraal niet-aanvalsverdrag met de kleine orthodox-communistische partij, Communistische Heroprichting (PRC). Die is vooral aan zijn 34 kamerzetels gekomen door overwinningen in kiesdistricten waar de Ulivo geen eigen kandidaat had, zodat alle centrum-linkse kiezers op de PRC-man of vrouw stemden.

De communistische partijleider Fausto Bertinotti heeft zich daardoor nooit gebonden gevoeld. Hij heeft Prodi voortdurend in het nauw gedreven. Bij buitenlands-politieke zaken, zoals de missie in Albanië of de uitbreiding van de NAVO, redde de rechtse oppositie de premier. Bij het begrotingsbeleid en de bezuinigingen die nodig waren om te kunnen toetreden tot de Economische en Monetaire Unie, krabbelde Bertinotti steeds op het laatste moment terug.

Tot gisteren. Vorig jaar schrok Bertinotti terug voor een crisis, omdat die de toetreding van Italië tot de EMU in gevaar zou hebben gebracht. Nu is een crisis minder bedreigend voor de lire. Bertinotti rook zijn kans om zich te profileren als de enige echte verdediger van werklozen en sociaal zwakkeren.

De politieke veldslag van gisteren levert interessante verhalen op. De breuk binnen de PRC lijkt onherstelbaar. Grand old man Cossutta, die vindt dat de communisten effectiever zijn als partner van het kabinet dan als tegenstander, wil morgen een nieuwe partij oprichten. Het kamerlid van de kleine partij van minister van Buitenlandse Zaken Dini dat op het laatst heeft besloten tegen het kabinet te stemmen en daarmee Prodi's vonnis tekende, is meteen geroyeerd. Oppositieleider Silvio Berlusconi, die al zijn fractieleden donderdagavond al naar Rome had gehaald om te voorkomen dat iemand een trein of vliegtuig zou missen en daardoor te laat zou zijn, lacht in zijn vuistje.

Maar uiteindelijk is dat folklore. De essentie van het probleem is de halfslachtige manier waarop Italië is overgestapt van een systeem van evenredige vertegenwoordiging naar een meerderheidsstelsel. De kiezers kozen daar bij een referendum in 1993 massaal voor. Maar met name kleinere politieke partijen die vrezen dat zij geen eigen rol meer hebben in twee grote politieke blokken, hebben de uitwerking van die wens van de kiezer tegengehouden. De bepaling dat een kwart van de zetels wordt verdeeld volgens evenredige vertegenwoordiging, zorgt ervoor dat kleine partijen als stoorzender en breekijzer kunnen optreden.

Op lokaal niveau is de verandering wel tot ieders tevredenheid doorgevoerd. De kiezers kiezen direct een burgemeester. Als er een tweede ronde nodig is, scharen de partijen zich achter een van de twee kandidaten. Dat biedt de stadsbestuurders stabiliteit en ruimte om beleid te maken. Zowel door links bestuurde steden als Napels, Rome en Venetië als het rechtse Milaan plukken de vruchten daarvan. En als een burgemeester al het vertrouwen van de gemeenteraad verliest, komen er nieuwe verkiezingen. De kiezers blijven het laatste woord houden.

Landelijk is de situatie veel gecompliceerder. De premier heeft bijvoorbeeld niet het recht om het parlement te ontbinden en zo degene die een crisis veroorzaakt, te dwingen het oordeel van de kiezers daarover te accepteren. Bertinotti heeft het kabinet nu laten vallen omdat hij erop gokt dat er toch geen nieuwe verkiezingen komen.

De Italiaanse geschiedenis zit vol onderhandse akkoorden tussen partijen waar de kiezer geen greep op had. Trasformismo is het woord daarvoor: aan de macht blijven door je politieke coalities te veranderen zonder de kiezer daarbij te betrekken. Het heeft een enorme verwijdering tussen kiezer en politicus veroorzaakt en ook bijgedragen tot uitwassen als corruptie en vriendjespolitiek. Prodi zei deze week dat hij steun zocht binnen de coalitie die hem aan de macht heeft gebracht, en niet daarbuiten, omdat hij iedere vorm van trasformismo wilde vermijden.

Een duidelijk tweestromenland zou daar bij helpen. Het feit dat er een ruwe tweedeling is gekomen, heeft het de professorale Prodi mogelijk gemaakt een reeks belangrijke resultaten te bereiken. Hij heeft het land de EMU binnengeloodst. Hij is begonnen aan een reeks hoognodige hervormingen in de overheidsbureaucratie, het onderwijs, de belastingen. Met zijn bijna 2,5 jaar regeren heeft hij Italië laten ruiken aan de voordelen van politieke stabiliteit.

Zijn politieke bondgenoot Massimo D'Alema, leider van de Linkse Democraten, de grootste coalitiepartij, heeft geprobeerd als voorzitter van een staatsrechtelijke commissie het idee van een tweestromenland uit te werken. Die poging is stukgelopen, op verzet van Berlusconi (die amnestie voor zijn eigen corruptiezaken wilde) en van kleine partijen (die hun positie in gevaar zagen komen). De manier waarop de huidige crisis wordt opgelost, moet duidelijk maken of de Italiaanse politici de draad weer willen oppakken. De meeste burgers staan erom te springen.