Oorlogsstemming in Turkije

Groeiende frustratie over het uitblijven van een overeenkomst met Syrië over beëindiging van de steun aan de PKK is de belangrijkste reden voor de plotselinge oorlogssfeer in Turkije. Het Turkse isolement versterkt het nationalisme.

ANKARA, 10 OKT. De vraag is niet langer of Turkije aanvallen op Syrië moet uitvoeren als het buurland de steun aan de Koerdische Arbeiders Partij (PKK) niet staakt, maar hoelang Damascus nog de tijd krijgt om op die eis in te gaan. Dat is de stemming in Turkije na ruim een week oorlogsretoriek. Turkse kranten hebben in de afgelopen dagen tal van scenario's ontvouwd wat betreft de aard en de omvang van de vergeldingsactie, variërend van luchtaanvallen op kampen van de PKK in de door Syrië gecontroleerde Beka'a-vallei in Libanon via bombardementen van strategische doelen in Syrië tot een complete oorlog.

Groeiende frustratie over het uitblijven van een overeenkomst met Syrië voor het staken van logistieke, materiële en operationele steun aan de PKK is de belangrijkste reden voor de plotselinge oorlogssfeer in Turkije. Turkije eist het recht op om zich te verdedigen tegen de dreiging van de PKK van buitenaf, waardoor de nu al 14 jaar durende guerrilla-oorlog in het zuidoosten van Turkije maar niet kan worden gewonnen. Maar het internationale isolement waarin Ankara de laatste tijd verkeert wakkert de nationalistische gevoelens aan.

Al tien jaar lang zijn Turkije en Syrië in een narrig kat-en-muis-spel verwikkeld over de PKK. Na elke aanslag van de Koerdische rebellen in het zuidoosten protesteert Ankara in Damascus tegen de steun die de PKK van het bewind van Hafez al-Assad geniet. De Syriërs ontkennen elke betrokkenheid, waarna enkele maanden later, bij een nieuwe gewapende confrontatie tussen de PKK-rebellen en het Turkse leger, het spelletje zich van voren af aan herhaalt. Tegelijkertijd wordt aan de hand van inlichtingenmateriaal (deels door Israel aangereikt) en foto's en interviews in de internationale en Turkse pers steeds weer aangetoond dat PKK-leider Adullah Öcalan zich - ondanks de ontkenning van Syrië - zowel in Damascus als in de PKK-kampen in het door Syrië gecontroleerde deel van de Beka'a-vallei schuilhoudt.

De Turkse gevoelens van onmacht zijn met name sinds 1993, toen het Turkse leger van de toenmalige regering-Çiller de vrije hand kreeg om de PKK te elimineren, verder toegenomen. Ankara zou zich niet langer moeten beperken tot de Koerdische strijd op eigen bodem, maar de methoden moeten overnemen die Israel toepast tegen de radicaal-islamitische Hezbollah in Lebanon: het bombarderen van PKK-kampen en het uit de wegruimen van PKK-leider Öcalan. Werd het bovendien niet tijd om het water dat uit de rivier de Eufraat, die in Turkije ontspringt en naar Syrië stroomt, af te snijden?

Dat laatste dreigement gaf Damascus een gouden kans om internationale erkenning te krijgen voor de angst dat Turkije de waterkraan wel eens zou kunnen dichtdraaien. Het gevolg was dat niet alleen de Arabische wereld zich verontwaardigd achter Syrië stelde, maar de PKK voor Damascus een nog belangrijker onderhandelingswapen werd in de disputen met het buurland.

Sinds enkele weken waarschuwen Turkse militaire en politieke leiders opnieuw dat het geduld op is. Syrië moet alle steun aan de PKK staken, anders komt het tot oorlog. Het Turkse leger stelt dat het de guerrillastrijd in Zuidoost-Turkije niet kan winnen zo lang de PKK-rebellen van buitenaf, met name door Syrië, worden gesteund.

De frustraties daarover worden nog gevoed door het feit dat de kwestie van de Koerden na 1990 een internationale zaak is geworden, toen de Iraakse Koerden ertoe werden aangezet om tegen het bewind in Bagdad in opstand te komen. Van die internationale aandacht profiteert ook de PKK, die bovendien zichzelf niet langer presenteert als een afscheidingsbeweging, maar als een politieke organisatie die voor democratische hervormingen strijdt. De druk vanuit de Westerse hoofdsteden op Turkije neemt dan ook toe om de Koerden politieke en culturele rechten toe te kennen.

En dat is precies waarop de opinies in het Westen en in Turkije botsen en waardoor Turkije zich steeds verder op zichzelf terugtrekt. De Koerden in Turkije zijn het probleem niet, zo houdt Ankara vol, dat is het (Koerdisch) terrorisme. De PKK is een separatistische organisatie die naar een onafhankelijk Zuidoost-Turkije streeft, betoogt het. En die terreur kan slechts worden bestreden als de buitenlandse steun, met name vanuit Syrië, wordt stopgezet. Dat het Westen maar niet wil begrijpen dat erkenning van de Koerdische identiteit een eerste stap is op weg naar afscheiding, heeft in de afgelopen jaren veel kwaad bloed gezet in Turkije en het oude idee gevoed dat de Turken inderdaad slechts zichzelf als vrienden hebben.

De oorlogssfeer die momenteel in Turkije heerst is een gevolg van het (zelfgekozen) isolement waarin Turkije zich bevindt. Met de Arabische wereld verkeert het seculiere Turkije vanouds al op gespannen voet. Met de EU wordt nauwelijks nog gecommuniceerd en ook de VS zijn niet betrouwbaar als het om de Koerden gaat, zo is vorige maand in Washington gebleken. Zonder medeweten van Turkije werden de rivaliserende Iraaks-Koerdische partijen verzoend en werd afgesproken om volgend jaar een parlement in te stellen in de Koerdische enclave. Ankara ziet hierin de eerste tekenen van een onafhankelijk Iraaks Koerdistan, wat zijn invloed op de Koerden in Turkije zelf niet zal missen.

Het machtige Turkse leger appelleert nu op een gewiekste manier aan de nationalistische gevoelens die zich zelfs in sociaal-democratische gelederen manifesteren. Het land wordt niet alleen bedreigd door de Koerdische terreur, maar ook nog eens door de politieke islam, die een permanente en invloedrijke factor in de Turkse politiek is geworden. Tot groot ongenoegen van de seculiere meerderheid, die zich naarmate de liberaal-conservatieve minderheidsregering van premier Yilmaz er maar niet in slaagt om de islamisering van Turkije te keren, steeds meer op het leger verlaat. Dat geeft de militairen niet alleen een belangrijke stem in de binnenlandse, maar ook in de buitenlandse politiek. Het riekt er zelfs sterk naar dat men de binnenlandse handicaps nu poogt te exploiteren door de aandacht op de bedreiging vanuit het buitenland te richten en daarmee de eenheid in het land zelf weer te bevorderen.

Er bestaat geen twijfel over de vraag of de Turkse natie bereid is om Syrië de oorlog te verklaren als dat de steun aan de PKK niet staakt. De unanieme uitspraak deze week in het parlement ter bevestiging van het gezamenlijke optreden van het leger en de regering is daar het meest uitgesproken voorbeeld van. Dat oorlog op geen enkele manier bijdraagt aan een oplossing van de Koerdenproblematiek in Turkije zelf en dat Turkije zich alleen verder van de wereld vervreemdt, wordt slechts door een enkeling opgemerkt.