Klein vuil

1. 'Hackers verspreiden kinderporno via Internet', hijgde dinsdag de teletekst, het radiojournaal, en in hun kielzog de kranten. Dat was fout, want het ging niet om hackers, maar om doodgewone eikels. Twee zestienjarige ettertjes te 's-Gravenzande hadden een zeventienjarig vriendje een flopje cadeau gedaan. Een rotgeintje, want zij wisten dat de diskette besmet was met 'Back Orifice'. Over Back Orifice is al het nodige geschreven, ook in deze krant, maar kort gezegd is het een programmaatje dat zich verspreidt als een virus, en een besmette PC zodra die aan het Internet gekoppeld wordt ongemerkt openstelt voor elke onverlaat die toevallig weet of uitzoekt dat je 'online' bent. Wat vroeger alleen voor serieuze, behoorlijk slimme hackers met veel moeite haalbaar was, kan met Back Orifice iedere dreutel die een muis kan bedienen. Mensen pesten, maar vooral: in andermans computer gluren, en bestanden kopi¨eren, veranderen en wissen.

Zo ook deze twee sukkels, die eens fijn in vriendliefs PC gingen grasduinen. Vet lachen, man! Tot zover was het weliswaar een achterbakse rotstreek, maar niet meer dan kwajongenswerk. Maar daar bleef het niet bij. Het duo nam buiten medeweten van hun kameraad op diens naam een internet-account bij een provider, en stelden een homepage samen van uit zijn computer gejat materiaal. En bingo! Want wat troffen ze ergens in een hoekje van die computer aan? Vieze plaatjes die wel kinderporno leken. En ook dat ging, hup, die homepage op. Natuurlijk loopt dat fout. Het slachtoffer rook lont en gaf zijn vriendjes aan. Een onbekende tipte de provider over de aanstootgevende homepage. De politie rukte uit om alle drie de onverlaten in het cachot te werpen en de pers in te lichten, en die - met uitzondering van Het Parool, dat de moeite nam om het hele verhaal te vertellen - verspreidde likkebaardend de gouden combinatie van de toverwoorden 'hackers', 'internet' en 'kinderporno'. Pure persporno. Maar het ging dus slechts om eikels, niet om hackers. En wat dat nou voor plaatjes waren, was uiteraard niet meer te achterhalen.

2. Daar was hij dan ineens, de Freshopper. De volautomatische vleeswarenafdeling voor in de supermarkt. Het journaal trok er zelfs een lang verstoft blik hebberige uitverkoophuisvrouwen voor open, zodat het geheel sterk deed denken aan doodgeboren verworvenheden als de bloemenautomaat en de patates-fritesautomaat, die zo'n dertig jaar geleden het leven kwamen moderniseren. De Freshopper is een superautomatiek die, en dat is het bijzondere, uw onsje ham of cervelaat ter plekke op de gewenste dikte voor u afsnijdt en inpakt. Maar bovenal is de Freshopper fout, en niet alleen om die tenenkrommend woordspelige naam. Het is wanautomatisering, die zinvol werk vernietigt, het sociale isolement van de klant vergroot, en daar niets tegenover stelt. Hygi¨ene (not touched by human hands!) en loonkostenbesparing, protesteren de voorstanders, maar dat zijn non-argumenten. Ziekte- en sterftecijfers van vleeswareneters zijn niet hoger dan die van vegetari¨ers, en kostenbesparing is de slechtst denkbare reden voor automatisering. Automatisering maakt onmogelijke dingen mogelijk, maar wie alleen bestaande processen automatiseert, eindigt steevast met een kwalitatief slechter product, tegen meestal hogere kosten.

Een raadsel is waarom de overheid een derde van de ontwikkelkosten van dit onding droeg, want erg innovatief lijkt de Freshopper ook al niet. Men priegelde een elektronisch horeca-bestelbord, een snij-automaat en een automatiek aan elkaar. Dat is knap, en een heel gedoe, maar de meerwaarde is onduidelijk.

3. In peuterspeelzaal Ieneminie in Lingen zorgt een clubje frisgewassen ondernemers dat Lingens grut in de informatiemaatschappij van morgen zijn mannetje zal staan. Alle driejarigen moeten aan de computer, en dus zetten ze een glanzende PC tussen de blokken. 'Intellectueel stimuleren' heet dat. 'De computer moet gewoon worden. De eerste vier levensjaren zijn wat dat betreft essentieel', zei de trotse initiatiefnemer.

Zou dat nou een geval van 'intellectuele onderstimulatie' zijn? Want waar haalt zo'n man toch de wijsheid vandaan? Ten eerste vormt het leren omgaan met computers op rijpe leeftijden als tien, twaalf, twintig of zelfs zestig jaar geen onoverkomelijk probleem, mits je je niet laat bang maken. Ten tweede is het de vraag of de huidige muis-monitor-en-toetsenbord interface over twintig jaar nog relevant is. En ten derde: waarom zou je dure, kwetsbare apparaten opdringen aan peuters die alleen al motorisch nog niet veel meer kunnen dan dingen onderkwijlen, omgooien en platslaan? Moeder natuur is tamelijk onverbiddelijk gebleken als het om het maken van supermensen gaat. Op honderden manieren is al geprobeerd om kleine kinderen door extra stimulering een intellectuele voorsprong te geven, meestal zonder enig meetbaar resultaat. Zo er al een positief effect was, dan bleken normale soortgenoten de voorsprong na verloop van een paar jaar altijd weer in te lopen. Het enige dat echt werkt, is opgroeien in een meertalige omgeving. Daar word je vanzelf meertalig van. Maar lezen, rekenen, en nu ook computeren: het oogt leuk bij die kleintjes, maar als ze veertien of zestien zijn, kun je overgestimuleerde kinderen misschien alleen nog aan hun stressniveaus herkennen.

4. Schoorvoetend dan, toch ´e´en keer Monica Lewinsky. In de internet-versie van het rapport van Kenneth Starr blijken sappige voetnoten te staan die niet in de offici¨ele, papieren versie voorkomen. Bijvoorbeeld voetnoot 739, waarin, vrij vertaald, de inmiddels versmade Lewinsky jaloers opmerkt over tv-journaliste Eleanor Mondale: 'Misschien dat ze nog niet met hem in bed ligt. Maar dat is wel waar ze op tippelt: dat hij de president is.' Dat komt door het automatisch omwerken van de oorspronkelijke tekstverwerkerbestanden naar het HTML-formaat waarin WWW-pagina's worden opgemaakt, waarbij het omwerkprogramma de markering 'verwijderd' niet bleek te kennen. Starrs rijke ervaring met roddel, achterklap, afluisteren en uithoren vermocht hem toch niet voor zo'n stommiteit te behoeden. Er is nog hoop.