Kinderen uit isolement als ze zich beter leren bewegen

Opsterland in Zuidoost Friesland is één van zes gemeenten in Nederland waar het landelijk proefproject 'Jeugd in Beweging' gaande is. Een bewegingsconsulent traint de leerkrachten van basisscholen in het geven van aantrekkelijk bewegingsonderwijs.

GORREDIJK, 10 OKT. “Denise let op, ik stuit de bal twee keer op de grond, vang hem op en gooi hem naar mijn overbuurman.” Het kost 'meester Paul' Barnhoorn enige moeite de 22 leerlingen van groep drie en vier van basisschool De Treemster in Gorredijk stil te krijgen. Barnhoorn geeft een uur bewegingsonderwijs, terwijl onderwijzeres W. Tigchelaar toekijkt. In het kader van het project 'Jeugd in Beweging' is hij tot september 2000 als bewegingsconsulent in Opsterland aangesteld en geeft hij op alle 28 openbare en bijzondere basisscholen in de Friese gemeente een half jaar 'bewegingsles'. De bewegingsconsulenten werken op het “snijvlak van lichamelijke opvoeding en van binnen- en buitenschoolse sporten”, zoals het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het omschrijft.

Doel van het drie jaar durende project is kinderen tot bewegen en sporten te stimuleren. Wie op jonge leeftijd plezier krijgt in beweging, zal later in veel gevallen ook blijven sporten, is het idee. Kroonprins Willem-Alexander zei bij zijn benoeming tot lid van het Internationaal Olympisch Comité zeer geïnteresseerd te zijn in het project.

De leerkrachten doen tijdens Barnhoorns voorbeeldles ideëen op voor nieuwe spelvormen, zodat ze voortaan aantrekkelijker lessen kunnen geven. Tigchelaar: “De kinderen vinden Pauls lessen prachtig. Ze doen allerlei nieuwe vaardigheden op. Niet alleen lichamelijke, maar ook sociale, zoals bijvoorbeeld leren samenwerken.”

Veel jongeren tussen de zeven en achttien jaar bewegen te weinig. Uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat het aantal jongeren tussen de 12 en 17 jaar dat lid is van een sportvereniging, tussen 1991 en 1995 daalde van 71 naar 65 procent. Voor kinderen tussen de zes en elf jaar bedroeg het percentage in 1995 64 procent, een daling van drie procentpunt. Het NOC*NSF maakt zich zorgen over het afnemende aantal jonge mensen dat tegenwoordig sport in verenigingsverband. E. Lenderink, beleidsmedewerker sportontwikkeling van het NOC*NSF, vermoedt dat de toenemende invloed van computer en televisie één van de oorzaken is van verminderde sportbeoefening bij de jeugd. Ook de daling van het aantal vrijwilligers bij sportverenigingen kan een reden zijn van de afnemende animo.

In Opsterland keert bijna de helft van de jongeren die eenmaal op de middelbare school zitten, de plaatselijke sportvereniging de rug toe. Een nevendoel van 'Jeugd in Beweging' is dan ook de sportverenigingen tien procent meer leden te bezorgen. Een en ander zal eerder lukken als kinderen plezier beleven aan de gymles, is de gedachte. Leerlingen met een 'bewegingsachterstand' worden in Opsterland geholpen door een motorisch remedial teacher. Barnhoorn: “Sommigen hebben een slechte oog-hand-coördinatie, anderen hebben moeite met evenwicht of een verminderd reactievermogen.” Na een korte vaardigheidstest wordt gedurende tien weken lang elke week een half uur met de remedial teacher geoefend. Het verbeteren van motorische vaardigheden kan een belangrijke sociale functie hebben, zegt Barnhoorn. “Een kind valt niet meer buiten de boot en is geen voorwerp van spot van medeleerlingen nu hij of zij voortaan leuk kan meedoen met een balspel.”

Tijdens de les laat Barnhoorn de kinderen kennis maken met verschillende sporten. De schoolteams bepalen zelf waaraan aandacht wordt besteed al hangt de keuze samen met de in het dorp aanwezige sportverenigingen. Zo gaf Barnhoorn al lessen in volleybal, korfbal, maar ook in kaatsen en schaatsen. Op de vier basisscholen in Ureterp bijvoorbeeld werd in overleg met schaatsvereniging 'De Kluners' een schaatstraining opgezet. “De kinderen deden allerlei oefeningen zoals slalompje lopen, schaatspassen maken en springen. Daarna zijn we een middag naar ijsbaan Thialf gegaan”, zegt pupillentrainster E. Bijlsma van 'De Kluners'. Het heeft de club inmiddels vijf nieuwe jeugdleden opgeleverd. Niet dat 'De Kluners' te klagen hebben over gebrek aan nieuwe aanwas. Van de 350 leden zijn 75 tussen de zes en twaalf jaar. Het aantal pupillen nam vorig jaar toe na twee strenge winters en een Elfstedentocht. Voorzitter K. Bijlsma: “Vijf nieuwe leden lijkt weinig, maar als er straks ijs ligt, geven we weer een training op de dorpsijsbaan voor de jeugd. Dat levert ook weer nieuwe leden op.”

In Frieschepalen probeert Barnhoorn samen met Plaatselijk Belang een fierljepvereniging van de grond te krijgen. De bouwtekening voor een springschans voor de polsstokverspringers ligt al klaar. Barnhoorn: “Voor deze sport is moed, durf en doorzettingsvermogen nodig. Ze oogsten applaus en bewondering als ze springen. Veel mensen klagen dat de jeugd maar wat rondhangt, maar dan moet je ze iets spannends te doen geven.”

Wethouder F. Franssen (Onderwijs) is ervan overtuigd dat criminaliteit en vandalisme verminderen als de jeugd meer gaat sporten. Ze ziet met leden ogen aan hoe een aantal scholieren in Gorredijk op straat de leegheid van het bestaan proberen weg te drinken en blowen. “Wie samen sport, hangt niet meer doelloos rond in het dorp”, zegt ze. “Op een sportvereniging leer je samenwerken en spreek je elkaar aan op gedrag. Wie in de sportkantine wat drinkt, hoeft zijn gezelligheid niet in een bar te zoeken.”