In Delfshaven spelen de kinderen dealertje

In de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven zijn het afgelopen jaar dertig drugspanden gesloten. De drugshandel is afgenomen, zegt de gemeente. Maar minder overlast blijkt relatief in Rotterdam-West. “Een junk in het portiek is peanuts.”

ROTTERDAM, 10 OKT. Op de hoek van de Grote Visserijstraat in Spangen staan twee mannen. Zo te zien doen ze niks. Ze hebben hun handen diep in de zakken gestoken, wegens de kou. Verderop staat een man alleen. Zo te zien doet ook hij niks. Bewoners van deze buurt weten dat deze mannen hier elke dag staan. Ze doen wel degelijk iets. Ze verwijzen auto's met drugstoeristen of andere gebruikers naar harddrugspanden. Als er politie rondrijdt, verwijzen ze naar de naburige wijk Middelland. Daar zijn nog dertig drugspanden.

Het gaat dus stukken beter in de wijken van het Rotterdamse stadsdeel Delfshaven. De overlast van drugsverslaafden en -handelaren is het afgelopen jaar afgenomen, zo meldde de gemeente Rotterdam gisteren. Dankzij een wetswijziging vorig jaar - in de volksmond Victoria - kan de burgemeester drugspanden voor één jaar sluiten. Voorwaarde is dat de deelgemeente voldoende klachten van bewoners verzamelt over overlast rond een pand. Daarnaast moet blijken dat de eigenaar niets heeft ondernomen tegen die overlast. Delfshaven is de enige deelgemeente in Rotterdam die Victoria heeft omarmd: dertig drugspanden zijn er het afgelopen jaar dichtgetimmerd. Delfshaven is ook de deelgemeente bij uitstek die de wetswijziging kon gebruiken - de veel geplaagde wijken Spangen, Middelland en het Nieuwe Westen vallen binnen haar grenzen. De wijken liggen vlakbij de eerste Rotterdamse afslag vanaf de snelweg, waarvan honderden Franse en Belgische drugstoeristen dagelijks gebruik maken.

In Middelland, waar de huizen dateren uit begin deze eeuw, zijn zeven panden gesloten op grond van Victoria. Nog eens zestig drugspanden zijn sinds 1995 verdwenen. Sommige op natuurlijke wijze - in het kielzog van de tippelzone die werd opgeheven. Andere, waaronder veertien cafés, werden gesloten op allerlei gronden behalve drugsoverlast: brandweervoorschriften, het illegaal aftappen van energie, de Vreemdelingenwet, de Arbeidsomstandighedenwet, of ze werden onbewoonbaar verklaard.

Minder overlast is in Middelland en Spangen relatief, blijkt vrijdagavond. In een straat waar drie panden met staal zijn dichtgelast, hangt een jonge man in een zwart leren jack rond. Hij gebaart alsof hij gaat niezen - cocaïne, voor de goede verstaander. Jongens op scooters scheuren over straat; een beproefd vervoermiddel om klanten naar drugspanden te begeleiden. Het aantal inbraken door ramen aan de achterkant van huizen stijgt nog steeds, vertelt opbouwwerker A. Schenk van Bewonersorganisatie Middelland, omdat verslaafden via de achtertuin van een drugspand ongestoord bij de buren kunnen inbreken. En er zijn meer Franse auto's met een nummerbord dat eindigt op 59 (Lille en omgeving) dan je in een Nederlandse stad zou verwachten.

Sinds de massale bewonersdemonstratie tegen drugstoerisme in 1995 in Delfshaven is de politie meer aandacht gaan besteden aan overlast rond drugspanden. Daardoor verplaatst de handel zich gedeeltelijk naar auto's. Toch is Victoria voor de naaste buren van drugspanden een zegen. “Ze hoeven niet meer een paar keer per nacht hun bed uit omdat een klant zich vergist en bij hen aanbelt. Er rijden geen auto's meer af en aan, 24 uur per dag. Prijzen worden niet meer vanuit ramen naar auto's geschreeuwd. Dat er twee keer per maand iemand in hun portiek slaapt, vinden bewoners van de zware straten hier peanuts. Maar elke ochtend met je emmertje je trappenhuis schoonpoetsen, is wat veel”, aldus Schenk die zelf ook in Middelland woont.

Voorheen kon de politie weinig met zulke klachten, omdat betrokkenheid van de eigenaar bij drugshandel amper is aan te tonen. Schenk: “Tot Victoria waren wij afhankelijk van de bereidheid van lokale ambtenaren om een pand aan te pakken op grond van andere voorschriften. Nu zijn onze klachten toereikend. Ik hoop maar dat bewoners blijven klagen, want je wordt er snel moe van, zeker als je denkt dat er toch niets verandert.” Dat sommige eigenaren belang hebben bij de drugshandel, blijkt in de Grote Visserijstraat in Spangen. Nummer 91 ging dicht, waarna de handel zich verplaatste naar nummer 93. Dat pand werd gesloten en dus begon het op nummer 99. Uitbannen van de drugshandel is volgens Schenk onmogelijk omdat er nu eenmaal te veel kleine criminelen zijn die eraan verdienen. Maar de eigenaren zouden wat hem betreft wel aangepakt kunnen worden. “Een eigenaar die zes tweekamerwoningen voor tweeduizend gulden per stuk verhuurt - dat is wat vreemd.” Schenk zou het liefst zien dat dossiers tegen malafide huiseigenaren worden opgebouwd, in plaats van tegen een individueel pand.

Het PvdA-Kamerlid P. van Heemst werkt aan een wetsvoorstel om de terugkeer van drugshandelaren te voorkomen, nadat een pand is gesloten en ontruimd. “Ik wil er niet in berusten dat de drugsmisère in één bepaalde wijk steeds dieper invreet. Zolang overlast bestaat, moet die wat mij betreft worden verspreid”, aldus Van Heemst. Het wetsvoorstel, dat hij opstelde met het voormalige VVD-Kamerlid B. Korthals, tegenwoordig minister van Justitie, moet de zogeheten aanschrijvingsmogelijkheden van gemeenten vergroten. De gemeente moet een huiseigenaar kunnen verplichten om een bonafide huurder te plaatsen, ofwel iemand op de lijst van woningzoekenden. Laat de eigenaar dat na en keert de drugshandel terug, dan moet de gemeente het pand kunnen onteigenen. Daarvoor zal de onteigeningswet moeten worden verruimd.

Het gaat beter met Delfshaven, zegt opbouwwerker Schenk, maar nog lang niet goed genoeg. “Op de Veluwe, waar mijn zus woont, spelen kinderen cowboy en indiaantje. Hier spelen ze politie en dealertje.”