'Ik ben de apostel van de samenleving'; Ex-premier en hoogleraar globalisering Ruud Lubbers:

Als premier was hij 'no-nonsense'. Presteren moest hij. Tijd voor cultuur-filosofische bespiegelingen was er niet. Nu wijdt Ruud Lubbers zich aan wereldomspannende thema's en probeert hij zijn mond te houden over de actuele politiek. Toch: 'Er begint onbehagen te groeien rond Paars.'

Lubbers de doener.

Zo werd Lubbers bekend in zijn twaalf jaar als 'no nonsense'-premier. Met de sanering van de zieltogende verzorgingsstaat stond 'Ruud Shock' - zoals een bijnaam luidde - naar eigen inzicht aan de wieg van wat nu het Poldermodel heet. Het smeden van talloze politieke compromissen over onder meer de zeer omstreden kruisraketten gaf de CDA-politicus het imago van een macher. Hij leek het CDA te hebben omgevormd tot een bestuurderspartij zonder ideologische bevlogenheid. Pas in zijn nadagen als premier maakte hij in een persoonlijke brief gewag van 'bidden dat mij ondanks al mijn zonden niet zwaar zal vallen.'

Lubbers de denker.

Zo presenteert Lubbers zichzelf na zijn vertrek uit de politiek in 1994. Hij denkt na over de gevolgen van de globalisering voor de economie en de samenleving in Nederland. Van dat denken heeft Lubbers zijn werk gemaakt als hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant, waar hij enkele dagen per week les geeft. Onlangs heeft Lubbers voor dit werk zelfs een eigen, wat hij noemt, Expert Center gekregen met de naam Globus. Dit prestigeproject van de universiteit wordt omschreven als een 'Instituut voor Globalisering en Duurzame Ontwikkeling'.

Duurzame ontwikkeling is in de visie van Lubbers nauw verbonden met het ontstaan van de global village - net als de zorg om mensenrechten. Maandag belegt Lubbers dan ook de conferentie Rethinking the Four Freedoms over de Universele verklaring van de rechten van de mens, die 50 jaar geleden door de Verenigde Naties werd aanvaard. Via de sateliet ondervraagt Lubbers dan de Zweedse oud-premier Ingvar Calsson, mensenrechtenexpert Max van der Stoel en de Nobelprijs-winnaars Desmund Tutu en Rigoberta Menchu Tum.

Hoe heeft de 'doener' Lubbers zich zo plotseling kunnen ontpoppen als een 'denker'?

De vraag blijft even hangen in de eenvoudige - haast kale - werkkamer van de hoogleraar in de Tilburgse universiteit, die er in de jaren zeventig modern moet hebben uitgezien. Lubbers is komen binnenwaaien, met de geur van drukke besprekingen nog om zich heen, heeft haastig de hand gedrukt en is klaar gaan zitten voor het gesprek. Hij heeft nog even op dicteersnelheid laten weten waar het gesprek wat hem betreft over moet gaan - globalisering, mensenrechten, milieu - en dat hij niet als oud-politicus over actuele kwesties zijn licht wil laten schijnen. En vervolgens is hij de wereld rondgegaan met een schets waarin onder meer Gorbatsjov, de milieuconferentie in Rio de Janeiro in 1992, Desmund Tutu en de val van de Muur aan elkaar worden geweven.

“De cultuur-filosofische en maatschappelijke belangstelling is er altijd geweest. Dat is ook voor mij de reden geweest om maatschappelijke functies te bekleden en uiteindelijk ook om de politiek in de gaan. Toen ik in 1973 als minister werd gevraagd [van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl, KB] kende de eerste man van mijn partij - de KVP - mij helemaal niet, want ik stond absoluut niet vooraan in de politieke wereld. Ik was de apostel van de samenleving, zoals het CDA de partij van de samenleving is. En nu ik uit de politiek ben betrap ik mij erop, dat ik weer de apostel van de samenleving ben.”

“Maar als premier was ik zeer bewust 'no-nonsense', omdat er dingen gedaan moesten worden. Je bent 'change-agent' en probeert veranderingen te bewerkstelligen. Dat is een heel praktisch karwei. Dan kan je geen cultuur-filosofische gesprekken voeren of praten in termen van wenselijkheden: 'Het zou zo mooi zijn als...'. Dan moet je heel nadrukkelijk luisteren naar verschillen van opvattingen en proberen mensen met verschillende achtergronden mee te krijgen voor verandering. Dat is het vak van de politiek, maar het was wat mij betreft zeer ideëel gefundeerd. Praten over ideële waarden is hol als een politicus niet presteert. Je moet presteren.”

Hoe kan het dan dat het idealisme of de ideologie bij u zelfs niet zichtbaar werden op momenten van openlijke bezinning zoals bij uw 'Nederland is ziek'-rede in 1990 over arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim?

“Het feit dat Paars er is in Nederland heeft veel te maken met de drie kabinetten die daaraan vooraf gingen. De veranderingen in de PvdA zijn mede tot stand gekomen op uitnodiging en onder bemoediging van de minister-president. Bij het conflict met de VVD over het milieu [dat leidde tot de val van het tweede kabinet-Lubbers in 1989] heeft de minister-president aangegeven: denk aan het milieu van morgen. Dat heeft geleid tot wijzigingen in de politieke verhoudingen, waarbij VVD en PvdA naar elkaar zijn toegegroeid. Dat is dan een vorm van pacificatie en pacificatie is heel ideëel. En ik was er wel bij, om het zo maar eens te zeggen.”

“En bij de totstandkoming van wat nu 'poldermodel' heet, begonnen wij met confrontaties. Dat resulteerde onder meer in 1982 in het Akkoord van Wassenaar over de loonmatiging, dat is aangeduid als het begin van het poldermodel. Om te zeggen 'nee, zo kan het niet langer', dat is ideëel, want verandering was broodnodig.”

In hoeverre was de door u geleide sanering van de verzorgingsstaat een noodzaak die voortsproot uit de globalisering?

“Niet. Door de perfectionering van de inmiddels overrijpe welvaartsstaat waren interne systeemfouten ontstaan, waardoor het menselijk gedrag negatief beïnvloed ging worden. Het begon al fout te gaan in de zestiger jaren, de effecten daarvan werden zichtbaar vanaf het midden van de zeventiger jaren. En toen duurde het nog zeven jaar, om maar eens een bijbels getal te noemen, voordat je dan eindelijk de ruimte krijgt om het anders te gaan doen. Terwijl de globalisering eigenlijk pas in de negentiger jaren echt is gaan spelen.”

“Om een klein ondeugend uitstapje te maken, de sociaal-democraten spreken vandaag de dag zonder gêne over de Derde Weg, alsof zij dit traditionele alternatief voor zowel kapitalisme als socialisme zelf hebben uitgevonden. De PvdA is sterk veranderd onder invloed van de herijking van de verzorgingsstaat en daarin heeft oud-vakbondsman en nu minister-president Kok natuurlijk een grote rol gespeeld. Maar het zou kunnen dat de zeer sterke karakterwisseling van de PvdA ook iets te maken heeft gehad met het einde van de Koude Oorlog, het stevige afscheid van plan-economie en het meebejubelen van de markt - zaken die nauw zijn verbonden met de globalisering.”

Het begrip globalisering is begin jaren negentig ingeburgerd geraakt. Na de Val van de Muur en het verdwijnen van de Tweede Wereld was het volgens de Amerikaanse president Bush tijd voor een nieuwe wereldorde. Het succes van het liberalisme deed de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama spreken over het einde van de geschiedenis. De explosie van de informatietechnologie leidt in de woorden van de futuroloog Alvin Toffler tot een Derde Golf, die de industriële revolutie in de schaduw zal stellen. Nationale grenzen vervagen en nationale regeringen verbleken, terwijl het deze dagen zo veelbesproken flitskapitaal naar de meest renderende landen vloeit en multinationale ondernemingen hun fabrieken neerzetten op plaatsen waar arbeid het goedkoopst is.

“Het is niet het einde van de geschiedenis. De geschiedenis van de mensheid begint nu pas echt”, mijmert Lubbers: “Als je vroeger iets leerde over andere culturen, dan was dat op een afstand. En nu is het rechtstreeks in je huiskamer. Je kunt ook niet meer zeggen: wat heb ik er eigenlijk mee te doen. Je moet dus wegen vinden om de tekorten aan kwaliteit met elkaar te bestrijden.”

Daarmee doelt Lubbers op de door velen gevreesde aantasting van milieu en mensenrechten in de permanent concurrerende global village, die moet worden voorkomen door “een nieuwe vorm van governance”.

Burgers in zogeheten niet-gouvermentele organisaties - ngo's - zoals Amnesty International en de milieubeweging moeten ondernemingen aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. De ondernemingen op hun beurt moeten niet alleen verantwoording afleggen over hun winstontwikkeling maar ook over hun milieumaatregelen en hun sociale beleid.

En willen die bedrijven dat?

“Bedrijven zoals Shell zeggen: 'Wij staan ook voor maatschappelijke waarden. Die willen wij ook bevorderen in ons bedrijf. En we gaan sociale jaarverslagen, groene jaarverslagen maken, laten ons aanspreken.' Bedrijven worden ertoe gebracht op te schrijven aan welke waarden ze samen met hun personeel inhoud geven.”

En kan een bedrijf dan nog langer zeggen: zolang de overheid een land niet boycot, kunnen wij daar investeren'?

“Nee, dat kan je niet zeggen. Steeds minder ook. En als het gebeurt en het bedrijf zegt 'We hebben het nieuwe contract nu eenmaal gesloten, we kunnen niet meer terug', dan kan de schade voor het bedrijf zodanig groot zijn dat er later een discussie komt in de raad van bestuur van 'wat hebben we nou toch daar gedaan?'. Dat werkt dan natuurlijk toch wel heel preventief.”

Doelt u op het omstreden contract van IHC Caland in Birma?

Lubbers glimlacht. “Ik heb wel geleerd als politicus om dingen niet te verlevendigen met voorbeelden als je daarvan niet alle ins en outs kunt overzien. Het gaat ook heel erg om wat ik noem de schaamte-factor in de bedrijven zelf. Als werknemers thuis komen en ze lezen dit of dat, dan zeggen ze: 'Maar moet dat dan zo, werk ik dan bij zo'n bedrijf?' De globalisering maakt dat alles heel snel op televisie en in rapporten komt en dat vergroot weer de effectiviteit van de ngo's.”

In hoeverre zijn de nieuwe ngo's in Nederland te zien als een voortzetting van het maatschappelijk middenveld, waarmee het CDA zulke sterken banden heeft?

“Het traditionele middenveld in Nederland is ontstaan vanuit een verzuilde samenleving en was gebaseerd op een levensbeschouwing. Nu zijn het toch vooral one issue-bewegingen, die vaak nog niet zo heel lang bestaan. Dat is dus civil society in een nieuwe vorm. Het is tegelijk wel zo dat het traditionele middenveld zich heeft vernieuwd. Mijn vrouw bijvoorbeeld zit in het bestuur van de Zonnebloem, een organisatie die veel doet voor gehandicapte ouderen. Die organisatie was van oorspong katholiek, is nu algemeen en groeit heel sterk. Dit is een voorbeeld van aanpassing aan een nieuwe tijd van, hoe raar dat ook klinkt, globalisering.”

Nederland kent een zeer vitale civil society maar in bijvoorbeeld de voormalige communistische landen is de burgerzin toch volledig vernietigd?

“Met Havel [president van nu Tsjechië, KB] heb ik het vaak gehad over de mental cleansing van de bevolking in communistische landen. Vitale menselijke behoeften zoals waarheid en waardigheid zijn daar systematisch weggeschaafd.”

“Maar let op: er is altijd een risico dat in onze markteconomie-georiënteerde landen hetzelfde gebeurt. Dat het met de globalisering te materialistisch wordt en ook bij ons die waarheid en waardigheid te veel onder het stof raakt.”

Is dat ook een bedreiging voor de Nederlandse samenleving?

“Nederland heeft een goede uitgangspositie voor de globalisering en dat is ook een stukje erfenis van het Poldermodel. De loonmatiging en het deeltijdwerk heeft niet alleen voor banen gezorgd maar ook ruimte gemaakt voor andere aandachtspunten in de samenleving. De enorm hoge produktiviteit per gewerkt uur in Nederland stelt ons in staat om òf meer welvaart te verwerven òf meer vrije tijd te hebben. De globalisering nodigt uit tot maximalisatie van het bruto binnenlands product per burger, door alles te meten in economie en geld. Een van de positieve kenmerken van de Nederlandse samenleving is dat wij dit de facto juist niet doen, maar minder zijn gaan werken.

Een kwetsbaarheid nu is, dat alles uit de kast wordt gehaald om het bbp te maximaliseren en de kwaliteitsverliezen zoals de extra uitstoot van CO op de koop toe worden genomen.''

Hoe kijkt u dan aan tegen het economische beleid van het paarse kabinet?

“Nu de volledige werkgelegenheid eraan komt, is het voor een regering verleidelijk om nog meer mensen coûte que coûte aan het werk te zetten en langer aan het werk te houden om nog iets meer groei te realiseren. Nou, daar moet je dan maar even vraagtekens bij zetten. Zo heb ik in het regeerakkoord gelezen dat de sollicitatieplicht voor ouderen weer in beeld komt. Dat wordt neergeschreven met een gretigheid, alsof we dat zouden moeten vieren. Heerlijk, dan kunnen we weer een sollicitatieplicht voor ouderen instellen! Maar Paars heeft het toch goed gedaan met al die banen die zijn geschapen?

“Mijn algemene gevoel is dat Paars tot op zekere hoogte een succesvolle toevoeging heeft gedaan aan hervormingen die daarvoor al in gang waren gezet. Maar dat er tegelijkertijd iets gevaarlijks zit in het enthousiasme over eigen prestatie op dat punt. Dan kun je je samenleving zodanig economisch efficiënt proberen te maken dat je over-economiseert. Ik kan me voorstellen dat een minister van Economische Zaken, Wijers, over het bisschoppelijk protest tegen de 24-uurs economie [waarbij naaste de katholieke kerk ook de protestantse kerken en de vakbonden 600.000 handtekeningen verzamelden, KB] zegt: dat klopt niet. Maar de toonhoogte waarop hij het zei, deed mij denken: hij gaat te veel in zichzelf geloven.”

In hoeverre kan het CDA het onbehagen over de economisering omsmeden tot politieke thema's?

Lubbers toont zich onwillig bij het woord CDA (“Dan gaan we over het CDA zitten praten en dat moeten we niet doen”) en begint een zeer uitgebreide uiteenzetting: “Er begint onbehagen te groeien rond Paars. Die geluiden van onbehagen hebben een relevantie voor een beweging als het CDA. In de samenleving zijn al dingen aan de gang, bijvoorbeeld met de criminaliteitspreventie. Nu het CDA buiten de regering is, zal de partij de antenne met de samenleving actiever beleven. Maar het is nog niet zo zichtbaar, omdat een aspect van Paars het plezier is om te zeggen: en daar hebben we dan het CDA niet voor nodig!”

Maar wat zijn dan mogelijke thema's?

“Ik ben gelukkig als dingen die goed zijn voor de samenleving in alle politieke partijen weerklank hebben, ook als ze beginnen in het CDA. Dus als Wim Kok recentelijk nog eens probeert iets uiteen te zetten over de aanpak van jeugdcriminaliteit, dan heb ik niet het gevoel: 'Oh wat naar is dat nou, want dat was toch een idee van mezelf vroeger en nu komt hij ermee'. En als ik Frits Bolkestein hoor praten over de betekenis van zedelijke waarden in de samenleving, dan denk ik: 'Dat is uitstekend!' Ik zie heel nadrukkelijk het christen-democratisch denken zeer sterk doorwerken in andere partijen en ik tel mijn zegeningen wat dat betreft.”

Dus het CDA kan worden opgeheven nu het christen-democratisch gedachtengoed is doorgedrongen tot andere partijen?

“Nee, daarvoor is het onbehagen over de economisering te groot. Bovendien begint het democratisch tekort van Paars op te vallen. Denk maar eens aan paarse politici die er na de verkiezingen ineens niet meer waren en de steeds meer geïrriteerde Tweede Kamer en bevolking over verschafte informatie die niet klopt. Nog belangrijker is, is dat het CDA de partij van en in de samenleving is. Zonder dat gaat het niet.”