Ideologie (2)

VOOR VEEL vrouwen is het werken in het onderwijs een bijbaan. Wat, een bijbaan? Hoezo bijbaan? Bijbaan bij wat? Aldus interviewster Aukje Holtrop op mijn bijbaan-opmerking tijdens een radio-interview dat zij met mij had. Daarmee waren we aanbeland bij het voorrangsbeleid voor vrouwen zoals dat in het onderwijs de laatste jaren is gepraktizeerd. Dat beleid heeft het onderwijs veel kwaad gedaan.

De redenering in veel gemeenten is als volgt geweest: x procent van het onderwijzend personeel is vrouw, dus moet ook x procent van de directeuren vrouw zijn. Waarom is het nu zo verbazingwekkend dat gemeenten als Amsterdam, Leiden en Den Haag aldus redeneerden? Laat ik als voorbeeld nemen het basisonderwijs waar in Amsterdam 70 procent van de leraren vrouw was. Om voor een directeurschap in aanmerking te komen, werd verlangd dat iemand full time werkte. Als je de part-timers afvoert van de lijst van potentiële directeuren wordt de verhouding man-vrouw al een heel andere. Bovendien blijken onder de allerjongste docenten, zo tot de leeftijd van 35 jaar, de vrouwen sterk oververtegenwoordigd. Kijk je naar de verhouding man-vrouw onder de full-timers in de leeftijd van zo rond de veertig jaar, de leeftijdscategorie dus waaruit directeuren gewoonlijk worden geselecteerd, dan is de verhouding niet 70-30, maar zo ongeveer andersom.

In Amsterdam werden de sollicitatiebrieven van mannelijke kandidaten zelfs niet geopend. Mannelijke docenten die de ambitie hadden om directeur te worden, werden daarmee gedwongen hun verdere heil te zoeken in het bijzonder onderwijs of buiten de eigen gemeente. Daarmee heeft de gemeente een kwalitatief belangrijk deel van zijn personeel van zich vervreemd. Dat was niet alleen weinig zorgzaam tegenover het eigen personeel (want hoe je het ook wendt of keert, mannen zijn toch ook mensen), het was daarenboven ook dom omdat op grond van de leeftijdsopbouw viel te voorspellen dat straks personeelstekorten zouden optreden. Inmiddels is het zover en het wordt de komende jaren alleen maar erger.

Wat ik ook nooit heb begrepen is dat bestuurders alleen de sector onderwijs onderwierpen aan de regel dat de directies in dezelfde mate vrouw dienden te zijn als het gehele personeel. Waarom dit principe niet ook van toepassing verklaard op alle andere diensten waar de gemeente het min of meer voor het zeggen heeft zoals het vervoersbedrijf, grondbedrijf, of de ziekenhuizen?

Niet alleen door gemeenten, ook vanuit de rijksoverheid is op dit terrein beleid gemaakt. Zo heeft Ritzen nog maar een jaar of wat geleden premies uitgeloofd voor instellingen die een vrouw benoemden. Ik vind het niet fatsoenlijk als een rijksoverheid en politici zoiets doen voor een bepaalde sector zonder dat ook voor hun eigen departement of de Tweede Kamer te laten gelden. Ja, maar onderwijs is iets anders, hoor ik u protesteren, de directeur van een school is een rolmodel, en kan de meisjes duidelijk maken dat directeuren niet per definitie mannen zijn. Het erge van het vrouwvriendelijke gehannes is dat op de pedagogische academies inmiddels nauwelijks meer jongens zijn te vinden. Het gevolg zal zijn dat straks niet alleen de directeuren, maar alle onderwijzend personeel in die sector vrouw zal zijn, waarmee we onze lieve jeugd dus al vroeg leren dat alle werk met kinderen typisch vrouwenwerk is.

Beschouw je onderwijs als een serieuze zaak en niet als een speelplaats voor vrouwvriendelijke hobbyisten, dan moet je dat onderwijs ook wat dit betreft niet in een uitzonderingssituatie brengen, maar behandelen als een gewone, volwassen sector die genoeg moet hebben aan de aanbevelingen en richtlijnen van de Emancipatieraad.