Horendol in Zwanenburg - van de rotherrie

'Geluidgehinderde woningen'. Wat die abstractie betekent wordt duidelijk in Zwanenburg. Een etmaal in de woning van de familie Hollemans aan de Julianalaan, een straat in de rode zone van Schiphol.

ZWANENBURG, 10 OKT. Het is elf uur 's ochtends. Ben Ketelaar, de erkende verhuizer, is op de koffie bij Henk (41) en Irene (39) Hollemans. De “rotherrie” is hun teveel geworden, ze gaan definitief weg. Ze hebben een vrijstaande semi-bungalow gekocht. In Dronten, middenin de Flevopolder. Allebei zijn ze opgegroeid met vliegtuigen. Zij woonde in Halfweg, hij is een geboren Zwanenburger.

In een folder uit 1925 wordt Zwanenburg nog aangeprezen als “het forensendorp onder den rook van Amsterdam”. “Ieder, die gaarne in de vrije natuur verkeert, kan hier zijn hart ophalen, terwijl degene die rust hebben wil of nemen moet, hier een veilige vluchtplaats voor het stadsgewoel vinden zal.” Het dorpje met drieduizend huizen ligt nu onder de rook van Schiphol en in de zogeheten 35Ke zone. Ofwel: de geluidsbelasting is maximaal. Waait de wind uit het zuidwesten, dan vliegen per minuut twee vliegtuigen over.

“Dit zijn stijgers”, constateert Henk. Voor 30.000 gulden lieten ze elf jaar geleden hun huis van onder tot boven isoleren. Schiphol deed dat in 1994 nog eens dunnetjes over. Toch hoor je de motoren ronken. “De klep van de open haard staat open”, zegt Irene.

Achter de bomen in de achtertuin schieten de vliegtuigen als kleiduiven naar boven. Meestal gaan ze om de beurt, soms zwermen er drie tegelijkertijd in de lucht. Officieel moeten ze de nieuwe uitvliegprocedure volgen. Niet loodrecht over Zwanenburg, maar rechtsom erlangs. “Maar zwaardere vliegtuigen kunnen die bocht niet maken”, zegt Irene. “Ze corrigeren hun bewegingen boven onze dakkapel.”

Achter die dakkapel is de kamer van hun kinderen Maarten (8) en Marieke (5). Van vliegtuigen heeft Marieke geen last, zegt ze. “Het onweert hier alleen altijd.” Maarten bouwt onverstoorbaar aan zijn kippenhok. Hij wil later boer worden. Van vliegtuiglawaai ligt hij niet wakker. “Maar toen we in de zomer vijf weken op Texel kampeerden, sliep ik wel heel lekker.”

Zolang je in Zwanenburg woont, zeggen Henk en Irene, ben je niet bewust kwaad. Je bent gelaten. Op Texel werden ze zich bewust van het lawaai. Natuurlijk zijn er dorpelingen die niet begrijpen dat ze weggaan. “Het valt toch wel mee”, zeggen ze dan. “Dat hebben wij ook jarenlang gezegd tegen iedereen die niet begreep dat we pal onder de aanvliegroute van de start- en landingsbaan bleven wonen.”

Een andere aanbeveling uit de folder van 1925: “De gezondheidstoestand mag te Zwanenburg zeer goed genoemd worden.” Henk is chronisch verkouden, Maarten heeft al sinds zijn geboorte last van zijn gezichtsholten, Marieke heeft problemen met haar slijmvliezen en Irene moet elke ochtend hoesten.

Als Irene 's zomers haar witplastic tuinmeubelen schoonmaakt, zit er een dun laagje zwart stof op. Soms ruik je in Zwanenburg kerosine, of een bleeklucht, als de vliegtuigen voor de landing hun toiletten legen.

Pagina 2: 'Spitsuur valt samen met bedtijd'

De hele donderdag is het een oase van rust. Er komt hooguit één vliegtuig per uur voorbij. Maar volgens Henk is het net als met een buurman die zijn huis aan het opknappen is. “Als het stil is, zit je te wachten tot het boren weer begint.” Pas om een uur of acht, als de kinderen naar bed gaan, is het even spitsuur. En opnieuw om twaalf uur, als de volwassenen gaan slapen.

Voor de slaapkamers in woningen binnen de rode zone geldt een aparte geluidsnorm, de LAeq-norm. Ligt een Zwanenburger in bed, dan is de maximaal aanvaardbare belasting LAeq 26 dB(A). Voorwaarde is dat de ramen potdicht zitten, ook 's zomers. “Dan stikken we”, zegt Irene. Zij zet haar slaapkamerraam een beetje open. Soms wordt ze met hartkloppingen wakker. “Het lijkt alsof ze dwars door ons huis vliegen.”

Twee weken geleden kochten ze het huis in Dronten. Ze hadden een optie op een ander huis, maar daar bleken twee provinciale wegen omheen te lopen. “Dat is misschien vijf procent van de herrie van Schiphol, maar voor ons was dat nog te veel.” Een leven lang lawaai maakt onverdraagzaam. Over een eventuele tweede luchthaven in de Flevopolder maakt Henk zich geen zorgen. “Als het ooit zover komt, verhuizen we wel weer.”

In bijna elke straat in Zwanenburg staat wel een huis te koop. De gemiddelde prijs is hoog, zegt makelaar Hans Nibbering. Rond de 350.000 gulden. De meeste huizen worden gekocht door Zwanenburgers. Volgens Nibbering zijn de bewoners niet bang voor sloop, zoals minister Netelenbos vorige week voorzichtig opperde. Het huis van de familie Hollemans was binnen een week verkocht. Aan de overburen, Anja en Eric Johannes en hun twee kinderen. Het huis aan de Julianalaan is het geboortehuis van Eric. Hij is blij met de dakkapel en de grote tuin. Op Schiphol duurt de zomer van april tot september, en met drie vliegtuigen per vijf minuten is het buitenshuis niet te harden, zegt ook Eric. De nacht verloopt redelijk rustig. Om zes uur 's ochtends is Maarten wakker. De KLM, AirUk en Pakinstan Airways ook. Maarten gaapt en draait zich nog eens om. “Dat zijn dalers.”