Hollands Dagboek: Tsering Dorjee

Acteur en muzikant Tsering Dorjee (28) speelt in De Wachtkamer, een politiek toneelstuk over Tibet-China, dat deze week in première ging. Hij is geboren in Nepal, dichtbij de grens met Tibet. Hij studeerde aan het Tibetan Institute of Performing Arts in het Indiase Dharamsala.

Woensdag 30 september

Ik ben twee keer eerder in Nederland geweest. Vorig jaar namen we deel aan de Tibet Impressions Live-tournee met Chris Hinze en zeven Gyuto-monniken. Tijdens die tournee ontmoette ik regisseur Helmert Woudenberg.

Tassy Schmid en Maaike Riemersma (van Asian Performing Arts in Houten) vroegen me in december 1997 in Nederland te komen spelen bij het eerste politieke toneelstuk over Tibet-China, De wachtkamer. Een initiatief van de Nederlandse Tibet Support Group.

Om 14.30 haalt Dana me op in Houten, waar ik woon, om naar Amsterdam te gaan en later naar Velp voor een repetitie en de tweede try-out. We reizen altijd samen in onze space-wagon, met het decor achter ons in een aanhangwagentje. We, dat zijn Rosicler, geboren in Brazilië, Victor uit Suriname, Shamu, geboren in Suriname uit Indiase ouders en Attila uit Hongarije.

De tocht van Amsterdam naar Velp duurde drie uur. Maar we gebruiken die tijd om onze rollen in te studeren. Na de try-out zijn we tevreden over de reactie van het publiek. Ik herinner me een bejaarde dame, mevrouw Varna, die tranen in haar ogen had. Ze was juist terug uit Tibet en ze zei: “Wat hier gebeurt, moet van de daken geschreeuwd worden. En nu doen jullie het met de juiste woorden en met dat ontroerende spel.”

Donderdag

Vanochtend werd ik om half negen wakker. Ik offerde zeven kommetjes schoon, fris water op het altaartje voor de Boeddha en het portret van mijn grootste lama en leider, zijne heiligheid de Dalai Lama. Ik heb een kamertje in het huis van mijn producer Tassy Schmid waar ik mijn eigen altaartje heb gemaakt. Elke ochtend bid ik een korte mantra voor alle mensen. Ik wens hun succes in hun dagelijks werk en meer onderlinge eendracht. Daarna concentreer ik me, probeer ik me te ontspannen, mijn balans te vinden en mijn negatieve gevoelens onder controle te krijgen.

Als je niet in balans bent, bezorg je anderen een heleboel last, en jezelf natuurlijk ook. Het ritueel doet me denken aan toen ik klein was. Mijn ouders moesten vanaf 1959, toen de rode vlag met de gele sterren de macht greep in mijn moederland op het vliegveld van Mustang werken. Opeens moesten ze van hun leven als nomaden overschakelen naar dat van gewone arbeiders. In 1975 besloten ze naar Katmandu te verhuizen, in de hoop op een betere toekomst voor hun kinderen. Mijn oudere broer en zus kregen geen kans om naar school te gaan, ze moesten mijn ouders helpen en voor ons zorgen. Mijn ouders hebben in Katmandu een school voor hun jongste drie kinderen gezocht, maar ze konden die niet bekostigen. Het kostte hun twee jaar om een beurs voor ons los te krijgen. Ten slotte heeft de Tibetaanse regering in ballingschap hen geholpen.

Ik was zeven jaar toen ik bij mijn ouders weg moest om naar school te gaan in Shimla, een plaats in Noord-India niet ver van de Himalaja. De eerste twee jaar heb ik mijn ouders niet één keer gezien, dat was te duur. Vanaf dat moment heb ik geleerd voor mezelf te zorgen. Ik moest mijn eigen kleren wassen, het slaapgebouw schoonhouden (ik woonde daar samen met honderd anderen kinderen). In die eerste twee jaar had ik soms geen schoenen, zelfs 's winters niet. Om alle andere kinderen en omdat ik wist dat onze ouders het zelf ook moeilijk hadden, heb ik daar nog steeds fijne herinneringen aan.

Ik haalde mijn diploma aan die school en op 6 mei 1986 besloot ik naar het Tibetaans Instituut voor de Podiumkunsten (TIPA) in Dharamsala te gaan. Het TIPA is in 1960 opgericht door de Dalai Lama voor het behoud van de Tibetaanse cultuur, de traditionele Tibetaanse muziek, dans en opera.

Vanuit Velp ga ik naar de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht voor een afspraak met Hans Klein-Schiphorst. Ik wil informatie inwinnen over de mogelijkheid om in Nederland een opleiding tot acteur en regisseur te volgen. Ze proberen een éénjarige HBO-opleiding voor internationale studenten te creëren. Als ik de kans zou krijgen om die te volgen, zou dat mij en mijn volk kunnen helpen.

's Middags ga ik naar de Utrechtse Schouwburg om alles klaar te maken voor de première. Ik richt de tentoonstelling met mijn zestig foto's in. Die heb ik gemaakt in Dolpo in Nepal, vlak bij de Tibetaanse grens.

Vrijdag

De dag van de première. Ik ben goed uitgerust. Dat wil zeggen, ik ben op mijn bed gaan zitten, op zijn Tibetaans, in mediteerhouding met gekruiste benen en met een deken over mijn knieën, en ben begonnen aan dit dagboek. Toen ik uit het raam keek, zag het weer er zo somber uit dat ik het niet meer wilde zien. Dus deed ik mijn gordijnen dicht en ging verder met schrijven. Boven in het kantoor hoor ik de 'dames' kletsen, lachen en alles gereedmaken voor vanavond.

Om 17.00 uur komen we (Tassy en ik) in de Schouwburg aan. Alle acteurs, Helmert, Maaike en de anderen, zijn er al. We zijn opgewekt, omhelzen elkaar en opeens krijg ik een heel aardige kaart van Shamu en een roos en snoepjes van Attila. Victor geeft me een speelgoedcameraatje en Dana een prachtige witte steen. Van APA krijg ik een sweatshirt en een Boeddha'tje en nog een mooie kaart met een gitaar van Bernard Bredero, de schrijver van De Wachtkamer. Ik ben helemaal verrast, want die gewoonte om elkaar bij wijze van gelukswens voor een première kleine cadeautjes te geven, kende ik niet. Gelukkig heb ik een paar kleine Tibetaanse religieuze voorwerpjes bij me, dus als ze me cadeautjes beginnen te geven, heb ik ook iets voor hen.

Voor de voorstelling gaan de acteurs in een kringetje staan en nemen elkaar bij de hand om zich te concentreren en zich samen prettig te voelen. Dan begin ik aan mijn 'slaapscène' op het toneel. Na de voorstelling biedt Maaike ons een lange, wit zijden khata (Tibetaanse omslagdoek) aan, die symbool staat voor een zuiver, geslaagd en lang leven, en Tassy geeft iedereen een witte lelie. Het publiek is ontroerd en aangedaan door het stuk. Ik heb geen enkele negatieve reactie gehoord. Het feest na afloop duurt tot één uur. Ik ben blij dat er ook Tibetanen zijn komen kijken en dat ze het stuk zeer waardeerden.

Zaterdag

Tussen de middag maak ik een Tibetaanse brunch: vers Tibetaans brood, gekookt vlees en groentesoep, met tomaat, uien, knoflook en rijst. Ik heb een paar dagen geprobeerd alleen koud te eten, maar dat had invloed op mijn energie. Ik miste iets. Volgens mij is warm eten heel belangrijk voor de ontspanning van lichaam en geest. Probeer het zelf maar eens: als u moe of hongerig bent, neem dan hete soep in plaats van koude boterhammen. Dat geeft een ander gevoel.

Vergeleken met waar ik vandaan kom, vind ik alles er hier erg kunstmatig uitzien. Groenten en fruit zien er prachtig uit, maar er zit minder smaak aan dan thuis. Zelfs de bloemen en de bomen zien er onwerkelijk uit. Alles is zo keurig georganiseerd, de bomen staan in rijtjes als soldaten. Je krijgt nergens echt het gevoel dat je in de natuur bent.

Ik heb een lang gesprek met Tassy. Ze zegt dat producent zijn een heel eenzaam beroep is. Ik probeer altijd positief te denken en niet aan nare dingen te denken. Eerst geduld oefenen, dan zacht spreken, de dingen helder krijgen en je niet op je kop laten zitten door het verleden. Je leeft nu en in de toekomst.

Na al het gepraat ga ik naar mijn fysiotherapeut Just Schilder in Houten. Sinds drie maanden heb ik problemen met mijn linkerpink. Tijdens het consult praten we altijd over Tibet en de Himalaja. Hij is in 1996 van Lhasa naar Mount Kailash gefietst. Het is gek maar hij heeft me verteld dat hij het als kind altijd over Tibet had zonder er ook maar iets van te weten.

In de Schouwburg lees ik de eerste kritiek over ons stuk in het Utrechts Nieuwsblad. 'Er is weinig hoop in deze Wachtkamer, maar dat maakt deze gewetensvolle voorstelling zo aangrijpend', schrijft Max Smith. Ze vertalen het voor me, en ik vind het een goede recensie. 'Goed, mooi, dat klopt... Veel kwakkelende mensen...' De paar woorden Nederlands die ik ken.

Zondag

Vrij. 's Ochtends ga ik joggen en kom de buurman tegen. Hij loopt aan de overkant en komt opeens breed lachend naar me toe. Ik herken mensen niet altijd dadelijk, maar meestal herkennen mensen mij wel. Hij complimenteert me met het stuk, dat hij gisteren is gaan zien.

's Avonds een lekker Nederlands diner met Tassy en haar knappe, zachtaardige zoons Niels en Justin. Zij vormen een uitzondering, maar ik heb gemerkt dat de meeste Nederlandse kinderen niet veel respect voor hun ouders hebben. Ze noemen hen bijvoorbeeld bij hun voornaam. Wij zijn dankbaar dat onze ouders voor ons zorgen als we klein zijn, en daarom moeten we eerbied voor hen hebben en hen helpen als ze ouder worden. Bij ons is het heel gewoon dat ouders op latere leeftijd bij hun kinderen inwonen.

Maandag

Om half tien ga ik naar mijn Tibetaanse vriendin Namgyal Lhamo in Utrecht. Ze staat net op het punt om naar Dharamsala te vertrekken. Ik vraag haar om een cadeautje voor mijn jongste broer Dawa mee te nemen. Ze is gehaast en zegt dat ze helemaal geen tijd heeft. We beginnen in het Tibetaans te praten over al onze ervaringen van de afgelopen maanden, waarin we ook samen een paar voorstellingen hebben gegeven. Ze is een goede Tibetaanse zangeres. Samen met haar zuster en een goede vriendin gaat ze een nieuwe Tibetaanse groep oprichten, Gangchenpa. Wanneer wij Tibetanen elkaar ontmoeten raken we als vanzelf aan de praat, maken grapjes, vertellen een mop, praten over wat we denken en vinden, alles heel ontspannen.

Dinsdag

Onderweg naar Deventer herken ik de fotoboeken over Nederland die ik als kind heb gezien: boerderijen, allemaal koeien, prachtige schapen, weilanden en bossen. Dit was voor mij écht Nederland, omdat dit uniek is in de wereld. Alle grote steden in Europa zien er in mijn ogen ongeveer hetzelfde uit; overal de grote Amerikaanse winkels, bars, veel Chinese restaurants.

Tijdens onze voorstelling valt me het grote verschil tussen dit publiek en dat in India op. Hier krijgen we veel aandacht, de mensen zijn muisstil en na afloop tonen ze hun waardering door te klappen en op te staan. In Azië duren de voorstellingen veel langer, de mensen eten intussen, praten en roepen. Ze kunnen in- en uitlopen, zodat er niet erg aandachtig wordt gekeken, en het publiek is niet zo gedisciplineerd. Al die aandacht van het publiek geeft me het gevoel dat ik zo goed mogelijk moet spelen.

Vanavond was er niet veel publiek, en volgens mij heeft Deventer echt een kans laten lopen om iets over Tibet aan de weet te komen.

's Avonds na de voorstelling ga ik naar Amsterdam en loop over de Walletjes. Het is heel vreemd om de vrouwen zo achter de ramen te zien zitten. Al die mannen, toeristen en zelfs groepjes meisjes en gezinnen lopen te kijken en de vrouwen te plagen en uit te lachen. Ik krijg medelijden met hen.

Woensdag 7 oktober

Het grootste probleem hier is voor mij het weer. Gisteravond had ik het zo koud dat ik de verwarming aan heb gedaan. Dat gaat een stuk gemakkelijker dan in India. Ik kan haast niet geloven dat er altijd stroom is en altijd even sterk. 's Ochtends hoef ik niet te wachten op heet water: het is er gewoon. In India moeten we minstens een half uur wachten tot we twee emmers heet water hebben. Al die dingen maken het dagelijks leven wel gemakkelijk, maar ik word er ook lui van.

Vergeleken bij andere landen zijn gekleurde mensen in Nederland meer geaccepteerd, en de Nederlanders spreken niet alleen hun eigen taal maar ook Engels. Daardoor voel ik me niet zo'n buitenstaander.

Tussen de middag ga ik naar onze kostuumontwerper, Pierino & Philo's. Ze vragen me of ik op 10 oktober wat kleren wil showen bij TranceBuddha, een grote discotheek in Amsterdam. TranceBuddha heeft me gevraagd om te komen zingen en dansen in een speciale voorstelling, Aid for Tibet. Vandaag vieren wij in Dharamsala en alle andere Tibetaanse vluchtelingenkampen de 'Dag van de Nobelprijs voor de Vrede'. In 1989 kreeg zijne heiligheid de Dalai Lama die prijs uitgereikt.

We geven een voorstelling in Haarlem en na afloop hoor ik van onze producers dat ze voor dit stuk geen subsidie krijgen. Ik ben echt verontwaardigd. Dus regeringen zijn overal precies hetzelfde. Hun eigen economische belang gaat uiteindelijk toch voor. Ik wil alle mensen bedanken die het Tibetaanse volk steunen in hun strijd om de soevereiniteit van hun land, zodat we daar in vrijheid en vrede kunnen leven.