Grillige havik; Ariel Sharon

TEL AVIV, 10 OKT. Eerherstel. Dat is de gisteren bekendgemaakte benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken voor de vechtersbaas Ariel Sharon. In de eerste plaats eerherstel voor zijn blamage als minister van Defensie onder premier Begin tijdens de oorlog in Libanon (1982-1984). Deze oorlog liep niet alleen uit op een debacle maar besmeurde bovendien de naam van Sharon met het bloed van de moordpartij door de Falangisten op honderden Palestijnen in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Een Israelische commissie van onderzoek stelde hem daar later indirect voor verantwoordelijk. Deze commissie bande Sharon voorgoed van het ministerie van Defensie.

Premier Netanyahu heeft de 70-jarige 'bulldozer' zoals hij hier wordt genoemd op een heel belangrijk moment weer een sleutelpositie gegeven in de Israelische politiek. Sharon zal Netanyahu in zijn nieuwe functie vergezellen naar de top vanaf donderdag met president Bill Clinton en Yasser Arafat in Wye Plantation over een verdere Israelische terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever. Als deze top slaagt zal Sharon de zeer moeilijke onderhandelingen met de Palestijnen voeren over een definitieve oplossing van het Israelisch-Palestijnse geschil. Een grotere paradox is niet denkbaar omdat strijd tegen de Palestijnen van 1948 als een rode draad door de militaire loopbaan van Sharon loopt.

In 1996 werd Sharon door Netanyahu op een zeer beledigende manier in de regering geloodst. Sedertdien botsten de grote ego's van beide mannen vaak. Netanyahu heeft Sharon naar voren gehaald om de rechtervleugel in zijn regeringscoalitie over zijn Palestijnse politiek te kalmeren. Met een recente uitspraak dat hij “de laffe terrorist Arafat nooit de hand zal drukken” en zijn verzet tegen het opgeven van 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever lijkt Sharon de rem op Israelische concessies te zijn.

De verwarring in de Israelische politiek over de betekenis van zijn benoeming bleek gisteren groot te zijn. Woordvoerders van de kolonisten brachten snel in herinnering dat hij voor premier Begin's vrede met Egypte de nederzettingen in de Sinaï-woestijn ontruimde en de stad Yamit nabij El-Arish platlegde.

'Sharon, de keizer van Israel', zoals een over hem in 1985 gepubliceerde biografie heet, is onberekenbaar en heeft geenszins last van ideologische overwegingen als het om het realiseren van zijn persoonlijke ambitie gaat. In de zeventiger jaren was hij al rijp voor onderhandelingen met de Palestijnen en overwoog hij met een zeer linkse politicus een partij op te richten. Tijdens de Libanese oorlog stelde hij zich ten doel de “bende van Arafat” uit Libanon te verdrijven en in dat land de Falangisten aan de macht te brengen.

Israëliërs die de grote ommezwaai van premier Rabin ten opzichte van de Palestijnen van nabij meemaakten, zijn ingenomen met Sharon op Buitenlandse Zaken. Zij verwachten van hem als de laatste vertegenwoordiger van de generatie pioniers in de regering ook een pragmatische politiek. Sharon kreeg een Spartaanse opvoeding in Palestina. Hij vocht in alle Israelische oorlogen en bracht het tot generaal. Zijn imago van held nam vorm aan als de legendarische commandant van eenheid 101. Onder zijn bevel voerde deze eenheid in de vijftiger jaren gedurfde maar ook omstreden wraakakties over de grenzen uit. De bekendste en meest omstreden is die in het Jordaanse dorp Kibya waar onder de 69 doden veel vrouwen en kinderen waren. Sharon kreeg de status van oorlogheld in 1973. Tegen de wil van de chefstaf in lanceerde hij de legendarische oversteek van het Suez-kanaal waardoor het tij aan het Egyptische front keerde.