'Eindelijk spelen wat we willen'; Bill Wyman doet ontspannen optredens met zijn Rhythm Kings

De belangrijkste reden voor Bill Wyman om in 1990 uit de Rolling Stones te stappen was dat hij niet meer wilde meedraaien in de mallemolen van hits en videoclips. Met zijn band de Rhythm Kings speelt hij nu een mix van jazz, blues en country. “In creatief opzicht ben ik nu beter af.”

BRUSSEL, 10 OKT. Nee, zijn solohit (Si Si) Je Suis Un Rock Star zal hij in Paradiso niet zingen, zegt Bill Wyman (62) geamuseerd. Sterker nog, met zingen is hij helemáál gestopt, sinds hij vorig jaar bij de debuuttournee van zijn groep Rhythm Kings ondervond dat het niet zijn sterkste punt was. Liever blijft hij de onopvallende en onbeweeglijke man met de basgitaar, een rol die hij als 'Stille Stone' bijna dertig jaar lang bij de Rolling Stones vervulde. Met als belangrijkste verschil dat er nu regelmatig een glimlach rond Wymans lippen verschijnt. “De druk die er bij de Stones was om voor een stadion vol mensen een image hoog te houden, is weg. Bij de Rhythm Kings draait het alleen om de muziek. In de clubs waar we spelen, is er sprake van een wisselwerking met het publiek. Je kunt nog eens een paar handen schudden of een paar stappen terug doen om een sigaretje te roken. Het is veel losser, veel vriendelijker dan ik het bij de Stones gewend was.”

Als een soort circusdirecteur is Bill Wyman naar Brussel vooruit gereisd om toelichting te geven bij fase twee van zijn Rhythm Kings, de cd Anyway The Wind Blows die volgt op het vorig jaar verschenen Struttin' Our Stuff. Een dag later zal hij voor repetities en een concert in Antwerpen herenigd worden met zijn mede-bandleden waaronder zangeres Beverly Skeete, gitarist Albert Lee en collega-popveteranen Georgie Fame en Gary Brooker (ex-Procol Harum). Peter Frampton ontbreekt dit keer bij de concerten maar is wel op de plaat te horen, net als Eric Clapton, Chris Rea en voormalig Stones-gitarist Mick Taylor.

“In bepaalde opzichten lijken we meer op een jazzband dan op een rockgroep”, zegt Wyman over de los-vaste samenstelling van zijn Rhythm Kings. “Er is meer vrijheid om te spelen wat we willen en we hoeven ons niet druk te maken om videoclips of hitsingles. Mijn belangrijkste drijfveer om de Stones te verlaten was dat ik uit die mallemolen wilde stappen. Ik heb nu weer tijd voor andere dingen, zoals mijn drie jonge dochters, de dagelijkse leiding van mijn Sticky Fingers-restaurants en het fotoboek over Marc Chagall dat ik onlangs heb voltooid en dat in een kleine oplage wordt gepubliceerd.”

Er was geen sprake van animositeit tussen hem en Mick Jagger of Keith Richards toen hij de Stones in 1990 vaarwel zei, benadrukt Wyman. “We komen nog steeds bij elkaar over de vloer en we spreken elkaar op feestjes. In creatief opzicht ben ik nu beter af, want bij de Stones hadden de composities van Mick en Keith altijd voorrang en was ik aangewezen op soloplaten om mijn ideeën kwijt te kunnen. Wat niet wegneemt dat ik betrokken was bij het ontstaan van veel Stones-nummers. De riff van Jumping Jack Flash is bijvoorbeeld van mij, maar op het label heette het toch altijd weer een Jagger/Richards-compositie te zijn. Andere bands zoals The Who of Led Zeppelin hadden dat beter geregeld, want die lieten alle bandleden meetekenen of er stond regelmatig een nummer van de bassist of de drummer op hun elpees. Zelfs Ringo kon bij The Beatles soms een eigen nummer kwijt, maar bij de Rolling Stones is het vergeefs zoeken naar de Bill Wyman-composities die er wel degelijk waren.”

Wyman is in hitparadesucces niet meer geïnteresseerd. Zijn muzikale missie voert hem terug naar de jaren veertig en vijftig, toen de Amerikaanse populaire muziek een smeltkroes was van jazz, blues, rhythm & blues en country & western. “Die oude muziek hoor je nooit op de radio, zodat jonge mensen geen idee meer hebben van de ontstaansgeschiedenis van de rock & roll. Wij willen die muziek niet op een puristische manier benaderen, maar het stemt mij tot grote tevredenheid als ik Beverly Skeete een nummer van Billie Holiday hoor zingen terwijl ze de intensiteit van het origineel benadert. Van een plaat als de onze zullen er geen miljoenen verkocht worden en dat hoeft wat mij betreft ook niet, zo lang de muzikale bagage van iemand als Georgie Fame maar niet verloren gaat.”

Op de cd Anyway The Wind Blows spelen de Rhythm Kings oude nummers van J.B. Lenoir en Mose Allison, maar ook recenter materiaal van J.J. Cale (het titelnummer) en Bill Wyman zelf. Een versie van Little Walters Too Late herinnert aan een anecdote uit Wymans autobiografie Stone Alone, waarin hij memoreert hoe de Rolling Stones in 1964 bij het betreden van de Chess-studio in Chicago werden aangesproken door songschrijver Willie Dixon, die hen enkele van zijn composities wilde aansmeren. “De nummers die hij zogenaamd voor ons had geschreven, kenden we allang van platen van Muddy Waters en Little Walter. Iets dergelijks overkwam ons toen de manager van Jimmy Reed ons een tape gaf met het nummer Big Boss Man. Een nieuw nummer, beweerde hij, maar wij speelden het twee jaar eerder al in de clubs, toen de Stones nog maar net begonnen. De cirkel is rond nu we Too Late van Willie Dixon hebben opgenomen. Indertijd vielen die mythische blueshelden voor ons een beetje van hun voetstuk, toen bleek dat er over hun authentieke bluesmuziek heel zakelijk gedacht werd. Achteraf geef ik ze natuurlijk geen ongelijk.”

Terwijl Mick Jagger steeds vaker vragen moet afwimpelen over de maximumleeftijd die een rocker mag hebben, heeft Wyman een rustiger en meer bij zijn leeftijd passend metier gevonden. Voor twee concerten op een avond draaien de Rhythm Kings hun hand echter niet om. “De eerste show is er om op te warmen”, zegt de verrassend spraakzame 'Stille Stone'. “Wie ons echt in vorm wil zien, moet naar het nachtconcert komen. Als we er zin in hebben, doen we misschien zelfs verzoeknummers. Vraag Gary Brooker alleen niet om Whiter Shade Of Pale en begin bij mij niet over Je Suis Un Rock Star, want die passen niet in ons concept.”

Bill Wyman's Rhythm Kings: Anyway the Wind Blows (RCA Victor/BMG 74321 59523-2). Concerten 11/10 Paradiso, Amsterdam, 20 en 24 uur. Het nachtconcert is nog niet geheel uitverkocht. Inl. (020) 626 45 21.