De vergadering

Om negen uur 's avonds is de eerste bestuursvergadering na het zomerseizoen van de vereniging voor handel en ambacht (ACAT) in Thenon. Wij worden verwacht in de zaal van het gemeentehuis. Om half negen sta ik op het bordes naast Yves Pouyau, onze voorzitter. Hij was net aangekomen en vroeg even met hem te wachten op de sleutel. Het gemeentehuis was gesloten en onze penningmeester, Marie-Jeanne Delpey, zou de sleutel meebrengen. “Ze zal zo wel komen”, zegt Yves, “je kent Marie-Jeanne wel, hè?” En hij maakt met zijn hoofd een gebaar naar de overkant.

Ineens gaat me een licht op. Aan de overkant ligt een langwerpig utiliteitsgebouw dat de gemeente ooit in tien kleine traveeën heeft verdeeld, die elk ruimte bieden aan een kleine boetiek. Kennelijk heeft de gemeente in de jaren zestig bedrijfsruimte willen scheppen voor de kleine dorpswinkels die toen nog bestonden. Wat een verlevendiging van het plein had moeten worden, was nu, met tien neergelaten stalen rolluiken, een doodse kazernewand. Maar nu kon ik de hoofdknik van Yves thuisbrengen. Want een van die donkere rolluiken verborg het winkeltje van Marie-Jeanne Delpey. Overdag vertoonde een etalageruit het opschrift 'De fil en aiguille' (van draad tot naald). Je kunt er van alles krijgen dat te maken heeft met naaien, stoppen en verstellen van kleding, en met breien, borduren en haken. De gestalte van mevrouw Delpey past hier helemaal bij, met haar niet meer zo jeugdige leeftijd en haar sterke brillenglazen. Als je om een bijzondere knoop komt, legt zij het voorbeeld op de minuscule toonbank, kijkt er naar zoals een diamantair naar een bijzondere steen en trekt de talloze laden en laatjes open in en rond haar toonbankje. Ondertussen praat zij staccato door, zonder een ademtocht pauze en aan de toonhoogte van haar stem kan men het moment beluisteren waarop de vondst van de begeerde knoop naderbij komt. Dan gaat haar stemgeluid omhoog als een snel stijgend vliegtuig, maakt een looping en dan ineens breekt het moment door waarop haar stem een daling inzet en zij met een bekwaam uitgeserveerd 'voilà' en een stralende lach naast de voorbeeldknoop een exemplaar neerlegt dat er wel op lijkt maar het toch nèt niet is... Maar dat durft niemand te zeggen; zover heeft Marie-Jeanne het gebracht.

En nu, in de kille avond, staat zij daar plotseling met de sleutel voor ons. Yves opent de zware deur en we gaan naar binnen. In het daaropvolgend half uur zoeken de binnengekomenen allen een plaats om de tafel met het groene kleed die tegenover de stoelen in de zaal staat, onder de foto van president Chirac.

Ik herken het profiel van Nathalie Martin van het schoonheidsinstituut, onze secretaris. Alain Crantelle, de vice-voorzitter heeft strak achterovergekamd blond haar, dat met een paardenstaartje wordt bijeengehouden. Wij stellen ons aan elkaar voor en gaan zitten. Yves en Alain in het midden, Nathalie en Liliane Minons aan een zijde aan het eind van de tafel, Marie-Jeanne Delpey en ik aan het andere eind tegenover elkaar.

Het valt me op dat mevrouw Delpey een dikke dossiermap heeft meegenomen. Ze is de enige die enig document heeft meegenomen, hetgeen haar siert als penningmeester. De anderen leggen alleen hun handen op tafel. Of een pakje sigaretten, want er wordt door Alain en de dames fors gerookt. Ik heb de uitnodiging voor me gelegd om daarop eventueel nog een aantekening te kunnen maken.

Ik kijk Yves eens aan. Hij tikt op tafel en neemt het woord. Dat hij eerst gebruikt om mij aan de anderen voor te stellen. Allen knikken me vriendelijk toe. Yves steekt weer van wal. Hij herinnert er aan dat we het vanavond zouden hebben over de Brocante, de jaarlijkse braderie die in het eerste weekeinde van augustus is gehouden. Allen knikken zo ernstig dat ik begrijp hoeveel belang men aan de vrijmarkt hecht.

Liliana Minos wil het woord. Zij is ongeveer veertig jaar oud en vertoont een hoge blos, die - bedenk ik opeens - heel aardig past bij haar winkel. Met haar man drijft zij in de hoofdstraat een zeer welbeklante handel in groente, fruit en primeurs, waarin men tevens een ruime keuze kan maken uit velerlei kazen en wijnen.

“We weten onder elkaar wel ongeveer wat er aan heeft geschort”, zegt zij cryptisch. “Maar ik denk toch dat wij de mening van nog een aantal collega's moeten vragen. En misschien ook wat meer assistentie in het volgend jaar.” Rondkijkend zie ik dat haar woorden op aller instemming kunnen rekenen. Zij heeft vermoedelijk goede redenen om een breder draagvlak te vragen.

Yves kijkt de kring rond en knikt. “Er gaat een nieuwe uitnodiging uit”, zegt hij. Nathalie pakt een zakboekje en noemt een datum. Allen knikken. “Aldus besloten”, zegt Yves. “Tot de volgende maand.”