De Napoleon van de Saar; Oskar Lafontaine wil oogsten na verkiezingsoverwinning SPD

SPD-voorzitter Oskar Lafontaine eist voor zichzelf een belangrijke plaats op in de rood-groene regering. In zijn wereldbeeld, dat nogal afwijkt van dat van toekomstig bondskanselier Schröder, is de economie nog maakbaar.

BONN, 10 OKT. Oskar Lafontaine, voorzitter van de SPD, heeft lang moeten wachten. Het hele verkiezingsjaar heeft hij zich vriendelijk grijnzend aan de zijde van Gerhard Schröder, de toekomstige kanselier, geschaard. Männerfreundschaft voor de camera's en eensgezindheid waren de sleutel tot de overwinning. Nu is het tijd om te oogsten. Achter het decor van de coalitiebesprekingen tussen de SPD en de Groenen, is Lafontaine druk doende de verkiezingsbuit binnen te halen. De kleine gezette Lafontaine, die de Napoleon van de Saar wordt genoemd, houdt het na 13 jaar premierschap in Saarland voor gezien en wil meedoen aan de grote politiek.

De 55-jarige Lafontaine - die natuurkunde heeft gestudeerd, burgemeester van Saarbrücken was en daarna minister-president - ziet zichzelf graag als wereldeconoom. Wat is voor zo iemand interessanter dan de invloedrijke post van Financiën. De ministers van Financiën zijn in de Europese Unie toonaangevend, zeker nu de monetaire unie volgend jaar moet beginnen. Zij praten met elkaar in de G-7, de groep van zeven grootste industrielanden, en in het Duitse kabinet heeft de minister van Financiën een sleutelpositie, die is uitgerust met een vetorecht over de uitgaven van andere ministeries.

Maar dat alles is niet genoeg voor Lafontaine, de politicus die in het armlastige Saarland pijnlijk is achtervolgd door kleine en grote affaires, van 'contacten met de onderwereld' tot het onterecht innen van anderhalve ton politiek wachtgeld naast zijn inkomen als premier. Maar wie heeft het daar nog over nu de macht in Bonn glorieus is veroverd.

De kunst is nu om zoveel mogelijk macht te verzamelen. Lafontaine wil niet alleen minister van Financiën worden en verantwoordelijk zijn voor geldzaken en belastingen. Lafontaine wil ook de Europapolitiek naar zich toetrekken, die nu nog bij het ministerie van Buitenlandse Zaken hoort. En hij wil de economische politiek naar zijn ministerie halen. In Bonn ziet menig SPD-er hoofdschuddend toe hoe Lafontaine met zijn superministerie een bijkantoor van de bondskanselarij (een 'Nebenkanzleramt') aan het bouwen is. Zo wil Lafontaine het ministerie van Economische Zaken 'ont-Stollmannen'. Voor Schröder is de partijloze computerondernemer Jost Stollmann de aangewezen man om een nieuwe wind door het economische ministerie te laten waaien. Met een buitenstaander als Stollmann en een vertrouweling als oud-vakbondsman en ondernemer Bodo Hombach, die chef wordt van de bondskanselarij, wil Schröder immers zijn modernisering van Duitsland gestalte geven.

Maar SPD-voorzitter Lafontaine raakt maar niet gecharmeerd van Stollmanns controversiële ideeën ('het sociale stelsel is een gevangenis', 'weg met de winkelsluitingstijden'), waarmee hij al mening partijganger heeft gebruskeerd. Economische Zaken kan volgens Lafontaine net zo goed worden opgeheven. 'Computerkid' Stollmann zou dan kunnen worden weggeschoven naar Technologie en de toekomstige minister van Financiën krijgt de beschikking over de aantrekkelijke subsidiepot voor energie plus de economische conjunctuurpolitiek.

In het wereldbeeld van Lafontaine horen deze elementen bij elkaar. Jammer dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid al vergeven is aan vakbondsman Walter Riester. “In de eeuw van de globalisering, is er een nieuwe wereldeconomische orde nodig die zich aan de sociale en ecologische markteconomie oriënteert”, schreef Lafontaine een half jaar geleden, want de SPD-leider heeft een gesloten visie op de wereld van de handel en het geld.

Orde is het sleutelwoord in de wereld van Oskar. De politicus uit Saarland is nooit gebleken, dat de vrije markt zich als het meest efficiënte en productieve systeem heeft bewezen om de menselijke economische activiteiten te organiseren. Markt, concurrentie en liberalisme staan bij Lafontaine op de zwarte lijst. In de wereld van Lafontaine is de economie nog maakbaar. Het economische leven moet planmatig geordend worden volgens regels, een sterke staat en een machtige minister.

Lange tijd stond Lafontaine met zijn gedachtengoed over de wereldeconomie redelijk alleen. Hij is nog altijd een fervent aanhanger van de Britse econoom John Maynard Keynes, die meende dat de overheid volledige werkgelegenheid kon bereiken door een politiek van monetaire expansie, het opjagen van de publieke uitgaven en loonstijgingen waardoor de binnenlandse consumptie werd gestimuleerd. In de jaren zeventig leidden de bij veel West-Europese politici in zwang geraakte keynesiaanse ideeën tot ongebreidelde schulden, een loodzware rentelast, een torenhoge inflatie en zeker niet tot volledige werkgelegenheid.

Inmiddels is Keynes 'uit' en economisch liberalisme 'in'. Minder staat, minder regels, minder lasten en meer vrijheid voor bedrijven en investeerders worden gezien als de sleutel voor meer economische groei en banen. Volgens een studie van de OESO in Parijs (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is de economie in landen, die de laatste tien jaar een vriendelijker beleid voerden ten aanzien van handel en directe investeringen, twee keer zo snel gegroeid dan in landen die protectionistischer waren.

Maar Oskar Lafontaine wil daar niets van weten. In het boek met de misleidende titel Keine Angst vor der Globalisierung - Wohlstand und Arbeit für Alle houdt hij een tirade tegen de economen van de OESO, die met hun oproep tot hervorming van de Duitse economie 'het afscheid' inluiden van de sociale markteconomie en het land naar de 'massale ellende' uit de negentiende eeuw helpen. Het begrip 'modern' gaat niet samen met de vermindering van werknemersrechten, met het korten van sociale voorzieningen, met lagere lonen of met massale ontslagen, meent Lafontaine, die het boek samen met zijn vrouw, de econome Christa Müller schreef. Het boek is een vijandige tirade tegen het 'radicalisme' van de markt, tegen de speculanten op de beurs en de wedloop van bedrijven om lagere kosten.

Als superminister zal Lafontaine laten zien dat het anders kan. Hij heeft de afgelopen week de Bundesbank en de Europese Centrale Bank al laten weten, dat er een andere geldpolitiek moet komen, die rekening houdt met de wensen van de politiek en met werkgelegenheid. Zijn economische adviseur Heiner Flassbeck ziet in verhoging van de schuldenlast geen probleem. De globalisering is een zegen, want een globalisering van sociale stelsels en van de ecologie staan bij Lafontaine met stip op z'n programma ter voltooiing van de Europese monetaire unie. Beleggers zijn gewaarschuwd, want Lafontaine zal een internationale actie arrangeren om een eind te maken aan het wilde casino op de financiële markten. En met dit voornemen staat hij gezien de internationale, financiële turbulentie niet meer alleen.

Slechts één iemand kan de ongebreidelde ambities van Lafontaine nog dwarsbomen: Rudolf Scharping, fractievoorzitter van de SPD. In de partij wordt een hevige strijd uitgevochten, omdat Scharping er niets voor voelt te wijken voor Lafontaines kandidaat Franz Müntefering en 'weggeschoven' te worden als minister van Defensie. Houdt Scharping voet bij stuk, dan gaat de SPD-voorzitter persoonlijk de fractie leiden, heeft Lafontaine gedreigd, en is er voor Scharping geen baantje meer over. Dat zou zuur zijn voor Scharping, maar door een deel van Europa zal een zucht van verlichting gaan.