De fiets van Gerben Karstens

Een fiets is een fiets, beweerde altijd de mecanicien van de Raleigh-ploeg, Jan Legrand. Hij kon fietsen maken in alle maten, van alle materialen en legeringen en gewichten. Hij kon zijn wielrenners geven wat ze wilden. Geen blootliggende rem- en versnellingskabeltjes, subtiel aangebrachte versnellingshendeltjes, kaders in allerlei vormen, eivormige en druppelvormige buizen.

Ach, zei hij, het zijn toch de benen die het moeten doen. Gerben Karstens behoorde enkele jaren tot de ploeg van Jan Legrand en Peter Post. 'De notariszoon uit Leiden' was Nederlands profkampioen, won zes etappes in de Tour, veertien in de Vuelta, won Parijs-Tours in 1965, in '69 de Ronde van Lombardije en '74 weer Parijs-Tours (in de laatste twee werd hij gediskwalificeerd wegens doping). Hij was een veelzijdig renner, maar vooral sprinter. In 1964 won 'de Karst' als amateur met Eef Dolman, Sjaak Pieterse en Bart Zoet in Tokio de olympisch goud op de 100 kilometer ploegentijdrit. Het kwartet reed op een oranje Locomotief. Bijzonder voor die tijd waren de versnellingshendels aan de uiteinden van het stuur. Links voor het voorblad, rechts voor het achterblad. De renners konden daardoor schakelen zonder de handen van het stuur te nemen. Of de noviteit doorslaggevend was, weet niemand. Het waren waarschijnlijk vooral de benen van Karstens en de zijnen die het deden.