De Cauberg

Fietsen in de herfst, het lijkt al van een andere eeuw. Toen er nog oorlogen en hongerwinters waren, en de mensen alleen het dorp verlieten voor begrafenissen. Het WK wielrennen in oktober, ik kan er niet aan wennen. De fiets is voor de zomer, en meer nog voor de lente. Normale mensen hebben in dit jaargetijde bewegingsangst, laat staan dat ze zich nog per fiets zouden willen verplaatsen.

Het is jammer voor de burgemeester van Valkenburg die het liefst zou aangesproken worden als 'Engel van de Alpen', maar hij verbreekt met zijn WK-kermis het geluid van vallende kastanjes en dat neem ik hem kwalijk. Ik vind het altijd mooi als het peloton een dorp bespringt, maar nu even niet.

De hele week was er wielrennen bij de NOS. Jean Nelissen deed zijn best. Sterker, hij schoot de ene röntgenfoto na de andere van wielrensters, masseurs, fanaten langs de weg en zelfs van de middenstand van Valkenburg. Jean wilde het mysterie oplossen van tijdrijders, rouleurs en sprinters. Hij werd gek toen Leontien van Moorsel over de meet flitste en verloor daarmee zijn goede smaak voor schoonheid. Hij had Jeannie Longo wel kunnen wurgen toen deze richting Van Moorsel sneerde dat het een wedstrijd voor vette koeien was geweest. En dat ze haar plas maar beter per direct in de Maas kon kieperen.

Ach Jean, we worden oud. Wie fietst er dan niet op de kracht der zotheid?

Ook aan de voorbeschouwingen in de kranten kon je zien dat de wedstrijd zelf niet meer tot de verbeelding spreekt. De randverhalen woekerden door de pagina's. Over de leeuwenmoed van kankerpatiënt Lance Armstrong. Over de afwezige dopingverdachten. Over de weerbarstigheid van het landschap dat straks in de gezichten van de renners ongetwijfeld diepe sporen zou achterlaten. Zeventien keer over de Cauberg, dan worden de jukbeenderen op slag een stuk woester. En wat als het plenst en als er een forse zijwind staat? De grauwsluier die dan ontstaat is niet meer te doorzien.

De Cauberg: het lijkt wel een monster. Grimmiger dan de Mont Ventoux. Dodelijker dan l'Alpe d'Huez. Iedereen heeft het over de Cauberg. Oude gloriën als Briek Schotte worden gesmeekt herinneringen aan water en vuur op te woelen. Als ik het goed lees is sterven een geringere straf dan zeventien keer over de Cauberg te moeten rammen. Nederland heeft eindelijk zijn berg. De wildste verhalen snellen de wedstrijd vooruit.

We zullen het morgen zien, renners die als een accordeon op de fiets hangen, klimmend in de breedte, stijf van de angst alsof ze door een beer zijn besprongen. In elke bocht zullen we horen hoe alle remmen op het lichaam dichtgaan. De ogen zullen ijzig als loopgraven staan met nog een lichte trilling van de twee pupillen. De laatste leesbare tekens van leven. De renner die desondanks als eerste boven komt ressorteert rechtstreeks onder God.

En dat allemaal op de Cauberg.

Molshopen zijn voor een kind indrukwekkender, maar de Cauberg is verheven tot col buiten categorie. Ik durf zondag al niet meer te kijken. De gedachte dat ik op iets obsceens zit te wachten, jaagt mij weg van de Cauberg. Wat moet ik met die grimassen vol gif en zweet? Met die stervende sintels die kotsend de dood inrijden? Dan maar geen Cauberg. De Ardennen wekken ook de illusie van enige heuvelachtigheid in het landschap. Op naar Durbuy waar het misschien sneeuwt, zoals dat in deze tijd van het jaar gepast is. En waar je niemand tegenkomt die nog schaars gekleed op de fiets zit.

Negentien jaar geleden werd Jan Raas in Valkenburg wereldkampioen. Toegegeven, toen was het zomer. Bij de klim van de Cauberg ging Raas aan de broek van zijn ploegmaats hangen. De dagen voor de wedstrijd had Anja een knotje in de koersbroek van de knechten genaaid. Jan hoefde maar met de pink in te haken, maar hij was het knotje vergeten en liet zich zo breedarmig naar boven sleuren dat de wereld er niet meer naast kon kijken. Hoe dan ook, de Cauberg was toen nog niet het mes der gerechtigheid. Nu het volgens de chroniqueurs een heuse berg is geworden zal dat anders zijn.

De laatste keer dat de Tour er overheen ging was de Cauberg nog een col van vierde categorie. Maar de burger heeft tegenwoordig niets meer in de hand. Als de burgemeester zegt dat de Cauberg een Alp is dan is het ook een Alp. Van een heuvelruggetje is zo een berg gemaakt. Tot meerdere eer en glorie van Valkenburg, van de NOS en van Nederland. Een sprinter als wereldkampioen spreekt tenslotte niet tot de verbeelding, zoals Harm Ottenbros wel weet.

Toch denk ik dat de wind zal beslissen over het WK. Een zijwind dan.