de alimentatiegerechtigde

Scheiden doet lijden, niet alleen in emotioneel opzicht maar ook op financieel gebied. Veel gehuwde vrouwen zijn na een echtscheiding voor hun levensonderhoud (en eventueel dat van hun kinderen) afhankelijk van alimentatie van hun partner. Dit geldt in het bijzonder voor oudere vrouwen, omdat zij er meestal niet meer in slagen een plaats te veroveren op de arbeidsmarkt. Vaak hebben zij tientallen jaren onbetaalde, huishoudelijke arbeid verricht ten behoeve van hun gezin. Nog altijd komt het zelden voor dat mannen alimentatie ontvangen. Vorig jaar wees de rechter in slechts 0,2 procent van de echtscheidingsprocedures alimentatie toe aan de man.

Tot 1971 was het slechts mogelijk te scheiden in geval van overspel van één van de partijen. Was er geen sprake van overspel maar wilde men toch scheiden, dan nam soms één van de echtgenoten de schuld op zich. Deze zogenaamde 'grote leugen' in het echtscheidingsrecht had ook financiële gevolgen. De partij die schuldig werd bevonden aan overspel, verloor het recht op alimentatie. Sinds 1971 is 'duurzame ontwrichting van het huwelijk' voldoende grond tot scheiden. Alimentatie wordt niet langer beschouwd als een soort 'schadeloosstelling' voor de onschuldige partij, maar eerder als een onderhoudsverplichting die voortvloeit uit het (ontbonden) huwelijk. De onderhoudsplicht tussen ex-echtgenoten vervalt, als de alimentatiegerechtigde opnieuw trouwt of gaat samenwonen met een ander.

Voor kinderalimentatie gelden aparte regels. In de wet staat dat ouders voor hun kinderen moeten zorgen tot deze 21 jaar zijn. Bij een scheiding is de niet-verzorgende ouder kinderalimentatie verschuldigd aan de verzorgende ouder. Als het kind 18 jaar wordt, en dus meerderjarig is, heeft het zelf recht op de bijdrage.

In veel gevallen regelen de scheidende partijen de alimentatie onderling. De afspraken worden vastgelegd in een convenant. Weigert de alimentatieplichtige te betalen, dan moet de rechter tussenbeide komen. Deze stelt de hoogte van de alimentatie vast aan de hand van de zogenaamde 'tremanormen', een rekenmodel dat is opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Met behulp van dit model wordt de draagkracht van de alimentatieplichtige berekend. Als blijkt dat deze niet kan voorzien in het levensonderhoud van zijn ex-partner (en de eventuele kinderen), wordt de alimentatie aangevuld met een bijstandsuitkering.

Tegen de tremanormen bestaan veel bezwaren. In dit model is namelijk de draagkracht van de alimentatieplichtige doorslaggevend bij het vaststellen van de hoogte van de alimentatie. Pas in tweede instantie, als blijkt dat de betalende partij méér kan missen dan alleen het hoogst noodzakelijke, wordt gekeken naar de behoefte van de ontvangende partij. Volgens critici, zoals de Bond van Gescheiden Vrouwen Divortium, valt de berekening vaak nadelig uit voor de alimentatiegerechtigde, omdat de behoefte meestal naar beneden wordt bijgesteld. “Het komt zelden voor dat gescheiden vrouwen voldoende alimentatie ontvangen om te blijven leven in dezelfde welstand als tijdens het huwelijk”, aldus een woordvoerster van Divortium. Volgens de bond bestaat er niet zoiets als een gemiddelde alimentatie. “De ene gescheiden vrouw leeft op bijstandsniveau, terwijl de andere zesduizend gulden per maand incasseert. De bedragen zijn grotendeels afhankelijk van het inkomen van de ex-man.”

De alimentatie wordt volgens vaste regels jaarlijks geïndexeerd, anders gezegd: de hoogte van de alimentatie moet worden aangepast aan de inflatie. Vorig jaar betekende dit een verhoging van bijna 3 procent. Overigens passen lang niet alle alimentatieplichtigen het bedrag vrijwillig aan. Volgens Divortium betalen veel mannen zelfs helemaal niet, zodat de ex-echtgenotes meermalen naar de rechter moeten, om het geld af te dwingen. “Nog afgezien van de psychische druk die dit met zich meebrengt, kosten dergelijke slepende rechtszaken ook veel geld. Geld, dat een gescheiden vrouw, die van alimentatie en eventueel een bijstandsuitkering moet rondkomen, meestal niet heeft.” Achterstallige betalingen hebben verder tot gevolg, dat alimentatiegerechtigden rente mislopen of zelfs leningen moeten afsluiten.

Wat de kinderalimentatie betreft, wordt deze zonodig geïnd door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Dit bureau is in 1993 ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Justitie en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en fungeert sinds vorig jaar zelfstandig. Het LBIO bemiddelt verder bij het verhalen van partneralimentatie, als de alimentatieplichtige in het buitenland woont. Het bureau int de bijdrage niet, maar doet alleen een inningverzoek aan de buitenlandse autoriteiten.

In de jaren tachtig voerde Divortium een felle strijd met de Bond voor Gescheiden Mensen, die voorstander is van limitering van de alimentatieduur. Divortium moest uiteindelijk het onderspit delven. De partneralimentatie heeft sinds 1 juli 1994 een beperkte duur. Vrouwen die vóór die datum al waren gescheiden, hadden met terugwerkende kracht nog maar 15 jaar recht op alimentatie.

Om te voorkomen vrouwen die al 15 jaar of langer alimentatie ontvingen, plotseling van hun levensonderhoud werden beroofd, werd een uitzondering gemaakt: zij hielden in elk geval nog 3 jaar recht op alimentatie. De rechter kan de termijn verlengen, als beëindiging van de alimentatie zo ingrijpend is, dat dit 'naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid' niet van de vrouw kan worden gevergd. Volgens Divortium leidt de nieuwe regeling tot contractbreuk. “Veel echtparen hebben voor 1994 in hun echtscheidingsconvenant vastgelegd dat de alimentatie onbeperkt zou voortduren. Door de nieuwe wet wordt die belofte verbroken.” Voor alle vrouwen die na 1 juli 1994 alimentatie toegekend kregen of krijgen, geldt een periode van 12 jaar. Bij korte, kinderloze huwelijken (maximaal 5 jaar) duurt de alimentatie-plicht even lang als het huwelijk.

Ook op het gebied van pensioendeling bestaat verschil tussen de oude en de jonge generatie gescheiden vrouwen. Vrouwen die na 1981 zijn gescheiden, kunnen aanspraak maken op een deel van het pensioen van hun ex, mits zij waren getrouwd in gemeenschap van goederen. Divortium: “Welbeschouwd leidt dit tot de onrechtvaardige praktijk dat vrouwen die voor 1981 zijn gescheiden, geen recht meer hebben op alimentatie en ook niet op een deel van het pensioen van hun voormalige echtgenoot. Terwijl dit juist de generatie vrouwen is, die de minste kans maakt op een betaalde baan.” Voor meer informatie: Bond voor Gescheiden Vrouwen Divortium: (020) 624 58 34 [behartigt m.n. de belangen van oudere, gescheiden vrouwen] Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: (0182) 555 55 5 [int de kinderalimentatie, als de alimentatieplichtige ouder weigert te betalen; bemiddelt bij het innen van partneralimentatie, als de alimentatieplichtige in het buitenland woont] Stichting Organisatie Gescheiden Mensen: (070) 346 86 66/345 36 32 [behartigt m.n. de belangen van alimentatieplichtige mannen]