Vreugde in Portugal èn Spanje

MADRID, 9 OKT. Jaren heeft het moeten duren voor José Saramago nu eindelijk eens de Nobelprijs wint. Een belangrijke erkenning en stimulans van de literatuur in het Portugese taalgebied, dat zo'n 200 miljoen mensen beslaat, zo laat zich de meer dan tevreden reactie in Portugal samenvatten. “Wij allemaal, zonder aanzien van onze politieke overtuiging, kunnen zeer verheugd zijn”, aldus de Portugese president en persoonlijke vriend Jorge Sampaio, die voorts sprak van een “collectieve tevredenheid” onder zijn landgenoten.

Achter de nationale trots, die het afgelopen jaar met de Expo in Lissabon en de 'toetreding' tot de Euro al een leuke opsteker had gehad, sluimerde evenwel de polemiek. In het Portugese avondnieuws, dat een uur lang inging op het onderwerp, ventileerde een woordvoerder van het Portugese episcopaat het ongenoegen van de katholieke kerk met de prijswinnaar. Het Vaticaan, bij monde van spreekbuis L'Osservatore Romano, meende zelfs officieel de Zweedse Academie te moeten bekritiseren vanwege de toekenning aan een “recalcitrante communist”.

De prijswinnaar, inmiddels zijn emoties van het eerste moment de baas, toonde zich weinig onder de indruk van de aanval. “Wat het Vaticaan ervan vindt is totaal onbelangrijk. Waar bemoeien ze zich mee, deze fundamentalisten?”, sneerde Saramago op de Portugese televisie.

Saramago, die behalve communist ook overtuigd atheïst is, kreeg het al in 1991 aan de stok met de katholieke kerk vanwege zijn boek Het evangelie volgens Jezus Christus. De vertelling, gebaseerd op de apocriefe bijbelverhalen, schoot bij de kerk in het verkeerde keelgat, onder meer door de beschrijving van God als een berekenende machtswellusteling.

De commotie leidde ertoe dat de toenmalige conservatieve regering de inzending van Saramago's boek voor de Europese literatuurprijs blokkeerde. Mede als gevolg van de polemiek die hierdoor ontstond, besloot Saramago zijn geliefde Lissabon te verlaten en te verhuizen naar het Canarische eiland Lanzarote.

Zijn communistische sympathieën, de ruzie met de kerk en het vertrek uit Portugal hebben de relatie tussen Saramago en zijn vaderland er niet eenvoudiger op gemaakt. De verhuizing naar Lanzarote leidde er evenwel toe dat de schrijver in Spanje kan rekenen op ruime sympathie. “Een Iberische Nobel”, zo concludeerde het dagblad El País vanochtend in iets wat leek op literaire annexatiedrift. In het dagblad El Mundo kreeg de schrijver ruim baan om in een artikel zijn kritiek te spuien op de suprematie van de vrije markt en de Verenigde Staten. “Ik vrees het ergste: als het in het hoofd van William Jefferson Clinton opkomt dat een toerist uit Texas of Alabama wel eens gebeten kan worden door een hond op Lanzarote, geef ik geen cent voor het leven van Pepe, Greta en Camões”, aldus Saramago.

Saramago, gisteren zichtbaar aangedaan, liet vorig jaar in een interview met deze krant nog zijn gebruikelijke scepsis heersen over het effect van de Nobelprijs. Zo betwijfelde hij of de toekenning van de prijs in 1996 aan de Poolse dichteres Wislawa Szymborska zou leidden tot een hausse in de Poolse dichtkunst.

“Sommige mensen zullen haar werk opzoeken in de boekwinkel. Maar de Poolse literatuur zal niet plotseling veranderen in iets waar de mensen niet meer zonder kunnen”, aldus Saramago. In Portugal vreesde de schrijver bovendien problemen. “Als de prijs in Portugal valt wordt het een bron van ruzies, afgunst en intriges”, somberde de schrijver.

Saramago heeft zowel in zijn werk als daarbuiten altijd zijn rebellie tegen de macht en betrokkenheid met de underdog onderstreept. “Mijn hoofdpersonen zijn geen helden. Ik deel hun gezichtspunt”, aldus de schrijver. Zijn directe betrokkenheid toonde Saramago ondermeer door zijn participatie aan de Anjerrevolutie als hoofdredacteur van het dagblad Diário de Notícias en zijn consequente steun aan de nog altijd significante communistische partij in Portugal. In overeenstemming met zijn overtuigingen heeft Saramago aangekondigd de geldprijs te willen schenken aan een goed doel.