Veto bij ontbijt, V-raad bij diner

EU-bijdrage, Kosovo, Veiligheidsraad. De Haagse politiek stond gisteren in het teken van het buitenlands beleid. Het werd een mooi dagje voor minister Jozias van Aartsen en zijn ambtenaren in Den Haag en New York.

DEN HAAG, 9 OKT. De dag begon moeizaam gisteren, maar hij werd gaandeweg steeds beter voor Jozias van Aartsen. Sinds twee maanden is de vijftigjarige VVD-politicus minister van Buitenlandse Zaken, maar met 25 jaar in ambtenarij en politiek en een ministerschap op Landbouw in de vorige kabinetsperiode is Van Aartsen geen nieuwkomer op het politieke toneel. Ook niet op dat van de internationale politiek, in het teken waarvan de dag van gisteren stond.

's-Morgens lag er eerst de boodschap van staatssecretaris Benschop, die bij de Europese Commissie wel enig begrip had bespeurd voor Haagse klachten over de gaandeweg (te) grote Nederlandse nettobijdrage aan de Europese Unie, maar overigens op weinig concrete steun mag hopen voorzover Nederland een tot 2002 oplopend bedrag van 1,3 miljard “terug” wenst. En dat was, ongeacht de kortingen die al in het regeerakkoord zijn ingeboekt, niet zo verrassend.

Verrassender was eerder dat Benschop alvast het woord veto uit zijn mond had laten vallen voor toekomstige discussies over de financiering van de EU. Dat klonk flink, maar lijkt toch vooral een hulpmiddel voor de korte afstand. Want iedereen weet dat zo'n veto tot een situatie kan leiden waarbij Nederland eerder (nog) slechter dan beter af raakt. Immers, als de discussies over de EU-financiering door een Nederlands veto worden verlamd, terwijl onverminderd unanimiteit nodig is voor de uiteindelijke besluitvorming, zou Den Haag nog wel eens slechter af kunnen zijn. Kortom: dat woord veto bij het ontbijt van de minister was een beetje typisch.

De ochtend zou een ingelaste vergadering van het kabinet brengen, waarin Van Aartsen en collega en partijgenoot De Grave (Defensie) een concept-brief aan de Tweede Kamer over Nederlandse deelneming aan de eventuele NAVO-luchtacties tegen het regime-Miloševic in Belgrado besproken zouden krijgen. De RVD had het beraad in het kabinet op een uurtje getaxeerd en al aangekondigd dat die brief om elf uur zou worden gepubliceerd. Maar Buitenlandse Zaken wilde 's morgens ook ondershands geen kopie van die brief afstaan, want er kon immers “hier en daar” nog wat in worden veranderd. Nu, dat gebeurde. Het kabinet nam ruim de tijd voor wat de RVD-woordvoerder 's middags om drie uur bij de uiteindelijke aanbieding van de brief “een indringende discussie” noemde.

Het resultaat van die discussie in het kabinet was een “zwaarwegend besluit” waaraan zóveel verstandige voorwaarden voor deelneming aan mogelijke NAVO-acties waren verbonden dat de Tweede Kamer er niet of nauwelijks meer 'nee' tegen kon zeggen.

Opmerkelijk was wél dat die voorwaarden, en zeker hun formulering, zó waren dat ook enigszins aan een voorzichtige retirade van de minister kon worden gedacht. Had Van Aartsen, afkerig van omwegen en als “concreet” minister dan ook al gezien als tegenpool van zijn voorganger Van Mierlo, totnutoe niet veel kortere bochten genomen bij de bespreking van de kwestie-Kosovo? In New York, vorige maand bij de VN bijvoorbeeld, toen hij in de aanloop naar een moeizaam tot stand gebrachte Veiligheidsraadsresolutie aanvankelijk zei dat ook Rusland uiteindelijk wel zou instemmen met eventuele militaire maatregelen tegen Miloševic? Of in de Tweede Kamer, vorige week, toen hij - weer sprekend over de kwestie-Kosovo - de afgevaardigden ronduit vroeg de regering - lees: de minister van Buitenlandse Zaken - te laten regeren en niet aan ,muggenzifterij' te doen?

In die week tussen toen en gisteren is er in het Nederlandse Kosovo-debat een beweging geweest die in het kabinetsberaad van gisteren weerspiegeld lijkt en waarmee Van Aartsen zijn voordeel heeft kunnen doen. In die week zijn immers vragen opgekomen als: willen alle NAVO-partners die luchtacties nog steeds wel zo dringend? En, in verband daarmee, wat moet er eigenlijk gebeuren ná die acties, bijvoorbeeld als Miloševic ingebonden heeft en grondtroepen nodig zijn voor controle in Kosovo op de naleving van politieke akkoorden met de Albanese meerderheid? Of als er grondtroepen nodig zijn omdat Milosevic zoiets blijft weigeren, de NAVO verder verdeeld raakt en bovendien haar modus vivendi met Moskou ziet verdwijnen?

Zodoende is er nu een Nederlands standpunt ontstaan dat rekening houdt met de voorlopige onmogelijkheid om in betekenende omvang grondtroepen in te zetten en dat het vereiste van duidelijke NAVO als politieke bescherming kent. Een standpunt bovendien dat pleit voor zóveel wederzijdse betrokkenheid binnen het bondgenootschap en van de nationale parlementen dat de politieke risico's behoorlijk beperkt blijven. Want de Tweede Kamer heeft de brief van het kabinet gisteren niet alleen goedgekeurd, maar zichzelf ook vergaand aan de daarin geschetste route gebonden. Zo onstond een nieuwe zekerheid uit de ferme omhelzing van twee nogal onzekere partijen en was het woord muggenzifterij ver weg.

Mooi einde van de dag dus, voor minister Van Aartsen, die 's avonds ook alom lof kreeg voor de (roulerende) zetel in de Veiligheidsraad waarin Nederland werd gekozen door de Algemene Vergadering van de VN. Het land waarop de VN en zijn leden volgens de minister kunnen rekenen heeft Griekenland geklopt, maar wie had dat ooit betwijfeld?

Zometeen komt een vervolgvraag. Namelijk: wat gaat Nederland daar tussen zijn NAVO- en EU-partners Groot-Brittannië en Frankrijk en naast de VS en Canada eigenlijk doen? En hoeveel vaker mag Van Aartsen straks naar de Kamer komen om bewegingen op de paar vierkante decimeters die in de Veiligheidsraad voor Nederland beschikbaar komen toe te lichten en te verdedigen?

Padvinder in V-raad

De Veiligheidsraad is volgens het Handvest van de Verenigde Naties het orgaan dat de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor kwesties van vrede en veiligheid. Besluiten van de Veiligheidsraad moeten door de VN-lidstaten worden uitgevoerd. De raad besluit onder meer over het zenden van vredeshandhavers naar conflictgebieden. De raad telt vijf permanente leden: China, Frankrijk Groot-Brittannië, Rusland en de Verenigde Staten. Nederland treedt tot de 'V-raad' toe als één van de tien wisselende leden die telkens voor een periode van twee jaar worden gekozen. Alle leden hebben stemrecht; de permanente leden hebben daarnaast met een veto-recht de mogelijkheid om resoluties tegen te houden. Naast het wegens veelvuldige deelname aan vredesmissies ook wel als 'padvinder' gekarakteriseerde Nederland, werden gisteren ook Argentinië, ('mede-padvinder') Canada, Maleisië en Namibië gekozen. Tot eind volgend jaar behoren ook Bahrein, (voorzitter) Brazilië, Gabon, Gambia en Slovenië tot de niet-permanente leden van de V-raad.