Verwarring op Buchmesse

De Portugese schrijver José Saramago hoorde gisteren op het vliegveld van Frankfurt dat hij de Nobelprijs voor literatuur gewonnen had. Terwijl hij terugkeerde naar de Buchmesse voor een haastig belegde persconferentie, overlegden Nederlandse uitgevers al over Nobelprijs-strategieën.

FRANKFURT A/M. 9 OKT. “Een schrijver hoort niet naast de telefoon te gaan zitten wachten op een prijs die toch niet komt”, zei de Portugese schrijver José Saramago gistermiddag tijdens een geïmproviseerde persconferentie op de Buchmesse. Drie uur eerder had hij op het vliegveld van Frankfurt te horen gekregen dat hem de Nobelprijs voor literatuur was toegekend. “Ik stond na mijn bezoek aan de Messe op het punt om in het vliegtuig te stappen dat me via Berlijn naar Lanzarote zou brengen. Ik heb nooit gerekend op de Nobelprijs; waarom had ik dat nu wel moeten doen?”

De 76-jarige Saramago was niet de enige die onvoorbereid was. Om vijf over één, bij het bekend worden van het Nobel-nieuws, brak in de stand van de Lissabonse Editorial Caminho na de blijdschap de verwarring uit. Saramago's zenuwachtige uitgever zwaaide naar alle kanten met zijn mobiele telefoon, en verliet met een groot gevolg in allerijl hal 9 van het Messe-terrein om zijn prijsauteur met de auto op te halen. Toen hij anderhalf uur later met de in gedistingeerd grijs geklede Nobelprijs-winnaar terugkwam, begon de chaos pas echt. Saramago zou bij de espressobar van de Portugese delegatie vragen beantwoorden, maar werd bijna platgedrukt door de oprukkende journalisten, cameramensen en bewonderaars.

“Open the space”, riep een schorre Portugees keer op keer, maar Saramago kon niet veilig aan zijn tafel gaan zitten. Wat een champagnefeestje met rode rozen had moeten worden, werd een belegering die eindigde in een vlucht door de zijdeur. Een uur later kreeg Saramago, de kalme statigheid zelve, wel de kans om wat te zeggen, in een zaal met zwembadakoestiek aan de andere kant van het Messe-terrein. Terwijl op de achtergrond een midwinterhoornblazersdemonstratie van Schwerpunkt Schweiz doorklonk, bedankte de schrijver van Het beleg van Lissabon omstandig zijn vertalers, zijn uitgevers en de journalisten (voor hun aandacht). “Het heeft bijna een eeuw geduurd voordat Portugal de Nobelprijs voor literatuur won”, zei hij via een Duitse en een Engelse tolk. “Het is puur geluk om verkozen te worden, maar ik ben trots en blij voor mijn land. De Portugese schrijvers zullen hoorbaarder worden.” Een journalist vroeg zich af of Saramago (een overtuigd communist) dacht dat de Zweedse academie met de toekenning van de Nobelprijs ook steun gaf aan zijn politieke denkbeelden; maar Saramago bleef diplomatiek en zei: “dat de schrijver geen spiritueel of politiek leidsman moet zijn.”

Intussen werd in het Nederlandse uitgeversblok op de Buchmesse druk gedelibereerd over de te volgen Nobelprijs-strategieën. Bij Saramago's huidige uitgever Meulenhoff belde Dick Broekman, hoofd verkoop, met het thuisfront over een nieuwe druk van het pas vertaalde De stad der blinden (1995) en over de heruitgave van Memoriaal van het klooster (1982). Van een buikbandje wilde hij afzien: “Dat kost een dag extra. Ieder boek krijgt een insteekkaart met de tekst Nobelprijs 1998.” Hoe groot de oplage zou worden, wilde hij niet zeggen. “Het verkoopeffect van een Nobelprijs wordt altijd erg overdreven”, zei even later Ronald Dietz van de Arbeiderspers. Hij was de uitgever van Saramago tot 1997, toen de financiële eisen van diens agenten te hoog werden (“en dat voor een schrijver die nauwelijks verkocht”). Dietz had geen spijt dat hij Saramago, al jaren een gedoodverfde kandidaat voor de Nobelprijs, heeft laten gaan. “Wij zijn ook blij, want we hebben nog een paar duizend exemplaren liggen van de boeken die wij van Saramago vertaald hebben, Het evangelie van Jezus Christus en Het beleg van Lissabon. Misschien raken we die nu eindelijk kwijt.”