Van nut naar markt

Soms laten totaal verschillende feiten opeens een trend in de maatschappij zien. Ik geef een voorbeeld van een drietal schijnbaar niet gerelateerde gebeurtenissen in drie verschillende landen, die toch in dezelfde richting wijzen. Dat zijn de verkoop van de Generale Bank in België aan Fortis, een advertentiecampagne van Vivendi (een grote Franse maatschappij waarvan de naam bij ons nauwelijks bekend is) en de onenigheid bij de elektriciteitsmaatschappijen in Nederland. Wat kan de relatie zijn tussen deze evenementen?

De twistappel van de Generale Bank werd in het Belgische veld geworpen door Suez Lyonnaise des Eaux, een Frans-Engelse onderneming die van zijn aandelen in de bank afwilde. Dit om geld vrij te maken voor wat zij ziet als haar kernactiviteiten, namelijk water, energie, communicatie en vastgoed. Deze werkzaamheden vergen geweldig veel investeringen, ook al omdat men zich in de markt van de toekomst beter wil positioneren tegenover de concurrent: Compagnie Générale des Eaux, de grootste watervoorziener in Frankrijk.

Overigens is deze laatste het water allang ontstegen. Van een eenvoudig nutsbedrijf met één product (water) is de onderneming gegroeid tot een gigant met 55 miljard gulden omzet. Vandaar de naamsverandering in Vivendi, wat slaat op onze omgeving en leefomstandigheden waarop de onderneming zich richt. Zij beoogt in alle basisvoorzieningen te willen voorzien van de moderne mens, dus water, energie, communicatie, afvalverwerking, recycling, transport en vastgoed. Men spreekt hier wel van convenience goederen of wat gewoner: nutsgoederen. Daarom is Vivendi een enorme internationale advertentiecampagne gestart waarin met kleurige plaatjes, versierd met vrolijke mensen, mooie zwembaden vol water, mobiele telefoons, grootse gebouwen en wegen, wordt aangetoond dat de onderneming dit alles regelt. De andere onderneming Suez Lyonnaise probeert dit na te doen, maar moest daarvoor geld vrijmaken. Vandaar dat ze haar aandeel in de Generale Bank op de markt bracht.

Alvorens de derde stap naar onze eigen elektriciteitsmaatschappijen te zetten nog enkele woorden over de twee Franse bedrijven. Probeer ze eens te vinden op Internet dan ziet men hoe een onderneming goed op de kaart kan worden gezet. Vivendi heeft, binnen en buiten Frankrijk, enige honderdduizenden mensen in dienst. Op de omzet - zoals gezegd 55 miljard gulden - wordt nog niet zoveel verdiend omdat grote reorganisaties nodig waren. Van alle onderdelen van het bedrijf wordt op het Web een duidelijk inzicht gegeven, niet alleen voor de financieel geïnteresseerden maar vooral ook voor de uiteindelijke consumenten. Aan de water- en elektriciteitsgebruikers wordt verteld hoe de kwaliteit wordt verbeterd, hoe de rekening in elkaar zit en waar men terecht kan met klachten. Kortom, geen productfilosofie maar een moderne marktbenadering.

De concurrent Suez Lyonnaise des Eaux is met een omzet van 65 miljard gulden nog groter en mogelijk nog internationaler. Het is een combinatie van de oorspronkelijke graver van het Suezkanaal en een groot Frans nutsbedrijf. Lang geleden zijn het kanaal in Egypte en de energie in Frankrijk genationaliseerd, maar de ondernemingen zijn vooral ook in het buitenland blijven doorgroeien. Al vele jaren terug werd Suez de voornaamste aandeelhouder van Lyonnaise en vorig jaar zijn beide maatschappijen volledig samen gesmolten. De onderneming is in een aantal gevallen ook buiten Frankrijk een gigant. Zo controleert ze in België waar ze grooteigenaar is van Tractebel een belangrijk deel van de elektriciteits- en gasdistributie.

Nu dan de derde stap naar onze eigen elektriciteitsmaatschappijen. Met dit soort voorbeelden voor ogen is al snel geconcludeerd dat deze veel te kleinschalig zijn en ook veel te vastzitten aan het traditionele product elektriciteit. Maar door een verkeerde opzet en door onderlinge ruzies is het grootschalig productiebedrijf mislukt en ofschoon de distributiebedrijven wel naar diversificatie streven, is daar vooralsnog niet veel van terechtgekomen. Naar het water is de weg goeddeels geblokkeerd, hier en daar is afval wel in het pakket opgenomen, kabeltelevisie is een matig succes en de telefonie is praktisch mislukt. En dat alles terwijl de elektriciteitsbedrijven niet alleen door hun netwerk maar vooral ook door hun directe contacten met de gebruikers veel troeven in handen hebben.

Want de groten in de wereld hebben beseft dat die zogenaamde convenience-goederen - dus water, energie, communicatie, transport - waarvoor vroeger de overheid zorgde nu een markt omvatten met gelijksoortige afnemers. Vanuit één database kunnen die klanten bestormd worden met dezelfde campagne, kunnen zij hun facturen en inlichtingen ontvangen en kunnen zij rijp gemaakt worden voor nog meer diensten van onze moderne welvaartseconomie. We hebben wel eens gedacht dat de elektriciteitsmaatschappijen vanzelf in de kabel-tv en telefonie zouden gaan omdat ze de leidingen (dus de infrastructuur) hebben liggen. Maar dat alleen is onvoldoende gebleken. Tot dusver is de boot gemist omdat men het onderling oneens was en zich bovendien niet heeft aangesloten bij marktondernemingen, die de nieuwe consument in het centrum van de belangstelling plaatsen.

Ik geef het toe, de sprongen van de Generale Bank via Vivendi naar onze eigen elektriciteit zijn wel wat groot maar een tendens valt te onderkennen.