Twan Janssen

Twan Janssen bij Galerie van Gelder, Planciusstraat 9a, Amsterdam. T/m 21 oktober, open di-za 13-17.30 uur en de eerste zondag van de maand. Internet: http/www.tip.nl/users/twan.janssen

Onlangs vierde Twan Janssen zijn dertigste verjaardag in Galerie van Gelder. De feestslingers hangen er nog, en op de tafel liggen ongeopende cadeau's. Het blijken geen gewone papieren slingers te zijn. Ze zijn gemaakt van acrylverf, in gebundelde slierten afhangend van de draad, of in de vorm van gedraaide koordjes en strikken, en van gekleurde, goudomrande vaantjes. De cadeau's zijn kleine, onbeschilderde geprepareerde doeken, opgespannen op spieraam en samengebonden met prachtige verfstrikken. In hemelsblauw met witte strepen, violet met zilver, zalmroze met gouden roosjes - inderdaad letterlijk acrylverf op doek.

Tenslotte staan er nog twee videomonitoren in de galerie. De camera tast langzaam en van zeer nabij glanzende verfstolsels af, streelt de penseelstreken die nu eens dun en druipend zijn, dan weer zo dik dat de pasteuze massa op slagroom of aardbeien lijkt. Het grillige, bobbelige landschap doet het begrip 'verfhuid' verbleken, en tegelijkertijd is het met al zijn verleidelijke hoogglans en door de afstandelijkheid van de video zo nep dat het doet verlangen naar een echt, tastbaar verfoppervlak.

De mogelijkheden van acrylverf zijn onuitputtelijk. Het onlangs verschenen najaarsnummer van het tijdschrift kM, vakinformatie voor beeldend kunstenaars en restauratoren is er helemaal aan gewijd. Het blad staat vol met kleurenfoto's van wat je allemaal met de nieuwste acrylaten kunt doen, en veel van de voorbeelden doen niet onder voor het verfspel van Janssen. Matte en glanzende gouden gels in rasterpatronen, puimsteen-gels in verschillende gradaties van fijn tot ruw, crystal gels die, eenmaal gestold, een perfecte imitatie zijn van glas, 'batikverven', 'porceleinverven', niets lijkt onmogelijk.

Maar Janssen is het niet om de effecten van de verf te doen. Zijn objecten beschouwt hij als rekwisieten in een toneelstuk waarin hijzelf de hoofdrol speelt, en waarvoor hij personen uit de kunstwereld - museummensen, galeristen, critici - uitnodigt als tegenspelers. Al zijn werken noemt hij Stage Properties, en iedere toneelprop is door hem genummerd. Zijn verjaardagstentoonstelling, die hij de titel Big Boy Now meegaf, is de zoveelste episode in het theater van het leven van de kunstenaar. Het toneelstuk loopt in feite op zijn leven vooruit, want hij probeert zijn bestaan zo in te richten dat het overeenkomt met de volgende door hem geschreven hoofdstukken uit zijn geacteerde autobiografie. Het adagium 'Kunst en leven zijn een' wordt door Janssen letterlijk vormgegeven.

Deze evenementen zijn vrolijk en amusant, en Janssens spel met de kunstwereld is geestig. De verzamelaar die zich een van zijn slingers aanschaft koopt een kat in de zak, want buiten de context van de bepaalde gebeurtenis uit het leven van de kunstenaar functioneert het object niet meer: de slinger wordt een gewone slinger, zelfs al is hij van acrylverf.

Het werk van Janssen blijft uiteindelijk kunst die uitsluitend over zichzelf gaat, kunst als een benauwende vicieuze cirkel waaruit geen ontsnappen naar de wereld daarbuiten mogelijk is. De kunstenaar mag ironisch commentaar willen geven op het feit dat de belangrijkste functie van de beeldende kunst tegenwoordig oppervlakkig amusement lijkt te zijn, maar daarmee ontkomt hij zelf niet aan die oppervlakkigheid.