Roken is gezond

Eduardo Mendoza: Blijspel in Barcelona. Uit het Spaans vertaald door Adri Boon en Miede Westra. Vassallucci, 456 blz. ƒ 49,90 (geb.)

Geen Spaanse schrijver heeft de geschiedenis van Barcelona - en indirect van Spanje - zo sprankelend in zijn romans verwerkt als Eduardo Mendoza. Zelf is hij geboren en getogen in Barcelona, waar hij zich naar eigen zeggen doodverveelde tot hij ontdekte hoe opwindend het verleden van zijn stad was. Zijn gespit in krantenarchieven, in combinatie met een levendige fantasie, hebben inmiddels een lijvige, onderhoudende Barcelona-trilogie voortgebracht: zijn debuut De zaak Savolta, zijn internationaal meest bekende werk De stad der wonderen en het onlangs in vertaling verschenen Blijspel in Barcelona. De stad Barcelona vormt in deze boeken meer dan een decor: zij is een tweede hoofdpersoon, wier ontwikkeling parallel loopt aan die van de personages.

Terwijl de eerstgenoemde romans zich afspeelden in een veelbewogen tijd vol vernieuwingen en sociale onrust (de periode rond de eeuwisseling en de eerste decennia van deze eeuw), is de grote verdienste van het nieuwste boek dat Mendoza een boeiend verhaal baseert op een uitermate saai moment in de Barcelonese geschiedenis: de zomer van 1948.

'Die zomer raakte kantklossen in de mode onder de vrouwen', zo opent Mendoza het verhaal. Het is een typische Mendoza-zin, waaruit meteen al zijn fascinatie voor modes en voor triviale details spreekt, want in het verdere verhaal speelt kantklossen geen enkele rol. Maar het beeld van kantklossende vrouwen roept wel de sfeer op van de ingetogen braafheid die het dagelijks leven in het naoorlogse Barcelona kenmerkte. Na de woelige en gewelddadige jaren van de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog hadden de mensen behoefte aan orde, rust en huiselijkheid. Alleen 'slechte vrouwen vormden een risico waarvoor niemand zich veilig kon wanen; zij waren steevast de aanstichtsters van zonde, moreel verval en onenigheid'.

Zo ook in het leven van de hoofdpersoon Carlos Prullas, gevierd schrijver van blijspelen. Hij heeft zijn zaakjes goed voor elkaar, mede dankzij zijn profijtelijke en gelukkige huwelijk met de dochter van een welgesteld ondernemer. Maar tijdens een bezoekje aan zijn vrouw en kinderen, die de zomer doorbrengen in hun buitenverblijf aan de kust, begint hij een avontuurtje met een vriendin van zijn vrouw. Ook valt hij voor de charmes van een jonge actrice die zich een rol in zijn nieuwe theaterstuk Arriverderci, schoonheid heeft verworven, niet dankzij haar acteertalent, maar dankzij haar beschermheer Vallsigori. In dit blijspel, waaruit de lezer af en toe melige scènes voorgeschoteld krijgt, wordt een moord gepleegd en doen de vermeende (en tegen wil en dank onschuldige) moordenaars hun best de sporen hiervan uit te wissen. De werkelijkheid blijkt een al even grote klucht. Vallsigori wordt vermoord en vanwege de verdachte manoeuvres van Prullas, die zijn affaires probeert te camoufleren, valt de verdenking van de moord op hem. Zijn zo comfortabele leventje raakt hierdoor hevig uit balans.

Ook deze roman heeft weer iets weg van een detective, net als de meeste - in totaal zeven, alle in het Nederlands vertaalde - romans van Mendoza. Zelf advocaat van beroep, zonder dit overigens ooit te hebben uitgeoefend, heeft de auteur een fascinatie voor misdaad. Maar hij schrijft geen detectives in de strikte zin van het genre, want de ontknoping zit hem niet in de onthulling wie de moord heeft gepleegd of hoe dit gebeurd is. Die vragen lijken nauwelijks ter zake te doen, en het blijft onduidelijk of diegene die in Blijspel in Barcelona uiteindelijk als schuldige wordt aangewezen, de moord ook werkelijk gepleegd heeft. Het is veeleer de grillige loop van de geschiedenis, met zijn wisselende machtsverhoudingen en aanklevende belangen, die bepaalt of iemand schuldig of onschuldig wordt bevonden.

Dit principe wordt in het boek geïllustreerd met de discussie waar de kranten die zomer van 1948 bol van stonden: de schuld of onschuld van wapenhandelaar Alfred Krupp. Hij had het nazi-regime gesteund, onder meer door het bekostigen van de verkiezingscampagne van de nationaal-socialisten. Krupp bekende de beschuldigingen, maar zei naar eer en geweten te hebben gehandeld. De wending die de Tweede Wereldoorlog nam, bepaalde dat hij schuldig werd bevonden. Overigens werd zijn veroordeling uiteindelijk wegens vormfouten nietig verklaard. De Duitse magnaat werd in vrijheid gesteld en de aandelen van zijn industriële imperium kwamen weer in zijn bezit.

Hoewel - of misschien wel doordat - bij Mendoza de scheidslijn tussen historische feiten en fictie altijd vaag is, slaagt hij er als geen ander in de tijdgeest en de sfeer van een periode te vangen. Het lezen van zijn boeken is als het reizen met een tijdmachine. Na afloop heb je zo'n levendig beeld van wat er in die periode speelde, waarover de mensen spraken en grappen maakten, wat ze dachten, lazen, aten en dronken, naar welke films ze gingen en hoe ze hun dagen vulden, dat het is of je er zelf bij bent geweest. Het is grappig om te lezen dat een arts anno 1948 zijn nerveuze vrouw aanraadt minder naar de film te gaan, en in plaats daarvan te gaan roken, omdat dat beter is voor haar gezondheid. Ook is het veelzeggend dat Prullas zijn schoonouders op stang kan jagen met de grap dat er in Barcelona weer een paar kloosters in de fik zijn gestoken door anarchisten. De gewelddadige incidenten lagen nog zo vers in ieders geheugen en religie was weer zo'n serieuze zaak dat het kennelijk ongepast was om hier de spot mee te drijven.

Tot slot zijn ook de discussies over de rol van het toneel interessant. Geïnspireerd door het Parijse existentialisme, proberen vrienden en collega's van Prullas deze ervan te overtuigen dat blijspelen passé zijn. Wat het publiek nu wil zien zijn echte problemen. Deze kritiek brengt Prullas, wiens zekerheden in alle opzichten op de helling staan, in vertwijfeling. Waarom zou hij toegeven aan modegrillen, als zijn werk nog steeds volle zalen trekt? Of loopt zijn carrière als toneelschrijver inderdaad ten einde? Moet hij ander werk gaan schrijven, en wil en kan hij dat wel?

Blijkens een interview met Mendoza in de Spaanse krant El País over Blijspel in Barcelona worstelt de auteur zelf ook met dergelijke vragen. Hij zegt daarin dat het genre roman zijn langste tijd heeft gehad. Lezers nemen geen genoegen meer met enkel leesplezier, het moet ergens over gaan, ze willen er wat van leren. Daarom neemt - zo beweert de schrijver - de belangstelling voor biografieën, essays en filosofie toe.

Daarnaast ziet hij een belangrijke rol voor het theater. Hij heeft eerder een toneelstuk geschreven, dat in 1990 is opgevoerd, en denkt nu in die richting verder te gaan: 'Een belangrijk voordeel is dat het werk zich afspeelt op het moment dat de toeschouwer het ziet, net als bij een concert,' zegt hij. Hij denkt niet dat hij nog een volgende roman zal schrijven. Dat zou voor zijn lezers wel erg jammer zijn. Laten we hopen dat hij zich bedenkt.