Rapport van het RIOD: Compensatie joods bedrijf veel te gering

DEN HAAG, 9 OKT. Joodse ondernemers hebben na de Tweede Wereldoorlog veel te weinig compensatie gekregen voor hun leeggeroofde bedrijven.

Naar schatting waren de joodse ondernemingen oorspronkelijk twee of zelfs vier keer zoveel waard als uiteindelijk is uitgekeerd aan de overlevenden en erfgenamen.

Dit staat in een vertrouwelijk rapport van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) over de roof van joods bezit en het naoorlogs rechtsherstel. Directeur R. Naftaniël van de joodse belangenorganisatie CIDI, die het RIOD-rapport onder ogen heeft gehad, bevestigt dit desgevraagd. Het RIOD zelf weigert commentaar en verwijst naar de commissie-Van Kemenade, aan wie het rapport eind augustus is aangeboden. De commissie wil alleen kwijt dat het RIOD-rapport een “belangrijke input” is voor zijn begin volgend jaar te verschijnen eindrapport.

De Duitse bezetter sloot tijdens de oorlog 13.000 joodse bedrijven, terwijl nog eens 2.000 ondernemingen in handen kwamen van 'foute' Nederlanders. De opbrengst van deze roof kwam terecht bij het Vermögensverwaltung und Renten Anstalt (VVRA) en kwam daar voor 81,5 miljoen gulden in de boeken. “De circa 81,5 miljoen gulden die voor bedrijven en bedrijfjes in totaal werd ontvangen is met zekerheid te laag”, zo citeerde RTL Nieuws gisteren uit het rapport. Na de oorlog werd dit bedrag als basis gebruikt voor betaling van de compensatie aan de beroofde ondernemers. “Daarbij is zeg maar 80, 90 procent uitbetaald, dus in totaal maar 70 miljoen gulden”, zegt Naftaniël.

Het RIOD vindt het echter “reëel om uit te gaan van een geleden schade van 150 tot 300 miljoen gulden”. De joodse ondernemers zouden dan 80 tot 230 miljoen gulden zijn misgelopen, ofwel minimaal 800 miljoen tot 2,3 miljard in guldens van vandaag.

Bij de compensatie van geleden schade is volgens het RIOD vaak niet betaald voor verdwenen machines, grondstoffen en voorraden. Naftaniël wijst erop dat ook geen rekening is gehouden met betaalde goodwill en afschrijvingen. “Vaak staan machines - ik noem een drukpers - na tien jaar afschrijven voor 1 gulden in de boeken, terwijl die machine nog wel een restwaarde vertegenwoordigt.”

Volgens het RIOD hebben van alle joden de ondernemers waarschijnlijk de grootste financiële schade geleden. In het rapport worden ook andere geroofde vermogensbestanddelen zoals verzekeringspolissen en vastgoed besproken, maar volgens Naftaniël niet meer dan “aangestipt”.