Paars kabinet moet duidelijke keuzes maken

Een probleem voor Paars II is Paars I. De skeletten die het vorige kabinet heeft achtergelaten, rollen nu uit de kast. Schiphol, Srebrenica en Bijlmer hebben zich ontwikkeld tot slepende zaken. Zij zijn verworden tot chronische kwalen waarvoor nauwelijks meer genezing bestaat. De fractievoorzitter van D66 neemt nu VVD-minister Jorritsma in bescherming door te verwijzen naar de gedeelde verantwoordelijkheid van het vorige kabinet voor de kortsluiting die is ontstaan tussen de gewenste groei van de nationale luchthaven en de onaanvaardbaar geachte toenemende geluidshinder voor omwonenden.

Mogelijk zonder het zelf te beseffen raakt hij aan het diepere vraagstuk hoe in Nederland besluitvorming zo wordt versneden dat zij niet meer als besluit kan worden herkend en besproken. De noodzaak van coalitievorming om politieke macht te ontwikkelen en de manier waarop, om de gemoederen te bezweren, kardinale beslissingen worden vermeden dan wel uitgesteld leiden er toe dat alle 'grotere' partijen wel wat boter op het hoofd hebben waar het gaat om de dingen die misgaan of die (veel) beter hadden gekund.

De bandeloze groei van Schiphol heeft alles te maken met de wens van de KLM - begrepen als nationaal belang - om elders landingsrechten te verwerven. Voor wat hoort wat, maar de beperkte omvang van het grondgebied van Nederland stelt grenzen aan uitruil met bijvoorbeeld een mogendheid als de Verenigde Staten. De volle druk van die uitruil is komen te rusten op Schiphol, een luchthaven waarvan de ligging per definitie geen gelijke tred kon houden met de steeds verder de hemel in groeiende pretenties. Main Port Amsterdam, een tweede Europoort, is gedacht als een belangrijke, zo niet de belangrijkste toegang tot een grenzeloos continent. Inmiddels heeft een reeks van kabinetten, teruggaand tot een half vergeten verleden, dit alles, bewust of onbewust, laten gebeuren in de ijdele hoop dat in een verdere toekomst uitersten met elkaar konden worden verzoend. Nog het vorige kabinet sprak van een win-winsituatie.

De Bijlmerramp heeft een connectie met het Schipholdrama. Of de verdenkingen nu ergens op berusten of niet, het moeizame proces van het opdiepen van de feiten rondom deze catastrofe, tegen de verantwoordelijke instellingen in, heeft stelselmatig het gevoelen gevoed dat iets heel bijzonders verborgen moest blijven. Ook hier zijn er ondoorzichtige internationale verbanden en duister gebleven internationale verantwoordelijkheden, premier Kok erkende dat nog onlangs. Maar de overheersende veronderstelling is toch dat ook vaderlandse autoriteiten zich niet gebaat achtten bij algehele openheid. Misschien had dat te maken met de prioriteit van de internationale roep van de luchthaven zelf. De Bijlmerramp versterkte immers het algemene onbehagen en plaatste extra vraagtekens bij de gedachte toekomst voor Schiphol. Op dat soort vraagtekens zat geen van de belanghebbenden, binnen- of buitenlands, te wachten.

De overlast van en de onveiligheid rondom Schiphol kennen hun eigen dynamiek. Onderzoek naar de geschiedenis van deze verschijnselen zou ons kunnen helpen bij het beter begrijpen van de vooruitzichten. Maar Srebrenica is daarentegen toch een afgesloten boek, en niet voor herhaling vatbaar. Dat laatste is overigens nog maar de vraag. Zolang regering, parlement en publieke opinie van mening blijven dat Nederland aan vredesinitiatieven een (zonodig militaire) bijdrage heeft te leveren, verdient het aanbeveling zoveel mogelijk te weten te komen van wat in die Bosnische moslimenclave fout is gegaan. De morele vraag die Srebrenica stelt, behoort voorop te staan. Maar de meer praktische vraag hoe een internationale verantwoordelijkheid voor de veiligheid van tienduizenden kon worden aanvaard onder omstandigheden waarvan de militaire, diplomatieke en politieke hopeloosheid van tevoren kon worden vastgesteld, dient niet verborgen te blijven. Ook hier geldt dat de verantwoordelijkheid niet op één minister en zelfs niet op één kabinet en één parlement kan worden vastgepind.

Het is teleurstellend dat het onderzoek naar de lotgevallen van Dutchbat niet met meer voortvarendheid ter hand is genomen, al was het maar omdat een beroep op een Nederlandse bijdrage aan vredeshandhaving met grondtroepen in Kosovo een actuele mogelijkheid is. Te veel tegels die gelicht hadden kunnen zijn, zijn onaangeroerd blijven liggen met als gevolg dat er nog steeds geen consensus in Nederland bestaat over het antwoord op de vraag wat in voorkomende gevallen wel of niet verantwoord is, wel of niet haalbaar.

Nederlanders zijn vertrouwd met het fenomeen stormvloedkering. In kwesties van peace keeping dient Amerikaans leiderschap als zodanig te worden gezien. Geen Nederlandse blauwhelmen meer als zij niet onder Amerikaans commando kunnen worden ingezet, is wel eens voorwaardelijk gezegd. Maar in Kosovo zullen de Amerikanen zich, zoals aanvankelijk in Bosnië, waarschijnlijk tot luchtsteun willen beperken. Is een nieuw experiment met een halfslachtige Europese bevelvoering aanstaande? Als dat zo is lijkt het koninkrijk zich daarop nog niet te hebben bezonnen.

Er zijn nogal wat parlementaire onderzoeken in voorbereiding. Er is al gewezen op het risico dat de gelijktijdigheid van die onderzoeken voor het algemene functioneren van de volksvertegenwoordiging met zich mee brengt. Een bijzondere complicatie zou kunnen zijn dat het onderzoeken betreft naar kwesties die zich in ontwikkeling bevinden. Concentratie op het verleden is iets anders dan zich voorbereiden op de toekomst, vooral de zeer nabije toekomst. Onderzoek heeft zijn verdienste. Het helpt het verleden en het heden begrijpen en het kan dienstbaar zijn aan de toekomst. Maar vraagstukken moeten soms worden opgelost zonder dat het voorafgaande op bevredigende wijze in kaart is gebracht. Dat vereist politieke en intellectuele verbeeldingskracht.

Het is langzamerhand een open vraag of het Nederlandse systeem van samenspraak en compromis in de breedst denkbare zin, met als onontkoombaar bijverschijnsel verstrengelde verantwoordelijkheden, ook wel het poldermodel genoemd, in staat mag worden geacht tot de noodzakelijk geworden verbeeldingskracht. Er is niets tegen praktische zin bij het oplossen van problemen. Maar zonder visie, the vision thing noemde een Amerikaanse president dat eens misprijzend, gaat het niet. Voor visie is moed nodig, moed om de samenleving tegemoet te treden met een kenbare keuze, voor het een of voor het ander. Anders blijft het voortmodderen, in alle kwesties waarin zo een keuze niet wordt gemaakt.