Nederland lid van Veiligheidsraad

DEN HAAG, 9 OKT. Nederland maakt met ingang van 1 januari 1999 voor twee jaar deel uit van de Veiligheidsraad. In de eerste stemmingsronde van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties kreeg Nederland 122 van de omstreeks 180 stemgerechtigde leden achter zich en daarmee direct de vereiste steun van twee derden.

Met Canada en Griekenland was Nederland kandidaat voor twee 'westelijke' zetels in de groep van tien roulerende leden van de vijftienkoppige Raad, waarin de VS, Rusland, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een permanente zetel hebben. Volgens verwachting haalde ook Canada met 131 stemmen een zetel in de eerste verkiezingsronde. Griekenland moest het doen met 87 stemmen en viel af.

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) zei “ongelooflijk blij” te zijn en noemde het stemmingsresultaat “goed voor de Veiligheidsraad en goed voor Nederland”. Hij kreeg gisteravond uit alle Tweede-Kamerfracties gelukwensen en complimenten voor het lobbywerk dat hij de afgelopen maanden met minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) heeft gedaan. Van Aartsen, die na zijn aantreden op Buitenlandse Zaken, begin augustus, de voorgangers Van Mierlo en Pronk aanvankelijk had gekritiseerd omdat zij te weinig campagne zouden hebben gevoerd, zei gisteren dat Van Mierlo's werk mede heeft gezorgd voor het Nederlandse succes.

“Maar Herfkens en ik hebben in de eindspurt nog veel kunnen doen”, zei de minister, die twee weken geleden in de Algemene Vergadering van de VN nog had onderstreept hoeveel Nederland aan de VN en dochterorganisaties bijdraagt en Nederland had getypeerd als “een land waar je wat aan hebt”.

In zijn rede in New York had hij ook gewezen op de Nederlandse bijdragen aan VN-vredesacties en het omvangrijke Nederlandse budget voor Ontwikkelingssamenwerking. Van Aartsen wilde gisteravond nog niet zeggen wie voor Nederland de zetel in de Veiligheidsraad gaat bezetten.

Pagina 3: 'We kunnen stempeltje zetten'

Over de bezetting van de post moet het kabinet nog, op voordracht van minister Van Aartsen, beslissen. Maar zijn collega Herfkens noemde voor de radio J. Ramaker, de huidige permanente vertegenwoordiger bij de VN, een “uitstekende kandidaat”.

Tot nu toe heeft Nederland vier maal een roulerende zetel in de Veiligheidsraad bezet. Een keer werd het in de Veiligheidsraad door een diplomaat vertegenwoordigd (De Beus in '65-'66) en drie keer door een oud-minister van Buitenlandse Zaken (Van Rooijen in '46-'47, Van Kleffens in '51-'52, Van der Stoel in '83-'84).

Van Aartsens partijgenoot Weisglas noemde het verkiezingsresultaat in New York “een opsteker”. Weisglas benadrukt dat het binnenhalen van een Veiligheidsraadzetel “iets is wat in de laatste weken moet worden afgemaakt”. Kritiek op Van Aartsens voorganger Van Mierlo wil Weisglas niet leveren. “Flauw en niet aan de orde”, meent de VVD'er. Hij verwacht dat Nederland in de V-Raad met “goede ideeën” een nuttige rol zal vervullen. In die richting denkt ook het PvdA-Kamerlid Koenders, want hij ziet voor Nederland nu een actieve rol weggelegd bij de voorgenomen hervorming van de Verenigde Naties. “We kunnen bovendien ons stempeltje zetten op het belang van de Verenigde Naties voor de internationale veiligheid”, aldus Koenders.

Namens de Tweede-Kamerfractie van het CDA sprak woordvoerder Verhagen van “een beloning voor de Nederlandse geloofwaardigheid bij het handhaven van de internationale rechtsorde”. Het CDA vindt dat minister Van Aartsen het goed heeft gedaan, waar “zijn voorganger Van Mierlo het bijna liet ontglippen”.

Rosenmöller (GroenLinks) tekende bij zijn gelukwens aan dat Nederland in de Veiligheidsraad weliswaar “een zinvolle bijdrage kan leveren” maar dat de invloed van de niet-permanente leden daar niet moet worden overschat.