Nederland is een slecht opgeruimde kamer; Architectenbureau MVRDV presenteert zijn plannen

Meer bouwen op kleine oppervlaktes en meer diversiteit in de steden. Deze en andere aanbevelingen doet het architectenbureau MVRDV in het langverwachte boek FARMAX. “Het centrum van Rotterdam zou kunnen worden voorzien van een gigantisch dak waarin gebouwen zijn ondergebracht.”

MVRDV: FARMAX. Excursions on density. Samengesteld door Winy Maas en Jacob van Rijs met Richard Koek. Uitg. 0.10, 736 blz. Prijs ƒ 65,00

Nederland is een leeg land: slechts elf procent van het grondoppervlak is bebouwd. “Als je de Nederlandse bevolking onderbrengt in een gebied dat net zo dicht bebouwd is als Manhattan, kun je alle gebouwen kwijt in Zuid-Limburg”, zegt Winy Maas (1959). Samen met Jacob van Rijs (1964) en Nathalie de Vries (1965) vormt zij het Rotterdamse architectenbureau MVRDV - de naam is samengesteld uit hun initialen. Begin vorig jaar baarde dit bureau opzien met een galerijflat met reusachtige uitstekende bakken in Amsterdam, het zogenoemde WoZoCo (Woonzorgcomplex). Voor nog meer opwinding zorgde later het nieuwe hoofdkantoor van de VPRO in Hilversum, een radicale interpretatie van het begrip kantoorlandschap.

Maar ondanks het harde gegeven van de statistische leegte overheerst onder Nederlanders het gevoel dat hun land vol is. Bebouwing van het Groene Hart, het beroemdste stuk Nederland dat nog min of meer leeg is, is dan ook van rijkswege taboe verklaard. De rijksoverheid heeft in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) bepaald dat er 800.000 woningen moeten worden gebouwd op de zogenaamde VINEX-locaties dichtbij de grote steden. Uitgangspunt bij deze uitbreidingen is de 'compacte stad': de woningen moeten in een dichtheid van ongeveer 35 per hectare worden gebouwd, zodat er geen eindeloze tapijten van huizen ontstaan die leiden tot lange afstanden tussen wonen en werken.

Ook Jacob van Rijs vindt Nederland vol. “Percentueel gezien is Nederland inderdaad niet vol”, zegt hij. “Maar Nederland is nu als een slecht opgeruimde kamer. Overal ligt de rommel verspreid. Als je dat allemaal op keurige stapeltjes zou leggen, ziet de kamer er al veel beter uit. Dan zou Nederland weer echt lege gebieden krijgen. Als je nu leegheid wilt ervaren, moet je helemaal naar het Zwarte Woud.”

De overheidsplannen zijn hem niet compact genoeg, zo blijkt uit het boek FARMAX. Excursions on density dat morgen verschijnt. Het meer dan 700 bladzijden tellende boek, dat is samengesteld door Winy Maas, Jacob van Rijs en Richard Koek, liet lang op zich wachten en kreeg bijna mythische proporties. Vier jaar lang heeft MVRDV gewerkt aan dit boek, samen met studenten van de Academie van Bouwkunst in Rotterdam, het Berlage Instituut in Amsterdam en de Technische Universiteit in Delft.

Middelmatig

FARMAX is een pleidooi voor een veel dichtere bebouwing dan nu wordt verwezenlijkt. “Vier jaar geleden werd ermee begonnen”, zegt Winy Maas. “Er werd toen loyaliteit geëist van architecten en veel kritiek was er niet. Maar nu liggen de VINEX-wijken steeds meer onder vuur. Steeds vaker hoor je dat ze wel erg veel van hetzelfde bieden en leiden tot een gemiddeld en middelmatig stadslandschap waar experimenten nauwelijks mogelijk zijn. Bovendien wijken de normen voor de uitbreidingen nu ook weer niet al te veel af van die van de wijken uit de jaren vijftig en zestig. De VINEX-wijken zijn het resultaat van de compromiscultuur van het Nederlandse poldermodel die het erg moeilijk maakt om andere dan gemiddelde plannen te verwezenlijken. Het is, net als regeren in Nederland, een kwestie van kleine marges. De compacte stad is niet werkelijk dicht, het lege land niet werkelijk leeg.”

Van Rijs: “Er begint een besef te ontstaan dat al die huizen met tuinen van vijf bij vijftien niet de behoefte bevredigen aan grote stukken leeg land. Er zijn nu pleidooien voor een radicaal andere stedenbouw te beluisteren en FARMAX is er daar één van. Als je echt lege stukken land wilt creëren, dan moet je bijvoorbeeld bereid zijn om ook gebouwen af te breken. Om van de Veluwe een echt staatspark van Amerikaanse omvang te maken, zou je bijvoorbeeld Garderen moeten opofferen. In Nederland is dit nu onbespreekbaar.

“Niet alle bebouwing in Nederland is het waard om behouden te blijven”, vult Maas aan. “Ik kan me heel goed voorstellen dat stukken van de nieuwbouw in Lelystad of Capelle aan den IJssel heel andere bestemmingen krijgen.”

FARMAX staat boordevol suggesties voor een ander, dichter bebouwd Nederland. Veel plannen in het boek zijn niet direct bouwbaar, maar zijn eerder provocerende bijdragen aan het debat over de inrichting van Nederland. Zo zou Bergen op Zoom volgens MVRDV achter het station een berglandschap van hoogbouw kunnen krijgen dat vanuit de oude stad onzichtbaar blijft. Het centrum van Rotterdam zou kunnen worden voorzien van een gigantisch dak waarin gebouwen zijn ondergebracht. En snelwegen hoeven niet steeds meer op tunnels te gaan lijken, maar kunnen uiteengerafeld worden tot kronkelige spaghettislierten waartussen hoogbouw wordt geperst.

Utopisch zijn de plannen ook weer niet. Ze tonen de uiterste mogelijkheden van dichte bebouwing op basis van de bestaande bouwnormen en -wetten. Illustratief voor de werkwijze van MVRDV in FARMAX is de studie naar de mogelijke bebouwing van een binnenterrein van een blok woningen in het oude Amsterdam. De kristallijnen torens die MVRDV hier laat verrijzen lijken ontsproten aan het hallucinerende brein van een decorontwerper van een oude, Duitse expressionistische film, maar in werkelijkheid zijn ze het resultaat van objectieve gegevens. Uitgangspunt van het ontwerp is dat de bebouwing op het binnenterrein vanaf de oud-Amsterdamse straten niet zichtbaar is. Samen met de wens om het binnenterrein met een zo groot mogelijk vloeroppervlak te bebouwen, leidt dit gegeven vanzelf tot de grillige torens. Ook in de andere ideeën in het boek wordt deze methode van 'form follows data' gebruikt. Soms lijkt het alsof MVRDV architectuur en stedenbouw heeft gereduceerd tot toegepaste wiskunde.

“Basis van het boek is het begrip FAR, Floor Area Ratio, de verhouding tussen het totale vloeroppervlak van een bebouwd gebied tot de omvang van dat gebied”, zegt Winy Maas. “In Nederland spreekt men altijd van aantallen woningen per hectare. Maar dat is een maat die vergelijking met het buitenland moeilijk maakt. In de Parijse wijk La Défense heb je bijvoorbeeld maar drie huizen per hectare, terwijl het daar heel dicht bebouwd is met kantoren. En in Hongkong zijn de huizen veel kleiner, zodat de vergelijking in aantallen woningen per hectare tussen Nederland en Hongkong ook weer mank gaat. FAR is een beter en objectiever cijfer, al heeft het wel weer als nadeel dat het niets zegt over de aard van de bebouwing.”

De titel van het boek, FARMAX, wordt al in het begin van het boek omschreven als de paradox van 'het verticaal en horizontaal samendrukken van de bevolking, zodat die bevolking meer ruimte krijgt'. Juist extreem dichte bebouwing zou in Nederland weer grote leegten mogelijk maken. “FARMAX is een verkenning van de uiterste mogelijkheden van dichte bebouwing met de inachtneming van de normen en waarden die de Nederlandse samenleving inzake het bouwen heeft voortgebracht”, zegt Maas. “Samen met de wens tot maximale dichtheid leveren alle bepalingen voor bijvoorbeeld lichttoetreding en toegestane diepten van kantoren en woningen vormen op die we 'Datascapes' noemen. Het zijn letterlijk ongekende vormen.”

Campingland

FARMAX is ook een pleidooi voor menging van wonen, werken, winkelen en vrije-tijdsbesteding, functies die in de moderne stedenbouw juist rigoureus van elkaar werden gescheiden. Functievermenging is in FARMAX een bijproduct van het streven naar een zo'n dicht mogelijke bebouwing: onder de Nederlandse bouwbepalingen maken L-vormige hoogbouwblokken waarin verschillende functies zijn ondergebracht de dichtste bebouwing ter wereld mogelijk, zo blijkt uit een studie in FARMAX. “Als we grote dichtheid willen bereiken én we willen de bouwbepalingen handhaven, dan MOETEN we woningen MENGEN met andere programma's: kantoren, opslagruimtes, winkels, parkeren en dienstverlening. Het bijna historische pleidooi voor 'gemengd gebruik' is vertaald in een verplichting!”, schrijven de drie van MVRDV enthousiast.

Het is alsof ze toegewijde leerlingen zijn van Jane Jacobs, de Amerikaanse econome die al in het begin van de jaren zestig de modernistische stedenbouw met zijn strikte functiescheiding frontaal aanviel. “Er bestaat nog steeds een angst voor de vermenging van functies. Projectontwikkelaars willen het niet of slechts in heel beperkte mate, omdat het moeilijker is om een gebouw met verschillende functies te exploiteren dan alleen woningen of kantoren.” In de supercompacte stad van MVRDV staan gebouwen met bijvoorbeeld parkeergarages in de kelder, winkels op de begane grond, kantoren op de verdiepingen daarboven, een crèche op de vijfde verdieping, een sportzaal op de zesde, woningen op de zevende tot en met de tiende en helemaal bovenop een bioscoop.

Maar FARMAX vraagt niet uitsluitend om dichte bebouwing. “We zeggen niet dat er overal in extreme dichtheid moet worden gebouwd”, zegt Maas. “We pleiten voor diversiteit in stedenbouw. Zo staat in FARMAX ook een hoofdstuk over lichte stedenbouw die in de buurt komt van het Wilde Wonen van Carel Weeber. Campingland of Dorpenland hebben we dit genoemd. In Campingland zijn de wegen tot een mininum beperkt en ontbreken rioleringen - daarvoor biedt duurzaam bouwen nu andere oplossingen. Ook telefoonleidingen zijn door mobiele telefonie niet nodig. De woningen worden gemaakt van lichte materialen die funderingen overbodig maken, ongeveer zoals in Nieuw-Zeeland wordt gebouwd. Het geld dat je zo bespaart, kun je besteden aan de aankoop van extra grond, zodat er grote, al dan niet collectieve tuinen mogelijk zijn. Bovendien verdwijnt zo de tegenstelling tussen rood en groen op de kaart, tussen cultuur en natuur. Zulke huizenbouw vereist wel dat een 'huis kopen' iets anders wordt dan het nu is: in Campingland koop je niet een huis voor de eeuwigheid of als belegging, je schaft het aan zoals nu een auto die je gebruikt tot hij op is. In Achtland, hier bij Rotterdam, komt nu een testwijkje van lichte stedenbouw en ook Zevenhuizen is geïnteresseerd in een park met lichte stedenbouw.”

“Campingland voorkomt dat de volgende generatie wordt opgescheept met een wijk die niet meer gewenst is”, zegt Van Rijs. “Aan de vorm van de wijken uit de jaren zestig en zeventig zitten we nu nog vast. De wegen en leidingen maken het veel te duur en dus onmogelijk om die te veranderen. Al vervang je de huizen, het labyrintische karakter van die wijken blijft gehandhaafd. Rioleringen hebben een afschrijvingstijd van 80 jaar, een metrolijn zelfs van 140 jaar. Maar de lichte huizen van Campingland zijn al in 25 jaar afgeschreven en kunnen dan verdwijnen.”

Villa VPRO

FARMAX is een empirisch boek waarin geen spoor is te bekennen van esthetische of filosofische overwegingen. Naast artikelen over de veranderende leefwijzen van de ultramobiele en individualiserende hedendaagse mens, staan er veel statistische gegevens in over ecologie, demografie, telefoongebruik, verkeer, arbeid, enzovoort. Het grootste deel van het boek bestaat uit veelal met de computer vervaardigde illustraties die de mogelijkheden van dichte en lichte stedenbouw laten zien. Dit maakt FARMAX tot een verademing tussen al die tractaten van architecten en critici die hun esthetische voorkeuren rechtvaardigen met teksten van bij voorkeur Franse filosofen. “We wantrouwen stedenbouwkundige argumenten die zijn gebaseerd op een filosofisch vertoog”, zegt Van Rijs. “Tijdens onze studie waren Franse filosofen als Deleuze en Derrida erg in de mode, maar ik heb ze nooit echt begrepen. Ik kon niet zoveel beginnen met hun ideeën.”

“We hebben een voorkeur voor het praktische en pragmatische”, zegt Maas. “We hebben ontzag voor de complexiteit van deze maatschappij en we menen dat we die slechts kunnen begrijpen door middel van het getal. Ook al fragmenteert de wereld - om het maar eens filosofisch te zeggen - er blijft altijd een zucht naar begrip bestaan. Dit boek is een poging hiertoe. We zijn natuurlijk niet de enigen die zich met dit soort onderzoeken bezighouden. Ook architecten als Rem Koolhaas en Greg Lynn zijn er mee bezig.” Door de overvloed aan statistieken heeft FARMAX veel weg van een handboek met prototypen, een begin van een Bauentwurfslehre voor dichte en lichte bebouwing. FARMAX is uitdrukkelijk geen monografie van het werk van MVRDV: alleen als hun eigen ontwerpen en gebouwen goede illustraties leveren voor het pleidooi voor een ander Nederland, zijn ze in FARMAX opgenomen.

Ook de Villa VPRO, zoals het door MVRDV ontworpen hoofdkantoor voor de VPRO wordt genoemd, komt in FARMAX voor. Het gebouw is tot nu toe het meest besproken voorbeeld van MVRDV's nieuwe Nederland. Critici ontvingen dit ongewone gebouw vrijwel unaniem juichend, maar gebruikers van de Villa VPRO lieten herhaaldelijk door ingezonden brieven in NRC Handelsblad weten dat ze in de kantoorhel waren beland. De hellende vloeren, de steile trappen en vooral de slechte akoestiek van het gebouw maakten hen het werk onmogelijk, zo maakten ze duidelijk. Volgens hen is het gebouw als één grote galmkast zonder enige privacy.

“Het spreekt vanzelf dat zo'n ongewoon gebouw als de de Villa VPRO voor- en tegenstanders krijgt”, zegt Winy Maas. “De Villa VPRO heeft alle voor- en nadelen van een experiment. Ik vind het alleen jammer dat de discussie via de media wordt gevoerd. Daardoor worden de klachten enorm uitvergroot. Zo krijg je uit die brieven de indruk dat het hele gebouw vol hellende vloeren zit, hoewel slechts 1 procent van het vloeroppervlak helt.”

Van Rijs: “Je hoort nu ook alleen de tegenstanders. Er zijn ook veel VPRO-medewerkers die heel tevreden zijn over het gebouw. Wat mij stoort in de hele discussie is dat we de mensen die nu door ingezonden brieven klagen nooit tijdens het intensieve inspraakproces hebben gezien.”

Maas: “De klachten komen ook voort uit de verandering van werkomgeving waar de een beter tegen kan dan de ander. Vroeger zaten de VPRO-medewerkers verspreid over dertien villa's, nu werken ze allemaal in een nieuw gebouw waarvan de opdrachtgever wilde dat het open en informeel werd.”

Van Rijs: “Je wordt als architect als de alziende heerser beschouwd. Maar in werkelijkheid ben je slechts een van de vele partijen die zich met een gebouw bemoeien. Zo was niet duidelijk hoe er precies gewerkt zou gaan worden. Het ging bij het nieuwe gebouw niet alleen om een verhuizing, maar ook ook om een bedrijfskundige verandering die nu nog steeds gaande is: als straks het Nederland 3-gebouw wordt opgeleverd, moet een deel van de medewerkers weer verhuizen. We wisten ook niet hoe de akoestiek precies zou uitvallen. Probleem was dat akoestici alleen van een rechthoekige doos kunnen voorspellen hoe de akoestiek wordt. Bij een complex gebouw als de Villa VPRO kunnen ze pas akoestische metingen verrichten als het gebouw af is. Dat heeft natuurlijk als nadeel dat het maanden duurt voor er maatregelen voor een betere akoestiek kunnen worden genomen. In een zaal van het gebouw worden nu geluiddempemdende stalactieten gehangen, en elders worden de kolommen bekleed met geluiddempend materiaal.”

Maas: “Maar misschien heeft het ook te maken met onze strategie die ook in FARMAX naar voren komt en die apocalyptisch van aard is. We zetten de dingen tot hun maximum onder druk. Dat leidt tot een moment van verwarring, waardoor er een verschuiving in normen en waarden kan ontstaan.”