Mooi idee, kreupel boek

Elle Eggels: Het huis van de zeven zusters. Vassallucci, 191 blz. ƒ 34,90

Ze verdwijnen in hoog tempo, maar wie herinnert ze zich niet: de buurtwinkeltjes op de hoek van de straat, gerund door tot de verbeelding sprekende kinderrijke families, waar zich als vanzelf roddels en verhalen omheen weven. Elle Eggels, een 51-jarige ex-modejournaliste, koos zo'n winkel als decor voor haar debuutroman Het huis van de zeven zusters.

Achter een bakkerij in een Zuidlimburgs dorp groeit in de jaren vijftig het meisje Emma op, temidden van zeven verweesde zusters van wie er één haar moeder is. Haar vader, de getalenteerde acteur/musicus Sebastian heeft ze nooit gekend, maar als ze een jaar of twaalf is, wordt zijn lijk thuisbezorgd. Vervolgens gaat zij op zoek naar verhalen die haar een beeld kunnen geven van de excentrieke flierefluiter die haar heeft verwekt. Alle zusters, stuk voor stuk interessante, zelfstandige vrouwen, blijken verliefd te zijn geweest op Sebastian. Mannen die na hem in het bakkershuis naar de hand van één van hen kwamen dingen, konden geen van allen aan hem tippen.

Emma, de vertelster, laat de geschiedenissen van haar moeder en tantes de revue passeren. Allemaal zijn ze ooit verloofd of getrouwd geweest, maar uiteindelijk keerden ze terug naar het bakkershuis waar de oudste zuster, Emma's moeder Martha, met straffe hand de zaak en het huishouden runt.

Een echte plot ontbreekt in deze roman, die is opgebouwd uit de bizarre en soms ontroerende levensverhalen van de zeven zusters. Pas in de epiloog wordt er, enigszins kunstmatig, structuur aangebracht. Emma is dan zelf inmiddels weduwe van een boekhouder die haar een muzikale zoon heeft geschonken in wie ze, na een leven lang zoeken, haar avontuurlijke vader terugvindt. Gestimuleerd door de artistieke, vrijgevochten zoon durft ze eindelijk haar eigen literaire talenten (geërfd van tante Christina) te ontplooien en dit boek te gaan schrijven.

Net als eerder het goedverkochte maar inhoudelijk tegenvallende debuut van Lulu Wang (Het lelietheater) heeft uitgeverij Vassallucci Het huis van de zeven zusters al voor het uitkwam zo 'gehypt', dat het mij vrijwel onmogelijk was de roman onbevangen te lezen. Doordat Eggels uitdrukkelijk wordt aangeprezen als een Nederlandse Isabel Allende en Vassallucci de rechten op het boek mede op grond daarvan voor gigantische bedragen aan het buitenland heeft verkocht, ben ik gaan twijfelen aan de authenticiteit van de roman. Wat op de eerste paar bladzijden nog leuk geprobeerde metaforen lijken, ontaardt in al te gemakkelijke, zwaar op de Latijns-Amerikaanse traditie steunende, platitudes. Hartstocht is vastgegroeid op de ziel, haat is vastgegroeid op stembanden en ook tranen zijn vastgegroeid op een ziel. Op den duur wordt er niets meer normaal gezegd. Een ziekenhuis heet - in de woorden van een kind nota bene - 'een huis met de kleur van pijn'.

Het heeft er veel van weg dat Eggels - al dan niet met behulp van een editor - al bij voorbaat geprobeerd heeft een bestseller te schrijven en zich met dit doel heeft onderworpen aan een vermeende succesformule: een simpel bloemrijk verhaal over 'gewone' vrouwen, veel human interest, tranentrekkend leed en een happy end.

In een opmerkelijk contrast met de overvloed aan gladde metaforiek (die aan een schriftelijke cursus creatief schrijven ontleend zou kunnen zijn) staat het compositorische en stilistische gestuntel van Eggels. Nieuwe episodes in het verhaal worden consequent ingeleid met simpele tijdsaanduidingen als: 'de volgende dag', 'vlak daarna', 'na zeven dagen' of 'net na het middageten'. En dan de idiote zinnen: '... in plaats van haar te ontslaan, schoof ze Camilla door naar de ontwerp-afdeling, waar die met zoveel zorg de proefmodellen in elkaar naaide...'. 'Hun moeder was te vroeg gestorven om het hen te leren'. 'Ze verliep zich (...) in haar zelf verzonnen verhalen'. 'Ze genoot van de kriebels die dan over de beroerde huid liepen.'

Het beroerdst van alles is dat de debutante zelf tevreden is over het literaire gehalte van haar taal. In de epiloog vraagt vertelster Emma aan de geest van haar dode tante Christina waarom ze haar zo lang alleen gelaten heeft. Waarop Christina antwoordt dat Emma haar niet heeft gezien, want 'de tranen zaten als mos op je ziel vastgegroeid'. In plaats van zich te verontschuldigen voor deze kreupele beeldspraak, mijmert Emma (en dus Eggels): 'Wat zei ze dat weer mooi'.