'Militairen moeten sneller beslissen dan Kamerleden'

De Nederlandse militairen hebben genoeg van alle negatieve publiciteit over hun bedrijf. Maar hoe weet je wat goed of fout is tijdens een vredesmissie? Een discussie op de Koninklijke Militaire Academie in Breda.

BREDA, 9 OKT. “Misschien kan iemand een vraag stellen die met het onderwerp van vandaag te maken heeft”, roept Willem Bemboom lichtelijk vertwijfeld. Maar de voormalige verslaggever van het NOS-Journaal en tegenwoordig mediatrainer en presentator legt zich vervolgens neer bij de teneur van de vragen uit de zaal. “Zou er bij een parlementaire enquête niet ook moeten worden gekeken naar de schuld van de politici?”, informeert een jonge majoor vanaf de achterste rijen. “Natuurlijk”, erkent het Tweede-Kamerlid Martin Zijlstra (PvdA): “Er zullen ook parlementariërs onder ede worden gehoord. Ikzelf kan nu al toegeven dat ik de keuze die ik toen heb gemaakt, niet nog eens zou maken.”

'Commandovoering onder moeilijke omstandigheden' was het algemene thema van het syposium dat gisteren onder de titel 'De verantwoordelijkheid van de commandant' werd gehouden op het kasteel van de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Maar telkens weer spitste de discussie zich toe op de omstandigheden van die ene gebeurtenis in de zomer van 1995, de val van de moslim-enclave Srebrenica in Bosnië.

Sinds de uitzendingen van het tv-programma Nova, in augustus van dit jaar, ligt Defensie weer onder vuur. “Geen doofpot” concludeerde een onafhankelijke commissie onder leiding van de Noord-Hollandse commissaris van de koningin, J. van Kemenade, vorige week maandag. Het openbaar ministerie in Arnhem had toen al besloten een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar het mogelijk overrijden van tientallen moslims door een Nederlandse pantserwagen. Tegelijkertijd worden ook de eventuele misdragingen van Nederlandse VN-militairen in Angola, Cambodja en Haïti worden onderzocht. Gisteren nog beschuldigde de voormalige aanklager van de militaire kamer in Arnhem, A. Besier, Defensie ervan het misbruik van Angolese minderjarigen te hebben verdoezeld.

Een meerderheid in de Tweede Kamer is inmiddels van mening dat er door middel van een parlementaire enquête eindelijk duidelijkheid moet komen. Veel commandanten in de krijgsmacht zijn het hier roerend mee eens, zo bleek in de wandelgangen van het symposium. De officieren ergeren zich aan de constante stroom van negatieve publiciteit aan de vooravond van een mogelijk nieuwe inzet in Kosovo.

“Natuurlijk is het vervelend als je 's ochtends de krant openslaat en er staat weer zo'n artikel”, zegt kapitein C. Verdonk. “Daarom ben ik voor volledige openbaarheid. Zonder waardeoordelen, dat wel. Want wat is goed of fout in een oorlogssituatie?”

“Het werk gaat gewoon door”, zegt de jonge luitenant E. Ensing. “Maar het leidt wel af, al die berichtgeving. Ik heb tegenwoordig heel wat uit te leggen, vooral aan mensen die het defensiebedrijf niet kennen.” Ook Ensing is voor opening van zaken, maar hij vindt wel dat er door het publiek te gemakkelijk een oordeel wordt geveld over militairen. “Eén opmerking van vandaag vond ik heel goed: politici hebben soms maanden de tijd om een beslissing te nemen, maar commandanten hebben tijdens een uitzending vaak niet meer dan een seconde.”

Generaal M. Schouten wenst niet in te gaan op de laatste politieke gebeurtenissen, had de voorlichter van tevoren gemeld. Maar hoe voelt de bevelhebber der landstrijdkrachten zich onder alle negatieve publicteit? Schouten geeft geen krimp. “Ik voel me net zoals ik me een jaar geleden voelde. Als hoogste baas van de landmacht lig je constant in een spagaat. Dat wist ik toen ik aan deze baan begon.”

De generaal wil wel praten over de nieuwe stijl van leiding geven waar de militaire commandant van de jaren negentig mee te maken heeft. “Heb je die film over D-day, Saving private Ryan, gezien? Een kapitein in een landingsvaartuig met zestig soldaten. De helft sneuvelt op het strand, maar hij moet door, hij heeft geen keus. Dat is bij de tegenwoordige VN-missies heel anders. Ook de lagere commandanten moeten tegenwoordig hun eigen afweging maken.”

Maar hoe moeten commandanten dat doen? Kolonel Th. Damen vertelt over zijn belevenissen als commandant van het eerste contingent Nederlandse IFOR-militairen in Bosnië. Op een dag werd hij door een Bosnisch-Servische commandant uitgenodigd voor een kop koffie. Vervolgens kwam de slivovitsj op tafel: “Dat ik heb ik toen geweigerd.”

Maar zelfs daar kom je soms niet onderuit, verzucht de voormalige commandant van de luchtmobiele brigade, generaal H. Karssing. “Damen heeft dat glas niet aangenomen, maar een andere commandant moest dat onder andere omstandigheden wél doen. Hoe weet je wat goed of slecht is?”

W. van Genugten, hoogleraar internationaal recht, heeft geen oplossing. Wel pleit hij voor gedegen onderwijs in de rechten van de mens. Dan hebben commandanten ook in moeilijke situaties een ijkpunt voor hun beslissingen. “Zo kunt u misschien voorkomen dat u een silent witness van oorlogsmidaden wordt.” De Belgische militair-psycholoog L. Quintuyn zoekt het in ruggespraak met collega's. “Mijn tip voor de voorbereiding van een missie is: zoek een vriend.”

“Het belangrijkste is dat je jezelf blijft”, zegt kapitein R. Krekelberg tijdens de forumdiscussie. Krekelberg was onder andere commandant van de Nederlandse geneeskundige eenheid in het vluchtelingenkamp in Goma, in het voormalig Zaïre. Zijn vader heeft in Nederlands Indië gevochten, vertelt hij nadien. Krekelberg: “Hij heeft er zijn hele leven een slecht gevoel over gehouden, door alle negatieve publiciteit achteraf. Datzelfde zie ik nu ook gebeuren met de jongens die in Srebrenica hebben gezeten. Het is tijd dat daar een streep onder wordt gezet. Dat hebben die gasten verdiend. Zij stonden daar wel voor God en Vaderland.”