Leven in het paradijs van voor de zondeval; Po¨ezie voor jonger lezers

Piet Klaasse: Twee oren om te horen, twee ogen om te zien. CPNB, 28 blz. ƒ 4,95 Ed. Truuske Sanders en Wilma van der Pennen: Holland rijmt. Uitg. Holland, 64 blz. ƒ 19,90 Ed. Herman Kakebeeke: Anders gezegd. Uitg. Holland, 48 blz. ƒ 14,90 Ed. Mirjam Aarnoutse: Broodje Nijlpaard. Uitg. Fontein, 62 blz. ƒ 9,90 Van rijm tot rap. CD. Veertien gedichten, gezongen door div. artiesten. ƒ 14,95

Een po¨eziebloemlezing voor de jeugd is te herkennen aan het trefwoordenregister achterin. Er gaat altijd iets dappers van uit, van deze poging om een hele verzameling moeilijk samen te vatten teksten terug te brengen tot een alfabetisch rijtje steekwoorden. En ook iets gezond relativerends: geen eerbied voor de gedachte dat po¨ezie zich niet in andere woorden zou laten navertellen. Een kinderpo¨eziebloemlezing is een gebruiksvoorwerp, aan te wenden voor specifieke doelen, met het zaakregister als gebruiksaanwijzing. Zoekt u een vers over schommelen? Pagina 109. Over een vogel (algemeen of meer dan ´e´en soort)? Pagina 38 en 121. Wil de kleine iets over het roodborstje horen? Pagina 63.

Soms zijn de registers nog interessanter dan de gedichten zelf. Achterin Ik geef je niet voor een kaperschip met tweehonderd witte zeilen van Tine van Buul en Bianca Stigter, bedoeld voor de jongere jeugd, staat een van de mooiste in het genre. Bad: zie 'wassen'. Bed: zie 'slapen gaan'. Aankleden: zie ook 'schoen'. Eten: zie ook 'pap'. Poes: zie 'kat'. Zus: zie 'broer'. In de pendant ervan, bedoeld voor de oudere jeugd (Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is), ontbreekt zo'n register. Hetzelfde doet zich voor bij de twee bloemlezingen die uitgeverij Holland uit haar eigen fonds liet samenstellen. Holland rijmt, voor kinderen vanaf twee jaar, heeft wel een zakenregister, maar Anders gezegd, voor lezers van twaalf jaar en ouder, niet.

Vreemd. Het suggereert dat jonge lezers (of hun voorlezers) vooral willen weten waar het gedicht over gaat, terwijl ze op oudere leeftijd blijkbaar op iets anders, iets minder inhoudelijks uit zijn. Toch weet iedereen dat het nu juist bij het eerste versjeslezen alleen maar om de vorm gaat. Een goed rijm en een lekker ritme volstaat, en voor de inhoud geldt zelfs: hoe meer onzin, hoe beter. Een mooi voorbeeld van het ondergeschikte belang van de inhoud vormt 'Sesamstraat' van Leny van Grootel, te vinden in Holland rijmt: 'Na 't eten / tandjes poetsen / handjes wassen / even plassen / vlug / want straks is het te laat.. / Half zeven Sesamstraat!' Een knap vers, maar met inhoudelijke bezwaren. Uit een oogpunt van hygi¨ene was het beter geweest regel 3 (handjes wassen) en regel 4 (even plassen) om te wisselen. En Sesamstraat begint al lang niet meer om half zeven, zoals de slotregel zegt, maar om kwart over zes. Toch is het gedicht gewoon opgenomen in deze keuze uit 'de mooiste kinderversjes van Uitgeverij Holland' - omdat het zo lekker loopt, denk ik.

Het zakenregister van Holland rijmt verwijst voor het onderwerp 'spelen' naar het vers 'Vliegen' van Mieke van Hooft: 'Vliegen dat is leuk. / Dan krijg je koude oren. / Vliegen heen en weer. / Naar achteren, / naar voren. / Hoepla hopla / duwen maar. / Van vliegen krijg je / wapperhaar. / Wapperbroek / en wapperjas. / Ik wou dat ik / een vogel was!' Een mooi gedicht, in het register terecht ook onder het lemma 'wensdromen' genoemd. Maar de lol voor de consument zal toch vooral schuilen in 'koude oren' en het wachten op het rijmwoord 'naar voren', in 'hoepla hopla' en 'duwen maar' en het wachten op het grappige 'wapperhaar', in nieuwe woorden als 'wapperbroek' en 'wapperjas' - en nog het meest in de schommelbeweging die bij het opzeggen door het rijm vanzelf opgeroepen wordt.

Het is natuurlijk ook mogelijk dat zo'n vers de kleine toehoorder koud laat. Ziedaar het grote probleem, en meteen ook de grootste charme van de kleuterpo¨ezie: zij is principieel niet recensabel, en dat is vooral zo vanwege de gezond kritische instelling van de doelgroep, die iedere serieuze bespreking overbodig maakt. Het gedicht voldoet, of het voldoet niet - veel meer valt er niet over te zeggen. Het fraaie woordspel, de subtiele enjambementen, het dans ante ritme in de slotregels: het heeft meestal weinig zin een verveeld gapende dreumes daar op te wijzen.

Je zou denken dat het op den duur kennelijk overbodig worden van een zaakregister iets te maken moet hebben met het in de grotemensenpo¨ezie bestaande onderscheid tussen zogenaamd zuivere en onzuivere lyriek. Onzuivere lyriek is gebruikspo¨ezie, nadrukkelijk op een publiek gericht en met een duidelijke functie: amuseren, overhalen, mededelingen doen. 'Zuiver' heet de po¨ezie die niet meer naar de werkelijkheid wil verwijzen, maar zelf werkelijkheid wil maken. De laatste soort doet een groter beroep op het abstractievermogen en op het inzicht dat het wezen van de po¨ezie zich aan zoiets banaals als een trefwoordenregister onttrekt. Je zou dan ook verwachten dat er in bloemlezingen als Anders gezegd en Broodje Nijlpaard een zekere neiging tot dichterlijke autonomie te bespeuren zou zijn, maar het omgekeerde is het geval: daarin overheerst juist de anekdotiek van gevoelens, problemen, verlangens, die ook heel goed in een helder zaakregister te vangen zou zijn geweest.

De jeugdige versie van wat wij zuivere po¨ezie noemen blijkt zich vooral in het begin, in de brabbelfase, te bevinden. 'Torentje, torentje bussekruit' bijvoorbeeld (opgenomen in het prentenboek Twee oren om te horen, twee ogen om te zien), met de vervolgregels 'Wat hangt eruit? / Een gouden fluit, / een gouden fluit met knopen, / laat je torentje lopen.' Het is een zuiver voorbeeld van po´esie pure, niet verschillend van Jan Engelmans 'Ambrosia, wat vloeit mij aan? / uw schedelveld is koeler maan / en alle appels blozen', dat in de jaren dertig een van de aanleidingen vormde voor het vorm-of-vent-debat. Waarom is er over Hanlo, Lucebert, Kouwenaar en Faverey zoveel gediscussieerd, terwijl niemand zich ooit in geschrifte druk heeft gemaakt om 'Arabine, koeterine' of de talige onzin van 'Jonas in de wallevis'?

Het antwoord is denk ik dat in de kinderpo¨ezie het paradijs nog bewaard is gebleven. Geen besef van betekenis. Organisch geheel van klank, ritme en tekst. Ieder kritisch oordeel is overbodig. Iedereen vindt alles best. Er is geen richtingenstrijd. En alles is nog mogelijk. Zie hoe daar taalvormsels opduiken als 'xa twibi' en 'oeh, smedi', 'xa twibi, bdoo', 'xa twibidi smedi'. Het lijkt wel Jan Hanlo's 'Oote' of Kurt Schwitters' 'Ursonate', dus hoogst modern en autonoom. Maar het is de in vreemde lettergrepen uit elkaar getrokken beginregel van het oud-Hollandse kinderlied 'Ik zag twee beren broodjes smeren', a capella gezongen door Mezzo Macho, te vinden op de CD Van rijm tot rap. Of, van diezelfde CD, nog curieuzer: twee verzen van Hi¨eronymus van Alphen, de vader van het Nederlandse kindergedicht, gerapt en van prachtige sampletapijtjes voorzien door Def P en Seda, waardoor 'De pruimeboom' en 'De onbedachtzaamheid' opeens weer als nieuw klinken, in een levendige en erg geestige mix van braaf moralisme en hard Osdorps.

Of kinderen hierdoor meer po¨ezie gaan lezen, zoals men zo graag wil - ik zou het niet weten. De oplage- en uitleencijfers van de grotemensenpo¨ezie dalen in ieder geval nog steeds. Misschien moeten die volwassenen eerst maar weer eens kinderpo¨ezie gaan lezen, of beluisteren, om te horen en te zien hoe dat ook alweer was, leven in het paradijs van voor de zondeval - dus zonder scheiding tussen klank en betekenis en tussen taal en muziek, en zonder zondige bijgedachten over po¨eticaliteit en andere vormen van zuiver- en onzuiverheid. Shel Silverstein, uit Broodje Nijlpaard, in de vertaling van Hans Dorrestijn: 'Als God nou een eind wil / aan al ons gezeik, / misschien draait hij het Licht uit / en maakt alles gelijk.'